3-2376/2 | 3-2376/2 |
17 APRIL 2007
I. INLEIDING
De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 17 april 2007.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN
De archieven van de Internationale Opsporingsdienst zijn in de jaren '50 opgericht op initiatief van de Geallieerden in Bad Arolson in Duitsland. Zij bevatten veel informatie over de deportatie tijdens de tweede wereldoorlog. Momenteel omvat het fonds 40 miljoen stukken over ongeveer 17 miljoen personen, joodse slachtoffers van het naziregime, dwangarbeiders, verzetslui, zigeuners en andere bevolkingsgroepen. De archieven zijn opgericht om de slachtoffers te gedenken en ervoor te zorgen dat toekomstige generaties de oorlogsgruwel niet vergeten.
De vertegenwoordiger van de minister wijst erop dat de woorden « en anderen » aan het einde van het vijfde lid van de inleidende uiteenzetting (stuk Senaat nr. 3-2376/1, blz. 2) moeten worden vervangen door de woorden « bevolkingsgroepen slachtoffer van het naziregime », uit respect voor andere slachtoffers dan die welke al genoemd worden in de tekst.
Momenteel zijn elf landen lid van de Internationale Commissie : België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Israël, de Verenigde Staten, Griekenland en Polen.
Voorliggend Protocol beoogt de amendering van het Verdrag tot oprichting van de Internationale Commissie voor de internationale opsporingsdienst (IC/ITS) van 1955. Het werd op 30 oktober 2006 door ons land ondertekend.
De archieven die voordien uitsluitend werden gebruikt als informatiebron voor slachtoffers, zullen nu ook toegankelijk zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Ze zullen kunnen worden geraadpleegd in Bad Arolson of op de nationale archieven van de lidstaten.
Voor België bedragen de kosten voor het kopiëren ongeveer 90 000 euro. Daar komen nog personeels- en onderhoudskosten bij.
III. ALGEMENE BESPREKING
De heer Nimmegeers wijst erop dat het begrip « van andere bevolkingsgroepen » ook en niet in de laatste plaats betrekking heeft op de homoseksuele slachtoffers van het naziregime. Het therapeutische effect in een tijd waarin homofobie overal in Oost-Europa voelbaar is, kan groot zijn.
De heer Lionel Vandenberghe verwijst naar het wetsvoorstel tot wijziging van de archiefwet van 24 juni 1955 (stuk Senaat, nr. 3-2084/1), dat jammer genoeg niet is goedgekeurd. Het strekte ertoe de termijn waarna documenten uit de archieven kunnen worden geraadpleegd, terug te brengen tot 30 jaar. Dat zou voor het wetenschappelijk onderzoek erg nuttig zijn geweest.
De heer Galand vraagt uitleg over het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat de Raad van State heeft overgenomen : « De memorie van toelichting behoort derhalve te worden aangevuld met de motieven op basis waarvan er in het licht van artikel 25 van de voornoemde richtlijn 95/46/EG van kan worden uitgegaan dat de Verenigde Staten en Israël zorgen voor een passend beschermingsniveau wat betreft het gebruik dat kan worden gemaakt van de digitale kopie die voor hen is bestemd. » (stuk Senaat, nr. 3-2376/1, blz. 19)
Volgens mevrouw Hermans kan het gevaarlijk zijn de archieven open te stellen voor mensen met kwade bedoelingen. Welke garanties zijn er om de familieleden van mensen wier naam in de documenten voorkomt, te beschermen ?
De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken antwoordt dat daarvoor een procedure is opgesteld. Iedereen die opzoekingen wenst te doen, moet een formulier invullen en precies aangeven wat zij willen weten. Individuele dossiers of dossiers waarin de namen niet zijn geschrapt, kunnen niet worden ingekeken.
Het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer verwijst naar de Europese regelgeving. De Verenigde Staten en Israël moeten voor de commissie verschijnen om de commissie te laten besluiten dat hun wetgeving op hetzelfde niveau als die van de Europese Unie staat.
De heer Galand wijst erop dat als de Verenigde Staten informatie over vliegtuigpassagiers vragen, ons land die zonder probleem geeft, terwijl het omgekeerde niet het geval is.
De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken wijst erop dat de Common Law, die geldt voor het gebruik van de archieven van de Verenigde Staten, in grote mate overeenstemt met onze wetgeving.
IV. STEMMINGEN
De artikelen 1 en 2, alsook het wetsontwerp in zijn geheel, worden eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Pierre GALAND. | Lionel VANDENBERGHE. |
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-2376/1 - 2006/2007)