Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-82

ZITTING 2006-2007

Vragen waarop een voorlopig antwoord verstrekt werd (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eersteminister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-6250 van de heer Buysse d.d. 9 november 2006 (N.) :
Gemeentelijke administratieve sancties. — Samenwerking tussen parket en gemeenten.

Onlangs verscheen een onderzoeksrapport onder de titel Evaluatie van de toepassing van de wet betreffende de administratieve Sancties in de gemeenten — 7 jaar Gemeentelijke administratieve sancties.

Uit dit rapport blijkt (op de bladzijden 35 en 37) dat heel wat steden en gemeenten bij de behandeling van gemeentelijke administratieve sancties (GAS) helemaal niet of nauwelijks kunnen rekenen op samenwerking met het parket. Van de in het onderzoeksrapport ondervraagde gemeenten die GAS hebben ingevoerd en toepassen blijkt in 30 % van de gevallen geen enkele samenwerking met het parket te bestaan, in 18 % nauwelijks enige samenwerking, in 35 % een redelijke samenwerking en slechts in 16 % een nauwe samenwerking.

Bij de parketmagistraten blijkt dan ook heel weinig animo te bestaan om in dit verband samen te werken met de gemeenten omdat dat « heel veel moeite kost om op te zetten ».

Als wij professor Boes mogen geloven, zijn er zelfs procureurs des Konings die absoluut tegenstander zijn van de GAS. Professor Boes haalt het voorbeeld aan van de procureur des Konings te Mechelen (Marc BOES, Gemeentelijke administratieve sancties anno 2005, in : Burger Bestuur & Beleid, jg. 2, 2005, nr. 3, p. 242.). Er kan in dit verband worden vermoed dat in sommige gevallen het parket er in haar contacten met de gemeenten op aanstuurt om de invoering van GAS tegen te gaan.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Kan de geachte minister per parket een overzicht geven van het aantal gemeenten dat gemeentelijke administratieve sancties heeft ingevoerd en het aantal gemeenten dat dit (nog) niet heeft gedaan ?

2. Wat wordt er ondernomen om de samenwerking tussen de parketten en de gemeenten te verbeteren ?

Antwoord : De gegevens nodig om te antwoorden op de vraag werden opgevraagd aan de bevoegde instanties. Het resultaat hiervan zal later worden meegedeeld.