Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-78

ZITTING 2006-2007

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Mobiliteit

Vraag nr. 3-5869 van mevrouw Anseeuw d.d. 21 september 2006 (N.) :
Zeehavens. — Radiocommunicatie.

Volgens eigen bronnen doen er zich ernstige problemen voor bij de communicatie tussen de pleziervaartuigen en koopvaardijschepen met de respectievelijke Belgische kusthavens.

Meer specifiek verloopt de communicatie tussen de verschillende vaartuigen en hun respectieve aanleghavens door elkaar, wat maakt dat sommige boodschappen niet terechtkomen. Zo zijn er in Nieuwpoort drie havens en daar verloopt de communicatie met de boten uiterst chaotisch, daar ze allemaal door elkaar communiceren. Dit kan ernstige gevolgen hebben, aangezien schepen bij het binnen- en buitenvaren van de havens communiceren met de desbetreffende haven. Zo denk ik aan dringende berichten aangaande boeien, gevaren, en dergelijke op zee die aldus niet via de aangewezen marifoonkanalen geraken tot bij de havenautoriteiten. Verschillende schippers hebben de vrees geuit dat bij ernstige problemen en acuut gevaar deze gebrekkige communicatie kan leiden tot zeer ernstige incidenten en aanvaringen.

Het probleem zou liggen bij de toekenning van de frequenties.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Heeft de geachte minister weet van problemen in onze diverse zeehavens inzake de radiocommunicatie tussen de vaartuigen en de havens ?

2. Heeft hij klachten heeft ontvangen inzake de aangehaalde communicatieproblemen met de zeehavens en zo ja, kan hij deze toelichten ? Om welke havens gaat het ?

3. Hebben er zich in respectievelijk 2004, 2005 en de eerste semester van 2006 incidenten hebben voorgedaan in de vaargeul van de havens of op zee die deels werden veroorzaakt door een slechte radiocommunicatie met de zeehavens ? Om hoeveel incidenten ging het en welke waren de gevolgen ?

4. Is hij het met mij eens dat het bovenvermelde voorbeeld aantoont dat de communicatie op gescheiden frequenties moet verlopen, waardoor deze niet meer door elkaar verlopen, gezien de ernstige gevaren die dit met zich meebrengt ? Zo neen, kan hij dit standpunt uitvoerig toelichten ? Zo ja, kan hij aangeven welke maatregelen hij zal treffen ?

5. In hoeverre is het Belgisch instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) reeds op de hoogte van het probleem ? Is het BIPT bereid wijzigingen door te voeren inzake de frequenties om aldus de mogelijke risico's voor onze scheepvaart te vermijden ? Tegen wanneer mogen we een structurele oplossing verwachten ?