3-2359/2

3-2359/2

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

11 APRIL 2007


Wetsontwerp betreffende de consumentenakkoorden

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, in verband met de collectieve consumptieakkoorden


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN VOOR DE ECONOMISCHE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW ANSEEUW


I. INLEIDING

Dit optioneel bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer, nr. 51-2940/1).

Het werd op 29 maart 2007 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, met 89 stemmen bij 39 onthoudingen.

Het werd op 30 maart 2007 overgezonden aan de Senaat en op dezelfde dag geëvoceerd.

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 11 april 2004.

Gegeven de nauwe samenhang werd het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, in verband met de collectieve consumptieakkoorden van de dames Kapompolé en Zrihen mee in behandeling genomen. Dit voorstel werd reeds besproken op 8 februari 2006.

II. INLEIDENDE UITEENZETTINGEN

A. Inleidende uiteenzetting door de vice-eersteminister en minister van Begroting en Consumentenzaken

Het consumentenrecht is sterk geëvolueerd de laatste dertig jaar. In verscheidene sectoren heeft de wetgever de verhoudingen tussen de verkopers en de consumenten uitgeklaard, door middel van algemene of bijzondere regels. De wetgever heeft in belangrijke mate ingegrepen op het vlak van de handelspraktijken, de financiële diensten, de veiligheid van de consumenten.

De wet kan echter niet eens en voor altijd alle situaties regelen. Daarom zijn er nieuwe vormen van regelgeving opgedoken. Hiermee worden zeer verschillende methodes aangeduid zoals gedragscodes, charters, de normalisering, de buitengerechtelijke behandeling van de klachten ...

Het gaat niet om nieuwe vormen van regelgeving in de zin dat de klassieke vormen achterhaald zouden zijn. Integendeel. De wet blijft het middel bij uitstek om de maatschappelijke verhoudingen te regelen.

Deze nieuwe vormen moeten worden beschouwd als aanvullingen.

— De laatste jaren werden er verschillende akkoorden afgesloten tussen de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de consumenten, zoals inzake reclame, financiële diensten, telefonie of elektriciteit ...

— In sommige domeinen en onder bepaalde voorwaarden kan de co-regulering, door haar soepelheid en haar snelheid, leiden naar een efficiëntie die de traditionele vormen van regelgeving niet kunnen bereiken.

Consumentenakkoorden bieden duidelijke voordelen :

— zij lenen zich er beter toe dan een reglementering om tot in detail te gaan;

— zij staan soepeler tegenover wijzigingen;

— doordat zij ervoor zorgen dat de betrokken partijen rechtstreeks mee aan tafel zitten vanaf het ogenblik waarop de regels worden uitgewerkt, kunnen zij een grotere garantie bieden dat de goedgekeurde bepalingen ook effectief worden nageleefd;

— zij kunnen een experimentele of overgangsfase uitmaken in het proces van ontwerp, uitwerking en toepassing van rechtsregels.

Er moet echter een speciaal kader worden georganiseerd voor de totstandkoming en de uitvoering van zulke regels want de akkoorden op zuiver vrijwillige basis zijn niet transparant genoeg, er is geen algemene instemming van de professionelen, er wordt geen sanctie opgelegd bij niet-naleving en ten slotte gaat het om het totstandkomen van regels waarbij van bij de aanvang niet iedereen bij betrokken is.

Er moet een middenweg worden georganiseerd tussen de traditionele regels en de regels die door de actoren wordt uitgewerkt.

Het ontwerp beoogt een praktijk te bestendigen die ingesteld werd door de Raad voor het Verbruik.

De Raad voor het Verbruik heeft verscheidene malen onderhandeld over de gedragsnormen die van toepassing zijn op de verkopers, zoals inzake de bankmarketing ten opzichte van de jongeren of inzake reclame voor kinderfeesten.

Deze normen zijn een uitdrukking van de loyaliteit die altijd moet aanwezig zijn in de verhoudingen tussen de consumenten en de professionelen. De niet-naleving daarvan kan gesanctioneerd worden als een daad die in strijd is met de eerlijke handelsgebruiken (artikelen 93 en 94 van de WHPC).

De controlediensten, in het bijzonder de algemene directie Controle en Bemiddeling van de FOD Economie, passen deze principes toe, zoals bijvoorbeeld bij de jaarlijkse controle van de naleving van de regels die door de Raad voor het Verbruik werden opgesteld rond de reclame voor de kinderfeesten.

Het ontwerp heeft hetzelfde doel als het wetsvoorstel van de dames Kampompolé en Zrihen, met twee verschillen.

Er kan enkel een koninklijk besluit worden genomen als de Raad voor het Verbruik ermee instemt, omdat de unanimiteitsregel in dit ontwerp van primordiaal belang is.

