3-216

3-216

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 26 APRIL 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Leefmilieu en minister van Pensioenen over «de slechte werking van de emissiehandel» (nr. 3-2325)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Het systeem van de emissiehandel European Union Emission Trading Scheme, EU ETS, is door de Europese Unie opgezet om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Voor elk vervuilend bedrijf is bepaald hoeveel broeikasgassen het per jaar maximaal mag uitstoten. Bedrijven die minder uitstoten dan dat quotum, kunnen wat zij hebben overgehouden verkopen aan bedrijven die boven hun maximum zitten.

Inmiddels zijn de prijzen van de ETS-emissierechten echter gezakt tot onder 1 euro per ton CO2. De rechten zijn dus bijna niets meer waard.

De maximale hoeveelheid broeikasgassen die elk bedrijf mag uitstoten, wordt steevast te hoog geschat en de prijsontwikkeling van de rechten is onvoorspelbaar, waardoor investeerders passief blijven.

Door de problemen met de Europese en mondiale emissiehandel zal het doel daarvan, een reële prijs verbinden aan de uitstoot van broeikasgassen, waarschijnlijk niet worden gerealiseerd.

Erger is dat sommige onderzoekers stellen dat het systeem op een gegeven moment zal instorten.

De slechte werking van de emissiehandel heeft grote consequenties voor het tegengaan van klimaatverandering. De handel is opgezet om landen en bedrijven te stimuleren minder broeikasgassen te produceren.

Is de minister op de hoogte van de slechte werking van de emissiehandel en kan hij dit toelichten? Kan de minister aangeven wat volgens hem de oorzaken van het falen zijn?

Kan de minister toelichten welke stappen hij terzake heeft ondernomen?

Welke maatregelen moeten er volgens de minister worden getroffen om de emissiehandel recht te trekken?

Deelt de minister de stelling als zou de situatie niet meer recht te trekken zijn en kan hij dit illustreren?

Wat vindt hij van de suggestie om de emissiehandel te vervangen door bijvoorbeeld een internationale broeikasgasbelasting, gezien dit aan investeerders en de consumenten een stuk meer zekerheid biedt? Kan hij de pro's en de contra's overlopen en aangeven of hij voorstander is van dergelijke belasting?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van de minister.

Ik heb de reacties in de pers vernomen over de werking van emissiehandel van o.m. de Nederlandse professor Jepma van de Rijksuniversiteit Groningen die vorige week kritiek uitte. De sceptici drukken onterecht hun vrees uit over de mogelijke ineenstorting van het systeem.

De voornaamste oorzaak voor de forse daling van de prijs van emissierechten is het feit dat er momenteel een overvloed aan emissierechten is, waardoor de prijs dramatisch is ingezakt. Er werden tijdens de eerste proefperiode 2005-2007 te veel emissierechten toegewezen aan de bedrijven.

Van de beoordeelde nationale allocatieplannen voor de volgende periode, 2008-2012, besliste de Europese Commissie dat er ongeveer 5 à 9% minder emissierechten mochten worden toegewezen. Dat is belangrijk om de Kyotodoelstelling te halen, maar ook om ervoor te zorgen dat er in 2008 voldoende schaarste ontstaat op de markt, waardoor de prijs opnieuw zal stijgen. Bij een sterke stijging van de prijs, bijvoorbeeld rond 30 euro, zullen de bedrijven aangezet worden om emissierechten op de markt te brengen, waardoor de prijs opnieuw zal dalen. Enige prijsvolatiliteit zal dus wel blijven bestaan.

Met de steun van de federale regering, wens ik de beslissing van de Europese Commissie over het Belgische allocatieplan niet in vraag te stellen door bijvoorbeeld naar het Europese Hof te trekken.

Essentieel is dat de nationale allocatieplannen geharmoniseerd worden en dit om concurrentieverstoring tussen de verschillende bedrijven die onder het systeem vallen te vermijden. De Europese Commissie wijst in haar mededeling over de herziening van de richtlijn over de emissiehandel trouwens op de noodzaak voor gestandaardiseerde toewijzingsmethoden, teneinde gelijke regels te garanderen. Uiterlijk einde 2007 zal de Europese Commissie een wetgevend voorstel voorleggen met het oog op het versterken en het verruimen van de werkingssfeer. Bovendien kent het systeem geen einddatum. Het systeem gaat na 2012 door, onafhankelijk van de uitkomst van de internationale klimaatonderhandelingen over het post-2012 klimaatregime.

In antwoord op de vraag aangaande de voor- en nadelen van internationale belastingen, kan ik aangeven dat bepaalde sectoren zich beter lenen tot een regulering via belastingen. Het nadeel is echter dat de opvolging van de emissiebronnen zeer omslachtig is en dat dit voorstel op verzet van de Wereldhandelsorganisatie zal stuiten. Het voornaamste voordeel van emissiehandel is dat het instrument de kosten voor het halen van de Kyotodoelstelling doet dalen en dat men weet of de bedrijven de Kyotodoelstelling halen. Met een belasting weet men hoeveel inkomsten het instrument kan incasseren, maar niet of de doelstelling gerealiseerd wordt.