Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-85

ZITTING 2006-2007

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eersteminister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-6494 van mevrouw Anseeuw d.d. 28 december 2006 (N.) :
Internet. — Racisme en aanzetten tot haat. — Radicalisering extreem-rechtse jongeren.

Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vragen nr. 3-6494 en nr. 3-6491betreffende de radicalisering van de extreem-rechtse jongeren naar aanleiding van de in Nederland gepubliceerde Monitor Racisme en Extremisme van de Universiteit Leiden en de Anne Frank Stichting waarin gesteld werd dat enkele honderden extreem-rechtse jongeren steeds radicaler worden. Ze vormen neonazistische groepen die een terroristisch karakter hebben. Ze roepen gelijkgestemden op om aanslagen op overheidsgebouwen te plegen of moslims en joden aan te vallen.

Ook in ons land zijn er aanwijzingen dat alvast één extreem-rechtse nazi-organisatie, Bloed Bodem Eer en Trouw (BBET), aanslagen plande.

Die hardliners zijn dan geen « gabbers » of Lonsdalers meer te noemen. Ze geven onder meer de skinhead organisatie Blood & Honour een krachtige impuls.

Justitieel ingrijpen tegen racistische uitingen op internet blijft in Nederland systematisch uit. Op websites kunnen de radicale extreem-rechtse jongeren hun boodschappen openlijk verkondigen. Ook tijdens demonstraties wordt niet opgetreden als racistische leuzen worden gescandeerd, stelde het onderzoek bezorgd vast.

Onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen wijst uit dat het absoluut nodig is racisten en haatzaaiers voortvarender te vervolgen, zeker omdat het internet steeds meer wordt gebruikt als vrijplaats voor uitingen van haat.

Het recht op uitingsvrijheid gaat niet op als mensen alleen maar haat willen zaaien. Datzelfde geldt voor uitspraken waarmee personen minderwaardig worden verklaard omdat zij een bepaalde godsdienst aanhangen.

Deze uitlatingen, indien ze geen zinnige bijdrage leveren aan het publieke debat, moeten aangepakt worden volgens de onderzoekers. Daarbij moet scherp gekeken worden naar het internet, waar strafbare uitingen momenteel nagenoeg ongemoeid worden gelaten. Directe oproepen tot geweld op zowel extreem-rechtse sites als radicale moslimsites zijn daar voorbeelden van.

Graag had ik dan ook een antwoord gekregen op de volgende vragen :

1. Hoeveel vervolgingen werden er in respectievelijk 2004, 2005 en 2006 ingesteld wegens aanzetting tot haat en racisme op het internet ? Kunnen deze cijfers toegelicht worden ?

2. Hoeveel mensen werden in respectievelijk 2004, 2005 en 2006 veroordeeld wegens het aanzetten tot haat en racisme op het internet ? Kunnen deze cijfers toegelicht worden ?

3. Zijn de onderzoeksresultaten uit Nederland ook van toepassing voor België ? Met andere woorden : klopt de stelling dat strafbare uitingen van racisme en het aanzetten tot haat amper worden vervolgd ?

4. Hoe staat de geachte minister als beleidsmaker ten opzichte van uitingen van racisme op het internet en het meer systematisch ingrijpen tegen deze handelingen ? Kan dit uitvoerig toegelicht worden ?

5. De regering heeft onlangs de Federal Computer Crime Unit verder versterkt. Kan er aangeven worden hoeveel voltijds equivalenten het aanzetten tot racisme en haat op het internet zullen opsporen ? Wordt er een aparte cel voor opgericht ?

6. Is het niet aangewezen een bijzondere magistraat aan te duiden die als takenpakket het aanzetten tot haat en racisme op het internet systematisch te vervolgen zou hebben ?