(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
De Europese commissaris voor belastingen, de heer László Kovács, gaf in een interview op 4 september 2006 aan dat burgers van de Europese Unie (EU) met gelden in Hongkong, Singapore en mogelijkerwijs Macau binnenkort het doelwit zullen worden van maatregelen vanuit de EU, zoals de uitbreiding van de spaarrichtlijn.
Deze maatregelen komen er tengevolge de vaststelling dat welvarende Europese burgers honderden miljoenen euro's offshore hebben geplaatst in een poging de gevolgen van de Europese spaarrichtlijn te ontlopen. EU-Commissaris Kovács wil een mandaat om de onderhandelingen met Hongkong en Singapore aan te vatten. Naar verluidt zou de Europese richtlijn om offshore spaargelden te belasten, of om informatie over de rekeninghouders door te geven aan het land van oorsprong, niet werken, zo meldde de Financial Times op 4 september 2006. Zo zouden Duitse burgers 300 tot 500 miljoen euro hebben liggen in offshore rekeningen.
De spaarrichtlijn is volledig van toepassing in Zwitserland sinds zes maanden. Naar verluidt zou er slechts 100 miljoen euro aan roerende voorheffing zijn geïnd. Dit staat totaal niet in verhouding tot de enorme bedragen die worden aangehouden in Zwitserland door burgers van de EU.
Volgens het artikel in de Financial Times zouden de belastingontduikers gebruik maken van « loopholes » in de richtlijn. Volgens de Europese commissaris worden ook spaargelden overgeheveld naar belastingsparadijzen die niet onder de nieuwe richtlijn vallen.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :
1. Hoe staat de geachte vice-eersteminister ten opzichte van het voornemen van de Europese commissaris voor belasting en douane om de belastingontduiking van EU burgers naar Hongkong, Singapore en Macau aan te pakken en kan hij het standpunt dat de Belgische regering ter zake aanhoudt, aangeven en toelichten ?
2. In hoeverre gaat dit voornemen in tegen het dubbelbelastingsverdrag dat recent met Hongkong werd geratificeerd en dat België een competitief voordeel oplevert ten opzichte van andere EU-landen ?
3. In hoeverre kan dit voornemen een negatieve impact hebben op de investeringen van België in Hongkong en Singapore ?
4. Hoeveel Belgische ondernemingen beroepen zich heden op het dubbelbelastingsverdrag met Hongkong om via Hongkong, handel met China te drijven of er te investeren ?
5. Meent hij dat Hongkong, Singapore en Macau belastingsparadijzen zijn en kan hij dit uitvoerig toelichten in het licht van het Europese voornemen ?
Antwoord : De spaarrichtlijn 2003/48/EG van de Raad (hierna genoemd « de spaarrichtlijn ») voorziet in een systeem van automatische informatieuitwisseling tussen de lidstaten over rentebetalingen die worden verricht door uitbetalende instanties van een lidstaat aan particulieren die in een andere lidstaat wonen. België, Luxemburg en Oostenrijk passen een overgangsregeling toe waarbij bronbelasting wordt geheven en de opbrengsten daarvan gedeeld worden met de woonstaat van de belastingplichtige.
De spaarrichtlijn draagt ertoe bij dat financiële tussenpersonen onder gelijke voorwaarden op de gehele interne markt met elkaar kunnen concurreren. Vanuit dat oogpunt is de ECOFIN-raad overeengekomen dat, om het concurrentievermogen van de Europese financiële markten te vrijwaren, de richtlijn pas in werking zou treden nadat er voldoende waarborgen waren verkregen dat dezelfde maatregelen zouden worden toegepast door alle betrokken afhankelijke of geassocieerde gebieden van de lidstaten, en dat maatregelen van gelijke strekking zouden worden toegepast door de Verenigde Staten van Amerika, Zwitserland, Andorra, Liechtenstein, Monaco en San Marino.
Dientengevolge zijn op 1 juli 2005, na jaren van gevoelige discussies en onderhandelingen, gelijklopende overeenkomsten, die voorzien in gelijkwaardige maatregelen of in dezelfde bepalingen als die van de spaarrichtlijn, in werking getreden tussen de Europese Gemeenschap en vijf belangrijke Europese belangrijke derde landen (Zwitserland, Andorra, Liechtenstein, Monaco en San Marino) en tussen elk van de 25 EU-lidstaten en elk van de afhankelijke of geassocieerde gebieden die daarvoor als relevant beschouwd werden (Jersey, Guemsey, het eiland Man, de Caymaneilanden, Anguilla, Montserrat, de Britse Maagdeneilanden, de Turks- en Caicoseilandert, de Nederlandse Antillen en Aruba).
