3-216 | 3-216 |
De voorzitter. - mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.
Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - De spaarrichtlijn van de Raad voorziet in een systeem van automatische informatie-uitwisseling tussen de lidstaten over rentebetalingen die worden verricht door uitbetalende instanties van een lidstaat aan particulieren die in een andere lidstaat wonen.
In België, Luxemburg en Oostenrijk wordt een overgangsregeling toegepast waarbij bronbelasting wordt geheven en de opbrengsten daarvan gedeeld worden met de woonstaat van de belastingplichtige.
Sinds 1 juli 2005 zijn gelijkwaardige maatregelen als die van de spaarrichtlijn, in werking getreden tussen de Europese Gemeenschap en vijf belangrijke Europese derdelanden, Zwitserland, Andorra, Liechtenstein, Monaco en San Marino, en tussen elk van de 25 EU-lidstaten en elk van de afhankelijke of geassocieerde gebieden die daarvoor als relevant beschouwd werden namelijk Jersey, Guernsey, het eiland Man, de Caymaneilanden, Anguilla, Montserrat, de Britse Maagdeneilanden, de Turks- en Caicoseilanden, de Nederlandse Antillen en Aruba.
Naar verluidt zou de verhoopte opbrengst niet worden gehaald, daar er diverse loopholes zouden zijn en zeer welstellende burgers uitwijken naar Macau of Hongkong.
Hoeveel brengt de bronbelasting op die met toepassing van de afgesloten akkoorden door derde landen wordt geheven? Kan de minister dat toelichten?
Kan de minister aangeven welke bedragen Luxemburg en Oostenrijk als heffing van bronbelasting voor niet residenten aan België hebben doorgestort?
Hoe evalueert de minister de impact van de spaarrichtlijn op het internationale spaargedrag en kan hij aangeven welke elementen kunnen worden aangescherpt en bijgestuurd? Ik denk hier in het bijzonder aan de landen die nog geen soortgelijke overeenkomst met de EU hebben gesloten teneinde oneerlijke concurrentie op fiscaal vlak te vermijden.
Stemmen de bedragen die voortvloeien uit het principe van de bronheffing voor België overeen met het begrote bedrag en kan de minister dat toelichten?
Kan de minister aangeven op hoeveel de ingevolge de spaarrichtlijn in België ingehouden bronbelasting wordt begroot, alsook aangeven hoeveel hiervan reeds werd doorgestort aan de andere lidstaten?
Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van de minister.
Ik bezorg u een tabel die een globaal overzicht geeft van de bedragen die werkelijk aan België werden gestort door de EU-lidstaten en door de derde landen in het kader van richtlijn 2003/48/EG, de zogenaamde Europese spaarrichtlijn, gedurende het jaar 2006. Het betreft dus enkel de op de Belgische rijksmiddelenbegroting 2006 geboekte ontvangsten.
En ce qui concerne l'année 2007, les recettes totales encaissées ne seront connues qu'à la fin de cette année, la plus grande partie des recettes n'étant versée qu'à partir du mois de juin.
S'agissant de la question 3, il est difficile d'évaluer l'impact de la directive « épargne » sur le comportement des épargnants. Il est cependant clair que tous les centres financiers internationaux ne sont pas sur un pied d'égalité à l'égard de cette directive.
C'est pourquoi la Belgique a toujours été favorable à la conclusion, avec les importants centres financiers d'Asie - Hong Kong, Singapour et Macao - d'accords similaires à ceux conclus avec les États tiers que vous mentionnez. Un mandat en ce sens a été donné par le Conseil de l'Union européenne à la Commission européenne. Celle-ci a pris contact avec ces centres financiers et les négociations sont actuellement en cours.
Un montant estimé à 25 millions d'euros a été retenu lors de la dernière révision budgétaire pour l'année 2006. Comme il s'agit d'un système qui vient seulement de démarrer, il est évident qu'il y avait une différence entre les estimations et les réalisations. Cette différence a été principalement générée du fait qu'il était très difficile d'estimer la ventilation entre les personnes qui conserveraient leur argent à l'étranger et celles qui allaient le rapatrier, précisément à la suite de l'instauration de la directive européenne et/ou des mesures qui ont été prises dans le cadre de la DLU.
Il est clair que ces deux mesures ont eu un impact important sur le rapatriement de l'argent vers la Belgique. Cela a été indubitablement constaté sur la base de l'évolution des recettes en matière de précompte mobilier. Il va de soi que le précompte mobilier récupéré en plus lors des réinvestissements directs en Belgique s'est fait au détriment des recettes versées à partir de l'étranger.
Pour répondre à la question 5, je dirai qu'il n'y a pas de prévision distincte réalisée en Belgique concernant la retenue d'impôt à la source, dans le cadre de la directive européenne sur l'épargne. Pour l'année 2006, l'impôt à la source retenu s'élève au total à 22.048.777,90 euros. Conformément aux dispositions de la directive précitée, 25%, soit 5.512.194,47 euros, ont été retenus par la Belgique en couverture de ses frais administratifs. Ceux-ci, récupérés, ont été inscrits dans le budget de l'État comme une recette non fiscale. Le solde restant, soit 16.536.583,43 euros, a été versé aux pays concernés.
Pour 2007, le total de l'impôt à la source retenu jusqu'au mois de mars inclus atteint 14.566.150,51 euros. Après retenue des frais d'administration, cela signifie un impôt source à verser de 10.924.612,89 euros.