Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-87

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-3792 van mevrouw Anseeuw van 23 november 2005 (N.) :
Criminaliteit. — Diefstallen en inbraken op zeil- en motorboten.

Uit recente cijfers uit Nederland blijkt dat het aantal diefstallen op pleziervaartuigen van zeilmateriaal en elektronische apparatuur steeds toeneemt. Vooral in het laagseizoen slaan de dieven toe. De jachthavens liggen er dan immers verlaten bij en het is vroeg donker.

De redenen voor de toename van het aantal diefstallen op plezierboten zijn tweeërlei. De watersporten winnen gestaag aan populariteit en er is steeds meer elektronisch materieel aan boord dat gemakkelijk kan worden meegenomen en redelijk wat geld opbrengt.

Ook de buitenboordmotoren zouden bijzonder gegeerd zijn, alsook de fenders (buitenboordboeien) en zelfs de zeilen, aangezien die veel opbrengen.

Dikwijls is het ook zo dat de verzekeringen in hun polis stipuleren dat buiten het vaarseizoen waardevolle objecten, indien het praktisch en redelijkerwijs uitvoerbaar is, van boord verwijderd moeten worden. Dit geldt speciaal voor kostbare nautische apparatuur en audiovisuele apparatuur.

Dikwijls is de enige veilige optie dan ook om de boot in het laagseizoen volledig af te tuigen en alle materieel op te slaan. Deze oplossing is echter voor velen niet haalbaar omdat het materieel veel plaats in beslag neemt (grote zeilen, motor, boeien, reddingsvesten, GPS, radio, etc.) en niet iedereen dit bijgevolg kan opslaan.

Tevens blijkt dat veel watersportfanaten zich dikwijls niet bewust zijn van de risico's op diefstal, daar zij menen dat de verzekeringspolis dit dekt, totdat het te laat is.

Hieromtrent had ik dan ook graag volgende vragen gesteld aan de geachte minister :

1. Kan zij aangeven hoeveel gevallen van diefstal en inbraak er plaatsvonden op pleziervaartuigen in de jaren 2001, 2002, 2003, 2004 en eventueel 2005 ?

2. Is er sprake van een toename van het aantal diefstallen op pleziervaartuigen en kan de geachte minister dit uitvoerig toelichten ?

3. Kan zij aangeven of er bijkomende aandacht zal gaan naar het voorkomen van diefstallen en inbraken op pleziervaartuigen in het laagseizoen, gezien de haven er dan kalmer bijligt en het dan gemakkelijker is voor de dieven om toe te slaan ? Zo ja, om welke concrete maatregelen gaat het en welke budgetten worden hiervoor uitgetrokken ? Zo neen, Waarom niet ?

4. Is zij bereid een informatiecampagne te voeren in de jachthavens teneinde de watersportfanaten te informeren over de risico's op diefstal en inbraak alsook teneinde enkele nuttige tips te geven ?

5. Meent zij niet dat het opportuun is om hieromtrent te overleggen met de betrokken jachthavens teneinde enkele nuttige maatregelen te treffen ? Ik denk hier onder meer aan het voldoende verlichten van de pontons en het inlassen van bijkomende patrouilles.

Antwoord : Het antwoord op deze vraag behoort tot de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken, aan wie dezelfde vraag werd gesteld. Ik verwijs derhalve naar zijn antwoord (schriftelijke vraag nr. 3-3793, Vragen en Antwoorden nr. 3-63, blz. 6035).