3-1495/9

3-1495/9

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

8 MAART 2007


Wetsontwerp tot wijziging van artikel 40 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966

Wetsontwerp tot regeling van de bekendmaking in het Duits van de wetten en de koninklijke en ministeriële besluiten afkomstig van de federale overheid en tot wijziging van de wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, alsook van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE INSTITUTIONELE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

DE HEER HAPPART


I. PROCEDURE

Op 21 december 2005 diende senator Berni Collas c.s. twee wetsvoorstellen in tot regeling van de bekendmaking in het Duits van wetten en koninklijke en ministeriële besluiten afkomstig van de federale overheid. Het zwaartepunt van de voorgestelde hervorming lag besloten in het wetsvoorstel nr. 3-1495/1 dat gekwalificeerd werd als betrekking hebbende op een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Het wetsvoorstel nr. 3-1496/1 bevatte wijzigingen aan de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap en betrof derhalve een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

De plenaire vergadering van de Senaat keurde de beide door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden geamendeerde wetsvoorstellen goed op 6 juli 2006, bij eenparigheid van de 63 aanwezige leden, en zond ze diezelfde dag over aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Op advies van de Raad van State heeft de Kamer op haar beurt de beide ontwerpen geamendeerd en ze op 1 maart 2007, bij eenparigheid van de 131 aanwezige leden, goedgekeurd. Op 2 maart werden de twee teksten bijgevolg terug naar de Senaat gezonden.

De commissie voor de Institutionele Aangelegenheden besprak de twee geamendeerde wetsontwerpen tijdens haar vergadering van 8 maart 2007, waarbij voor het optioneel bicameraal wetsontwerp nr. 3-1495/8 de door de artikelen 81, derde lid, en 79, eerste lid, van de Grondwet voorgeschreven procedure werd gevolgd.

Ter uitvoering van die artikelen bepaalt artikel 64.1. van het Reglement van de Senaat dat het wetsontwerp dat door de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat wordt teruggezonden met toepassing van artikel 79, eerste lid, of van artikel 81, derde lid, van de Grondwet bij de Senaat slechts aanhangig is wat betreft de bepalingen die door de Kamer werden geamendeerd of toegevoegd en die nieuw zijn in vergelijking met het aanvankelijk door de Kamer aangenomen wetsontwerp en wat betreft andere bepalingen, alleen om de redactie te verbeteren of de tekst in overeenstemming te brengen met het geheel en zonder nieuwe inhoudelijke wijzigingen aan te brengen.

II. TOELICHTING DOOR DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft de beide wetsontwerpen geamendeerd om tegemoet te komen aan de opmerkingen die de Raad van State in zijn adviezen van 11 december 2006 heeft geformuleerd (cf. stukken Kamer, nrs. 51-2612/2 en 51-2613/2).

Meer in het bijzonder met betrekking tot het wetsontwerp nr. 3-1496/7 moet erop worden gewezen dat de Kamercommissie voor de Herziening van de Grondwet en de Hervorming van de Instellingen, op voorstel van zijn voorzitter, besloten heeft de artikelen 4 tot 7 te vernummeren zodat in chronologische volgorde eerst de opgeheven artikelen aan bod komen (artikel 4 en nieuw artikel 5), vervolgens de overgangsbepaling (nieuw artikel 6) en ten slotte de inwerkingtreding (nieuw artikel 7) (zie verslag-Wathelet, stuk Kamer, nr. 51-2612/4, blz. 11). Artikel 7, § 1, bepaalt de inwerkingtreding van de artikelen 2 tot 4 als aanbevolen door de Raad van State, terwijl § 2 de inwerkingtreding bepaalt van het nieuwe artikel 5 houdende opheffing van artikel 77 van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, waarin een Commissie voor Duitse Rechtsterminologie werd ingesteld onder de verantwoordelijkheid van de federale minister van Binnenlandse Zaken.

III. BESPREKING

De heer Berni Collas, initiator van de twee oorspronkelijke wetsvoorstellen, onderschrijft de door de Kamer goedgekeurde amendementen en hoopt op een spoedige goedkeuring van de twee ontwerpen in de plenaire vergadering van de Senaat.

IV. STEMMINGEN

A. Wetsontwerp nr. 3-1495/8

Met toepassing van de artikelen 81, derde lid, en 79, eerste lid, van de Grondwet beslist de commissie, bij eenparigheid van de 11 aanwezige leden, om in te stemmen met het door de Kamer van volksvertegenwoordigers teruggezonden wetsontwerp in zijn geheel.

B. Wetsontwerp nr. 3-1496/7

De artikelen 1 tot 7 en het wetsontwerp in zijn geheel worden achtereenvolgens aangenomen bij eenparigheid van de 11 aanwezige leden.

Tekstcorrectie

In het Nederlandstalig opschrift van het wetsontwerp dienen de woorden « 31 maart 1961 » te worden vervangen door de woorden « 31 mei 1961 ».

V. AANGENOMEN TEKSTEN

A. Wetsontwerp nr. 3-1495/8

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als die teruggezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers (stuk Kamer, nr. 51-2613/6).

B. Wetsontwerp nr. 3-1496/7

Behoudens de bovenvermelde tekstcorrectie is de door de commissie aangenomen tekst dezelfde als die teruggezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers (stuk Kamer, nr. 51-2612/6).


Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Jean-Marie HAPPART. Anne-Marie LIZIN.