(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Bij de gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 8 oktober 2006 konden voor het eerst ook militairen kandideren. Dit was het gevolg van de wetswijziging van 4 mei 2006.
De nieuwe wetgeving bepaalde dat de militairen in kwestie een aangetekende brief moesten opsturen naar de minister van Landsverdediging waarin die geïnformeerd wordt over de intentie om te kandideren.
In een bijkomende richtlijn van Defensie over deze kwestie werd vermeld dat de militair naast het aangetekend schrijven aan de geachte minister ook nog eens de HRG op de hoogte moest brengen, dit via zijn korpscommandant, per Mod B. Zo kon door de korpscommandant nagegaan worden of de militair zich niet in een situatie bevond die een kandidatuurstelling of het effectief zetelen in de weg zou staan.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :
1. Hoeveel militairen hebben een aangetekend schrijven over hun kandidatuurstelling gestuurd naar de geachte minister ?
2. Zijn er gevallen bekend waarbij de korpscommandant negatief heeft geoordeeld over het voornemen van een militair om te kandideren ?
3. In een verklaring in de pers eind september 2006 zou de geachte minister hebben laten blijken dat hij de nieuwe wetgeving opnieuw zou willen wijzigen. Wat zijn hiervoor de redenen ?
Antwoord : 1. 81 militairen hebben per aangetekend schrijven de minister van Landsverdediging ingelicht over hun intentie om zich kandidaat te stellen bij gemeente- en provincieraadsverkiezingen.
2. Er zijn bij Defensie geen gevallen bekend waarbij de korpscommandant negatief geoordeeld heeft over het voornemen van de militair om te kandideren.
3. Een eventuele wijziging van de wet van 4 mei 2006 is niet aan de orde van de dag.