(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Onlangs las ik in een krant het aandoenlijk relaas van een vader die een nier wilde afstaan aan zijn ongeneeslijk zieke zoon. De man mocht dit echter niet bij leven, daar hij een hartziekte had en de operatie levensgevaarlijk kon zijn voor de vader.
Vreemd genoeg mocht de vader dit ook niet bij zijn overlijden, omdat de wet dit verbiedt. De donorwet stelt dat een levende donor een orgaan enkel mag schenken aan iemand van zijn keuze als die persoon in levensgevaar is en als er geen organen van andere donoren voorhanden zijn. Kiezen naar wie je organen gaan na je overlijden is bij wet verboden.
Het is vooral deze laatste bepaling waarbij ik vragen heb. Vanzelfsprekend heb ik begrip voor het argument dat stelt dat de schenking van een orgaan belangeloos dient te geschieden. Als iedereen vrij kan kiezen aan wie het orgaan wordt geschonken opent dit inderdaad de deur voor misbruiken, doch ik zie niet in welke bezwaren men kan hebben tegen een donatie van een orgaan van de vader of de moeder bij overlijden aan een kind of kleinkind als deze laatste in levensgevaar verkeert of ongeneeslijk ziek is. Hier kan immers geen sprake zijn van orgaanhandel.
De betrokken vader en zoon hebben bij heel wat instanties advies gevraagd, doch deze gaven systematisch het niet afdoende antwoord : « De wet is de wet ». Welnu, misschien is het tijd om de wet te herzien.
Graag had ik hieromtrent dan ook volgende vragen voorgelegd aan de geachte minister :
1. Kan hij aangeven of zijn diensten reeds eerder werden geconfronteerd met de vraag voor orgaandonatie na overlijden aan een familielid ?
2. Is hij het met mij eens dat de donorwet gezien hogeraangehaald geval te rigide is en kan hij zijn standpunt uitvoerig toelichten ?
3. Is hij voorstander van een wijziging in de donorwet, waarbij de donor uitzonderlijk wel zijn orgaan na overlijden kan schenken aan een familielid (al of niet beperkt tot een bepaalde graad of bijvoorbeeld enkel in rechte lijn) mits het familielid dat het orgaan zou ontvangen anders in levensgevaar zou zijn en mits er geen organen van een andere donor voorhanden zijn ? Zo neen, kan hij zijn standpunt uitvoerig toelichten en aangeven welke de ethische en andere bezwaren zouden zijn tegen deze wetswijziging ? Zo ja, kan hij aangeven of hij deze wijziging zou doorvoeren en zo ja, tegen wanneer deze kan worden verwacht ?