3-214

3-214

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 19 APRIL 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en aan de minister van Werk over «de gebrekkige registratie van beroepskankers door het Fonds voor de Beroepsziekten» (nr. 3-1476)

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Ik stootte onlangs op onrustwekkende cijfers van de Belgische Federatie tegen Kanker. Die bevestigde mijn eerdere stelling dat 4% van alle kankers te wijten zijn aan beroepsomstandigheden. Gemiddeld zouden er 1.600 nieuwe kankers per jaar zijn. Luidens een andere studie zullen beroepsgebonden kankers nog toenemen. Vreemd genoeg werden er in 2006 slechts 186 beroepskankers erkend. Het Fonds voor beroepsziekten werkt met open lijsten en gesloten lijsten. Bij de open lijst moet de werknemer zelf alle bewijslast leveren. Naar verluidt is de open lijst quasi onoverkomelijk. Een ander probleem blijkt te liggen in de logge en trage procedure die het Fonds van Beroepsziekten hanteert. Aangezien er zo weinig aangiften van beroepsziekten zijn en zo weinig kankers worden erkend, lijkt het om een marginaal verschijnsel te gaan en dreigt de waakzaamheid ten aanzien van kankerverwekkende producten op de werkvloer ten onrechte te verslappen.

Hoe verklaart de minister dat er in 2006 186 beroepskankers werden erkend, terwijl er gemiddeld jaarlijks 1.600 nieuwe beroepskankers zijn?

Is het juist dat we hier een achterstand hebben opgelopen ten opzichte van de buurlanden?

Hoeveel tijd verloopt er gemiddeld tussen de aanvraag van de erkenning van een beroepskanker en de erkenning ervan, zowel wat de open als de gesloten lijst betreft?

Hoeveel tijd verloopt er gemiddeld tussen het inbrengen van de gemaakte kosten bij de erkenning van de beroepsziekte en de datum van uitbetaling?

Waarom moet de patiënt gedetailleerde facturen voorleggen? Is het niet eenvoudiger dit via de ziekenhuizen te laten verlopen?

Is de minister bereid de procedure te vereenvoudigen? Zo ja, waar kan ze worden vereenvoudigd?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Mijn bekommernis gaat uit naar de gehele bevolking, zowel werknemers als omwonenden en verbruikers. In de industrie worden inderdaad veel producten gebruikt waarvan we onvoldoende alle kenmerken kennen.

De federale overheidsdienst Volksgezondheid voert hiernaar onderzoek uit, zoals bijvoorbeeld naar formaldehyde, dat aanwezig is in onze privéomgeving en naar de afstotingen van strontium in de omgeving van kerncentrales.

Dit is een grensoverschrijdend probleem. Het Europees Parlement heeft na een gedenkwaardig politiek steekspel het REACH-project aanvaard. Vanaf 2008 zullen de industrieën de toxische risico's van hun productie moeten evalueren.

Er worden twee soorten cijfers door elkaar gehaald: enerzijds de erkende gevallen van beroepsziekten en anderzijds het aantal kankers dat volgens theoretische berekeningen mede aan het beroep te wijten zouden kunnen zijn.

Het Fonds voor de beroepsziekten vergoedt schade door kankers die op de lijst van de beroepsziekten staan en hanteert daarbij criteria van blootstelling en van diagnose. Indien aan die criteria is voldaan, moet geen bewijs van een oorzakelijk verband worden geleverd. Dit principe kan uiteraard alleen worden gehanteerd voor kankers die met een zeer hoge mate van waarschijnlijkheid door de beroepsuitoefening werden veroorzaakt.

In 2000 werden er 116 kankers erkend, in 2001 122, in 2002 152, in 2003 180, in 2004 146, in 2005 179 en in 2006 186.

Van 2000 tot 2006 gaat het om 5 longkankers door arseen, 16 longkankers door zeswaardig chroom, 3 longkankers door nikkel, 7 longkankers door homologen van naftaleen, 2 longkankers door polycyclische aromatische koolwaterstoffen, 17 schildklierkankers door ioniserende stralingen, 1 leverkanker door een virale infectie, 30 leukemieën door benzeen, 159 kankers van de neusholte en sinussen door houtstof en door asbest.

Voor asbest gaat het om 841 kankers waarvan 5 kankers van het strottenhoofd (larynx), 34 van het buikvlies, 550 van het longvlies en 252 van de longen.

Mijn collega Verwilghen is wellicht beter geplaatst om mee te delen of via een registratiesysteem kan bepaald worden welke hoeveelheid kankerverwekkende, mutagene of reprotoxische stoffen in ons land circuleert. De hoeveelheid is echter niet het enige criterium om het gevaar voor de werkende bevolking of de bevolking in het algemeen in te schatten.

Wat betreft de procedure bij het Fonds voor Beroepsziekten, bestaan er geen specifieke statistieken over de duur van het onderzoek met het oog op de erkenning van een beroepskanker. Het gemiddelde voor ziekten opgenomen in de lijst bedraagt 220 dagen. Wat betreft mesothelioom is de duur van het onderzoek minder dan 120 dagen als het dossier volledig is.

Wat de open lijst betreft beschikken we niet over statistieken. De erkenning in dit systeem is eerder uitzonderlijk. Het bewijs van het kankerverwekkende karakter van een product wordt immers geleverd door epidemiologische enquêtes die bruikbaar zijn om een kankertype op de lijst te plaatsen. Zelden kan men een rechtstreeks en individueel verband aantonen tussen blootstelling en risico, zoals vereist is voor het open systeem.

De termijn voor de terugbetaling van geneesmiddelen bedraagt minder dan drie maanden. De procedures moeten inderdaad zo kort mogelijk zijn, maar tussenkomst is pas mogelijk na terugbetaling van de medische zorg door het ziekenfonds. Het rechtstreeks doorsturen van facturen door het ziekenhuis heeft dus geen zin.