Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-88

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven

Vraag nr. 3-5955 van mevrouw Anseeuw van 3 oktober 2006 (N.) :
Federale overheidsdiensten en beleidscellen. — ICT-plannen.

De Nederlandse overheid en zorginstellingen hebben de afgelopen jaren vele honderden miljoenen euro's weggegooid aan ICT-plannen die niet werden uitgevoerd. Het geld ging op aan onder meer onderzoeken, overleggen, projecten en ambtenaren, zonder dat er iets uit voortvloeide. Dat blijkt uit een parlementair rapport van twee Nederlandse kamerleden, Martijn van Dam en Anja Timmer, dat in september jongstleden openbaar werd gemaakt.

De kamerleden waren enkele maanden vrijgesteld van hun parlementaire werk om in het land met deskundigen te praten over de ontwikkeling van ICT in hun instellingen. Daaruit kwam naar voren dat er veel aan nieuwe projecten is gewerkt en over gepraat. Toch kwamen de informatiesystemen vaak niet van de grond. Dat kwam door instellingen of ambtenaren die langs elkaar heen werkten of elkaar zelfs tegenwerkten.

De slechte resultaten zouden onder meer te wijten zijn aan de beleidsambtenaren, die niet gericht zijn op de uitvoering : « Zij zijn aangesteld om beleid en regels te bedenken. Aan de uitvoering wagen zij zich minder, want dat is riskanter omdat er iets mis kan gaan. ». Uitvoeringsambtenaren zijn er ook, maar die staan vaak lager in de rangorde en verdienen minder : « Er is een flinke cultuuromslag nodig », aldus Van Dam.

Ik had dan ook graag vernomen hoe het er in België aan toe gaat. De politiek moet de ambitie formuleren die instellingen dwingt om goede ICT-systemen in te voeren.

Ik heb dan ook volgende vragen :

1. Kan de geachte minister een overzicht geven van de diverse ICT-plannen die binnen zijn of haar beleidscel en federale overheidsdienst werden opgemaakt en aangeven wanneer de projecten werden opgestart, alsook aangeven in welk stadium de ICT-projecten zich nu bevinden en kan men uitvoerig de doelstelling van de respectieve ICT-projecten alsook de budgetten weergeven ?

2. Kan de geachte minister aangeven welke ICT-plannen nog niet in uitvoering zijn binnen zijn of haar beleidscel, departement en/of federale overheidsdienst en kan de oorzaak van de vertraging of zelfs de definitieve niet-uitvoering worden toegelicht ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid te antwoorden.

Secretariaat en beleidscellen

1. Deze projecten zijn in het kader van de overkoepelende Shared Services, waar onze beleidscel deel van uitmaakt.

Op de budgetten hiervoor hebben wij hier geen zicht aangezien deze zich ook daar situeren.

Er loopt momenteel een proefproject van de ICT Shared Services over het automatiseren van het RFP-proces (dus van bestek naar bestelling) met Sharepoint Office 2007. Dit proefproject loopt in samenwerking met Microsoft en Telindus. Een eerste meeting op 12 oktober 2006 gaf voornamelijk een overzicht van Sharepoint Office 2007 en legde de te volgen stappen uit.

2. Omschakeling naar @FOD.belgium.be emailadressen op basis van beslissing ministerraad. Is operationeel sedert 19 september 2006 voor alle aangesloten FOD's.

POD Duurzame Ontwikkeling

De POD Duurzame Ontwikkeling heeft geen eigen ICT-plannen. Wat ICT betreft, doet hij momenteel beroep op de stafdienst ICT van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie.

Voor het overige schrijft de POD Duurzame Ontwikkeling zich in de horizontale ICT-plannen van de federale overheid en verleent hij daaraan zijn medewerking.

Cel Sociale Economie

De Sociale Economie maakt weldegelijk deel uit van mijn bevoegdheid. Daarnaast is er de administratie Sociale Economie, die deel uitmaakt van de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie. De verantwoordelijke minister is de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen.

Dientengevolge verwijs ik het geachte lid naar het antwoord van mijn collega, de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen (schriftelijke vraag nr. 3-5948, Vragen en Antwoorden nr. 3-79, blz. 8601).