Aangaande de Verenigde Staten van Amerika, is de Ecofin-raad op 21 januari 2003 op basis van een verslag van de Commissie tot de conclusie gekomen dat met de bestaande bepalingen in de belastingverdragen met de EU-lidstaten al was voldaan aan de voorwaarde dat er voldoende waarborgen dienden verkregen te worden in verband met de uitvoering van maatregelen van gelijke strekking.
In de besluiten van diezelfde Ecofin-raad van 21 januari 2003 was een beginselverklaring opgenomen waarmee de raad de Commissie eveneens tevens verzocht om tijdens de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde overgangsperiode besprekingen aan te vatten met andere belangrijke financiële centra teneinde ervoor te zorgen, dat in die rechtsgebieden maatregelen worden aangenomen die gelijkwaardig zijn met die welke in de Gemeenschap moeten worden toegepast.
Van hun kant hebben de vijf belangrijke derde landen die met de Europese Gemeenschap een overeenkomst hebben gesloten betreffende de belastingheffing op inkomsten uit spaargelden, de Europese Gemeenschap ertoe aangezet ervoor te ijveren dat ook met andere rechtsgebieden die een belangrijke financiële dienstensector hebben, gelijkwaardige regelingen worden opgezet.
In het stadium waarin we ons nu bevinden kunnen nog geen betrouwbare conclusies worden getrokken over het effect dat de toepassing van de spaarrichtlijn en aanverwante initiatieven op het internationale spaargedrag hebben gehad. De diensten van de Commissie erkennen evenwel dat het nodig is ervoor te zorgen dat er onverwijld een gepast iniatief wordt genomen om de territoriale werkingssfeer van gelijkwaardige maatregelen verder uit te breiden, dit om te vermijden dat de internationale concurrentie tussen financiële tussenpersonen onnodig wordt verstoord.
Op 6 juli 2006 heeft de Commissie dan ook voorgesteld om met drie belangrijke financiële centra, met name Hongkong, Singapore en Macao, besprekingen aan te vatten onder de vorm van informele verkennende gesprekken op politiek en technisch niveau. Op niveau van de Raad zal België dit initiatief steunen. Formeel is het inderdaad de Raad die de Commissie binnenkort moet verzoeken om ter zake verkennende gesprekken te beginnen met die drie gebieden.
Op het vlak van de bilaterale betrekkingen, heeft de in 2003 met Hongkong afgesloten overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting het mogelijk gemaakt de concurrentiepositie te verbeteren van de Belgische ondernemingen die hun bedrijvigheid in Hongkong uitvoeren door middel van een filiaal. Die overeenkomst bevat ook een bepaling « uitwisseling van inlichtingen » die het mogelijk maakt de inlichtingen uit te wisselen die nodig zijn voor het uitvoeren van de bepalingen van de overeenkomst of van de bepalingen van de interne wetgeving van beide overeenkomstsluitende partijen met betrekking tot de door de overeenkomst beoogde belastingen, meer bepaald de bepalingen die betrekking hebben op het bestrijden van het ontduiken en het ontgaan van belastingen. Het afsluiten met Hongkong van een eventuele overeenkomst « Sparen » moet de in het dubbelbelastingverdrag voorziene uitwisseling van inlichtingen aanvullen, en moet het mogelijk maken om de concurrentievoorwaarden binnen de financiële markten uit te breiden en gelijk te maken tot voorbij de grenzen van de interne markt. België kan dus niets anders doen dan dit project steunen.
Ik herinner eraan dat de OESO in het kader van het Wereldforum over schadelijke belastingpraktijken stappen heeft ondernomen om Hongkong, Macao en Singapore te betrekken bij de werkzaamheden die moeten leiden tot meer transparantie en het bevorderen van een effectieve uitwisseling van informatie over belastingaangelegenheden.
Ik wens bovendien te benadrukken dat Hongkong en Macao op het op 15 en 16 november 2005 in Melbourne gehouden OESO-Wereldforum over fiscaliteit de principes inzake transparantie en effectieve uitwisseling van informatie over belastingaangelegenheden volledig onderschreven hebben en de wil uitgedrukt hebben om ter zake te ijveren voor het tot stand brengen van gelijke concurrentievoorwaarden (« level playing field »).
Wat punt 4 betreft : vermits de met Hongkong afgesloten overeenkomst pas op 7 oktober 2004 in werking is getreden, beschik ik dienaangaande nog niet over de gevraagde informatie.