Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-87

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-5883 van mevrouw Anseeuw van 21 september 2006 (N.) :
Federale overheidsdiensten, programmatorische overheidsdiensten en beleidscellen. — Inkoopbeleid. — E-veilingen.

Een aantal Nederlandse ministeries heeft op 8 december 2004 door gezamenlijk een pakket kantoormiddelen via een elektronische veiling aan te schaffen een besparing gerealiseerd van 44 %. Begin 2005 werd in Nederland een pilootproject gestart door de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van algemene Zaken, de Tweede Kamer, de algemene Rekenkamer, het kabinet van de Koningin en de Raad van State om ervaring op te doen met e-veilen in Nederland.

In Belgiė is er een eerste inhaalbeweging gaande (Jepp), doch we staan nog niet ver. Ik vrees dat de slogan « met professioneel inkopen winnen » bij de overheid te weinig navolging krijgt. Mensen en organisaties worden er nu niet beter van als ze geld besparen. Nochtans ligt er een enorm besparingspotentieel in het efficiėnt inkopen. Men heeft nog teveel de neiging om bij grote projecten aan te geven dat verspilling « part of the game is ». Vijfjaarlijks Europees onderzoek zegt dat overheden zo'n 12 % van het inkoopbudget kunnen besparen door professioneler te opereren.

E-veilingen zijn bovendien een goed instrument voor optimale marktwerking. Ook de overheid kan hiervan van profiteren. Nederlands onderzoek toont aan dat slechts 1 op de 20 e-veilingen tegenvalt. Graag verwijs ik naar de Nederlandse expert terzake, professor Arjan Van Weele, die hoogleraar Inkoopmanagement is aan de TU Eindhoven. Hij beweert het volgende omtrent e-veilen : « Technologie blijkt het probleem niet te zijn, wel de organisatie daarachter. In grote organisaties moeten ongelijksoortige afdelingen, zoals research & development, productie, logistiek, administratie, inkoop, als een team gaan samenwerken. Het hiėrarchische verschil tussen die afdelingen frustreert het proces en de organisatie achter de e-veiling. Daar zouden overheden van kunnen leren, zeker omdat die vaak ook nogal hiėrarchisch opereren. De grootste besparingen worden gerealiseerd in de voorbereiding van de veiling. Een kleiner deel door de veiling zelf doordat deze het marktmechanisme op zeer directe wijze mobiliseert. ».

In het wetontwerp dat op til staat inzake overheidsopdrachten, zou e-veilen voor de overheid mogelijk worden.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Plant u binnen de FOD's, POD's of beleidscellen die onder uw bevoegdheid vallen, initiatieven om te werken met e-veilen wat betreft het inkoopbeleid voor deze legislatuur ? Zo neen, waarom niet ? Zo ja, om welke initiatieven zou het gaan ?

2. Hoe staat u ten opzichte van de Nederlandse ervaring inzake e-veilen en het enorme besparingspotentieel dat er gerealiseerd kan worden ? Kan u uw standpunt uitvoerig toelichten ?

3. Kan u de verschillende toepassingsmogelijkheden binnen de FOD's, POD's of beleidscellen die onder uw bevoegdheid vallen, inzake efficiėnt aankopen via e-veilingen toelichten ? Waar meent u dat het e-veilen de grootste besparing kan opleveren ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid als volgt te antwoorden.

De mogelijkheid van het aankopen van kantoormiddelen via elektronische veiling is voorzien in artikel 3, punt 14, van de nieuwe wet op de overheidsopdrachten die weldra zal gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad.

In samenwerking met de federale overheidsdienst P&O en de diensten van de Kanselarij van de eerste minister zal het aankoopbeleid van onze FOD aangepast worden aan de noodwendigheden van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten en zullen hiertoe de nodige iniatieven worden genomen.

Vertegenwoordigers van onze FOD maken deel uit van de werkgroep inzake het JEPP-project waarin initiatieven zoals bedoeld in uw vraag regelmatig aan bod komen.