De gezamenlijke actie van de verbruikersorganisaties vergt een algemene discussie, die momenteel wordt gevoerd, en in de volgende legislatuur nog een vervolg moet krijgen.

De voorgestelde weg kadert in een traditie van dialoog en onderhandeling. Het is niet haar bedoeling de traditionele regel te vervangen. Zij moet echter wel toelaten om die traditionele regel te vervolledigen, op een soepele en efficiënte manier.

B. Inleidende uiteenzetting door mevrouw Kapompolé, mede-indiener van het wetsvoorstel

Voorliggend voorstel strekt tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, de referentiewet als het om de reglementering van de verhoudingen tussen consument en verkopers/producenten gaat.

Alhoewel er vrijwillige vormen van regulering bestaan met betrekking tot bijvoorbeeld reclame voor kinderen, bancaire marketing die gericht is op jongeren, de consumptie van alcohol bij jongeren, ...merkt de spreekster op dat deze overeenkomsten worden miskend en weinig worden gerespecteerd. Om die reden is het de bedoeling om het afsluiten van dergelijke overeenkomsten te bevorderen en om de stappen die vrijwillig worden gezet te ondersteunen. Bovendien is het de bedoeling om deze akkoorden wettelijk te kaderen.

Vervolgens verwijst de spreekster naar de schriftelijke verantwoording. Ze merkt op dat haar voorstel reeds in oktober 2005 werd ingediend en dat er eigenlijk vanaf dan reeds had kunnen vooruitgang geboekt worden met deze bepalingen. Het is echter wel duidelijk dat het voorliggende wetsontwerp een duidelijke vooruitgang boekt die aan de doelstelling van de spreekster beantwoordt namelijk de organisatie van een goede coregulatie met de consumentenorganisaties.

III. ALGEMENE BESPREKING

Mevrouw Hermans verklaart dat de vergadering zich moet realiseren dat consumentenakkoorden een bijkomende vorm van reglementering vormen die als een aanvulling moet gezien worden op de wetgeving. Ze zijn echter complementair en hebben in die zin niet de bedoeling om de regelgeving te vervangen. Echter, aangezien consumentenakkoorden vrij ver kunnen gaan voor het regelen van de kwaliteit, conformiteit en de veiligheid van de betrokken producten, houden ze een gevaar in voor bijkomende overreglementering en voor corporatisme. Bovendien is niet duidelijk in welke mate de regering over dergelijke specifieke akkoorden kan waken. Hoe kan de regering het overzicht houden over de correcte uitvoering ervan op de markt ?

Zou het in die zin niet nuttig zijn om een hoorzitting te organiseren ? Immers, momenteel zijn de partijen die zich door de voorgestelde bepalingen zullen moeten engageren nog steeds niet gehoord waarbij bovendien de standpunten terzake toch wel erg verdeeld zijn. Eventueel kan ook de Raad voor het verbruik worden gehoord.

De minister merkt op dat de Raad voor het Verbruik op de data van 25 september 2003 en van 19 januari 2006 reeds een advies heeft uitgebracht. Op basis van het eerste advies werden bovendien de voorgestelde bepalingen aangepast en werd de driedubbele unanimiteit ingeschreven.

Wat de opmerking in verband met een mogelijke overreglementering betreft, merkt de spreekster op dat de voorliggende bepalingen niets verplichten. Het gaat immers over een soepel instrument om de coregulering te omkaderen. Wat de inhoud van het akkoord zelf is, hangt af van de wil van de betrokken partijen die unaniem tot een besluit moeten komen.

Nu reeds worden er akkoorden gesloten die worden beschouwd als eerlijke handelsgebruiken. Dit laat de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de FOD Economie toe om een controle uit te oefenen en op te treden.

Er wordt verder opgemerkt dat het ontwerp in waarborgen voorziet opdat de akkoorden niet in strijd zouden zijn met nationale, Europese of andere reglementering.

De vergadering is verbaasd over de vraag tot organisatie van hoorzittingen. Zij beslist vanwege de mogelijkheid om op een eerder tijdstip reeds hoorzittingen te organiseren, vanwege de tijdsdruk en vanwege de reeds bestaande adviezen van de Raad voor het Verbruik waar alle partijen hun standpunt hebben bekendgemaakt, niet op deze vraag in te gaan.

IV. STEMMINGEN

Het wetsontwerp in zijn geheel wordt aangenomen met 6 stemmen voor bij 3 onthoudingen.

Ingevolge de goedkeuring van het ontwerp vervalt het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, in verband met de collectieve consumptieakkoorden (stuk Senaat, nr. 3-1407).


Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Stéphanie ANSEEUW. Luc WILLEMS.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (zie stuk Kamer, nr. 51-2940/004)