3-2409/2

3-2409/2

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

18 APRIL 2007


Wetsontwerp tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIĖN EN VOOR DE ECONOMISCHE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

DE HEER COLLAS


I. INLEIDING

Dit optioneel bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsontwerp van de Regering (stuk Kamer, nr. 51-2802/1).

Het werd op 12 april 2007 eenparig aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Het werd op 13 april 2007 overgezonden aan de Senaat en op 16 april 2007 geėvoceerd.

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 18 april 2007.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE MINISTER VAN ECONOMIE, ENERGIE, BUITENLANDSE HANDEL EN WETENSCHAPSBELEID

Voor een harmonieuze ontwikkeling van het handelsverkeer op de digitale netwerken is een grotere « beveiliging » en een versterking van het « vertrouwen » een ontegensprekelijke noodzaak. Reeds enkele jaren ziet men het fenomeen van de « derde vertrouwenspersoon », die als functie heeft meer garanties inzake veiligheid en betrouwbaarheid van de elektronisch aangeboden diensten te bieden. Zo ontstonden onder meer diensten in verband met de certificatie, de archivering, de tijdsregistratie van elektronische gegevens, diensten in verband met elektronisch aangetekende zendingen en de tijdelijke blokkering van gestorte sommen.

De markt van de vertrouwensdiensten is in volle bloei. Er doen zich evenwel bepaalde moeilijkheden voor en deze diensten kampen met een schommelend kwaliteitsniveau. De afwezigheid van een juridisch kader zorgt onvermijdelijk voor obstakels. Vooreerst is er het feit dat bepaalde weinig gewetensvolle dienstverleners diensten aanbieden die technisch en ook juridisch onvoldoende betrouwbaar zijn. Vervolgens kan de klant bij gebrek aan minimumnormen moeilijk nagaan welke dienstverlener het vertrouwen waard is, en dus ook welke dienst het dichtst zijn behoeften benadert. Ten slotte is er het risico dat de rechters geconfronteerd dreigen te worden met prangende juridische vraagstukken in verband met dergelijke diensten, waarvoor het gemeen recht ontoereikend blijkt.

Het is dan ook van primordiaal belang om deze nieuwe activiteiten juridisch te omkaderen. Het huidige wetsontwerp beoogt de diensten in verband met elektronische archivering, elektronische registratie, elektronisch aangetekende post, en tijdelijke blokkering van gestorte sommen.

Met de geplande regelgeving wordt een evenwicht beoogd tussen soepelheid en veiligheid. De uitdaging bestaat erin, een relatief soepel kader uit te werken om het aanbod van vertrouwensdiensten te stimuleren, zonder daarbij de Europese voorschriften uit het oog te verliezen. Dat kader moet tegelijkertijd voldoende veiligheid en bescherming bieden aan de afnemers van vertrouwensdiensten, en hen een minimaal niveau van kwaliteit kunnen garanderen.

Om deze doelstellingen te realiseren, werd het juridisch kader van de vertrouwensdienstverleners in twee luiken onderverdeeld, die nauw met elkaar samenhangen.

Het eerste deel, dat door dit wetsontwerp wordt geļmplementeerd, bevat de gemeenschappelijke voorwaarden die dwingend zijn voor de vier betrokken vertrouwensdiensten. Elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die een van deze diensten levert, moet dus ten minste aan deze gemeenschappelijke basisnormen voldoen. Deze verplichtingen betreffen onpartijdigheid, vertrouwelijkheid en veiligheid van de doorgegeven gegevens, voorlichting van de klant in verband met sommige aspecten van de dienst, kwalificatie en ervaring van het personeel wat de geleverde dienst betreft, financiėle soliditeit, enz. De meeste van deze verplichtingen zijn gekoppeld aan een systeem van controle en bestraffing.

Het tweede luik is gewijd aan het delegeren van bevoegdheden aan de Koning. De Koning kan de garanties vastleggen die specifiek zijn voor elk van de diensten, dit met respect voor de technologische neutraliteit en met oog voor de noodzaak van een flexibel kader dat is aangepast aan de evolutie van de techniek.

III. ALGEMENE BESPREKING

De heer Collas stelt vast dat de voorgestelde bepalingen een opsomming bevatten van de verleners van vertrouwensdiensten die aan het regelgevend kader zullen voldoen. Bestaat er een idee over het aantal van deze dienstverleners ?

De minister antwoordt hierop ontkennend.

De heer Willems verwijst naar de discussie die momenteel plaatsvindt in de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer met betrekking tot e-billing en dergelijke en hij vraagt of er enig verband bestaat tussen beiden ?

De minister stelt dat de voorgestelde bepalingen niet van toepassing zijn op de elektronische facturering. Hier bestaat immers een apart regelgevend kader voor. Wat de uitvoeringsbesluiten betreft bijvoorbeeld in verband met de elektronische archivering, merkt de spreker op dat hier een aanzienlijk aantal regels te maken hebben met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

IV. STEMMINGEN

Het wetsontwerp in zijn geheel wordt aangenomen door de 10 aanwezige leden.


Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Berni COLLAS. Luc WILLEMS.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers (zie stuk Kamer, nr. 51-2802/005)