(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Een BTW-belastingplichtige moet in de regel de BTW die hij aanrekende op zijn verkoopfacturen doorstorten aan de BTW-administratie. Maar daartegenover staat dat hij de BTW die op zijn aankoopfacturen staat, mag terugvorderen van diezelfde administratie.
In het Verenigd Koninkrijk (VK) werd door de Secretary to the UK Treasury een bijzonder schema uitgewerkt inzake BTW, dat als voordeel heeft dat de cash flow van kleine ondernemingen wordt opgedreven.
Het Cash Accounting Scheme (CAS) laat toe aan de bedrijven om hun betalingen inzake BTW uit te stellen tot zij vanwege hun cliënten de betaling hebben ontvangen. Hierdoor wordt afgestapt van het boeken en betalen van BTW op het moment dat de facturen worden uitgeschreven, respectievelijk ontvangen wordt. Deze maatregel die specifiek is gericht op de kleine bedrijven blijkt zo succesvol dat de omzetdrempel in 2007 wordt verdubbeld tot 1,35 miljoen pond.
Onlangs verklaarde de Secretary to the UK Treasury hieromtrent : « Doubling the threshold of the Cash Accounting Scheme will allow more than 50,000 businesses to significantly improve their cash flow. We know that small businesses are the engine for the UK's economy, so it is only right that we look to improve the climate for them. ».
Ook Estland, Slovenië en Zweden werken volgens dergelijk systeem en zij hebben hiervoor de toestemming bekomen van Europa (besluit Raad van Europa, 30 januari 2007, 2778th Council meeting 17108/06). Estland heeft deze maatregel ingevoerd voor zaken waar er slechts één eigenaar is.
Graag had ik dan ook volgende vragen voorgelegd aan de bevoegde minister :
1. Wat vindt de geachte minister van dit systeem dat reeds door vier landen werd ingesteld en is de minister het met mij eens dat dit enorme voordelen biedt wat de cash flow betreft voor de kleine ondernemingen, die de motor zijn van onze economie, zoals in de VK wordt gesteld ? Kan dit worden toegelicht ?
2. Overweegt de regering om een gelijkaardig systeem in te voeren in België ? Zo neen, waarom niet ? Zo ja, tegen wanneer en onder welke voorwaarden ?
3. Wat zou de kostprijs zijn van dergelijke maatregel voor onze begroting en meent de minister niet dat de voordelen duidelijk opwegen tegen deze kostprijs ?
4. Klopt de stelling dat de eventuele kostprijs van de wijziging aan het BTW stelsel vooral bij Europa zou liggen ?
Antwoord : Het Verenigd Koninkrijk past inderdaad een facultatieve vereenvoudigde regeling toe waarbij kleine en middelgrote ondernemingen met een omzet die een bepaald maximum bedrag niet overschrijdt, de mogelijkheid wordt gegeven de belasting eerst te betalen bij ontvangst van de prijs. Dit gebeurt op grond van de mogelijkheid die de lidstaten wordt geboden door artikel 10, lid 2, van de zesde richtlijn 77/388/EEG (thans artikel 66, b), van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde) om te bepalen dat de belasting voor bepaalde handelingen of bepaalde categorieën belastingplichtigen verschuldigd wordt uiterlijk bij ontvangst van de prijs.
In het kader van deze regeling heeft het Verenigd Koninkrijk evenwel ter compensatie verzocht en verkregen overeenkomstig artikel 27 van de zesde richtlijn (thans artikel 395 van de richtlijn 2006/112/EG) om het recht op aftrek van de voorbelasting van belastingplichtigen die de BTW voor hun handelingen voldoen wanneer zij de vergoeding daarvoor hebben ontvangen, uit te stellen totdat de voorbelasting aan de leverancier is betaald, in afwijking van artikel 17, lid 1, van de zesde richtlijn (thans artikel 167 van de richtlijn 2006/112/EG).
Bij beschikking van de Raad van 30 januari 2007 werden voornoemde bepalingen verlengd voor het Verenigd Koninkrijk en van toepassing verklaard ten aanzien van Estland, Slovenië en Zweden.
België heeft eveneens van de mogelijkheid gebruik gemaakt om te bepalen dat de belasting, onder bepaalde voorwaarden, slechts verschuldigd wordt uiterlijk bij ontvangst van de prijs.
In toepassing van de artikelen 17, § 3 en 22, § 3, van het BTW-Wetboek bepaalt artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde dat ten aanzien van de leveringen van roerende goederen en van de diensten verricht door een belastingplichtige die gewoonlijk aan particulieren goederen levert of diensten verstrekt waarvoor hij niet verplicht is een factuur uit te reiken en waarvoor hij geen factuur heeft uitgereikt de belasting opeisbaar is naarmate van de incassering van de prijs of van de subsidies bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het BTW-Wetboek.
Het grote voordeel van deze regeling die vooral ten gunste is van de kleine ondernemingen die in hoofdzaak met particulieren handelen is dat de voorbelasting volgens de normale regels onmiddellijk en volledig in aftrek kan worden gebracht terwijl de BTW slechts verschuldigd is op het ogenblik van de incassering van de prijs, hetgeen uiteraard ook een gunstige invloed heeft op de liquiditeitspositie van de ondernemingen. België heeft inderdaad geen bijzondere maatregelen gevraagd ten aanzien van de uitoefening van het recht op aftrek van de voorbelasting.
De invoering van een gelijkaardig systeem zoals in het Verenigd Koninkrijk of in de drie andere voornoemde lidstaten waar het geachte lid naar verwees, wordt dan ook in België niet in overweging genomen.