3-202

3-202

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 1 FEBRUARI 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap over «de wachttijden voor gehandicapte personen in het kader van de behandeling van hun dossier» (nr. 3-2079).

De voorzitter. - De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Mensen die hun handicap officieel door de overheid willen laten vaststellen, dienen zich te richten tot de Federale Dienst voor personen met een handicap. De tegemoetkomingen vanwege de overheid worden alleen op aanvraag toegekend. De Federale Dienst voor personen met een handicap controleert de aanvragen en verleent de invaliditeitsattesten. Daarmee kan de betrokkene een uitkering of een speciale parkeerkaart krijgen.

De maximale termijn voor het afhandelen van de aanvragen wordt in het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap vastgelegd op acht maanden. Het overschrijden van die termijn brengt van rechtswege verwijlintresten mee.

Voor de betrokkene zijn de documenten levensnoodzakelijk. Alleen met die documenten kan de betrokkene een uitkering krijgen of de speciale parkeerkaarten aanvragen.

De werking van de Federale Dienst was in het verleden een bron van ergernis. Zo diende een mindervalide in 2002 gemiddeld 11,4 maanden te wachten op een antwoord. In 2003 was dat zelfs meer dan 12 maanden.

Door de modernisering van de werking en de uitbouw van een callcenter werd de wachttijd in 2004 tot 7,9 maanden teruggedrongen. Ook in 2005 bleek dat de wachttijd verder kon worden teruggebracht. Deze bedroeg nog gemiddeld zeven maanden. Op twee jaar tijd werd zo een winst in de afhandelingstermijn van 4,5 maanden gerealiseerd.

Dat is goed nieuws zowel voor de gehandicapten als voor de begroting. Immers, door efficiënter te werken werden er minder verwijlintresten uitbetaald. Dat leverde in 2004 een besparing op van ruim 2,5 miljoen euro.

In 2004 hadden in België 253.000 mensen - één Belg op veertig - recht op een federale tegemoetkoming voor gehandicapten.

Hieromtrent kreeg ik van de minister graag antwoord op volgende vragen.

Hoeveel bedroeg de gemiddelde wachttijd voor de gehandicapte wat betreft de behandeling van zijn/haar dossier in 2006?

Door efficiënter te werken vermijdt de overheid verwijlintresten. Hoeveel besparing voor de overheid leverde de inkrimping van de wachttijd op voor 2005 en voor 2006?

Hoeveel mensen hebben heden recht op een federale tegemoetkoming voor gehandicapten?

Hoeveel bedroeg de gemiddelde leeftijd van de aanvrager in respectievelijk 2003, 2004, 2005 en 2006?

Klopt de berichtgeving als zouden veel hoogbejaarden een tegemoetkoming aanvragen?

De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - In 2006 bedroeg de wachttijd voor de behandeling van een aanvraag voor een tegemoetkoming voor personen met een handicap gemiddeld 7,2 maanden.

Er werd een relatief hoog bedrag aan verwijlinteresten betaald in 2006, namelijk 2.159.128 euro. Dat is nochtans 16,4% minder dan in 2005, toen voor 2.582.280 euro aan verwijlintresten werd betaald. In 2004 ging het om 2.499.774 euro.

Quant aux questions relatives aux demandeurs d'allocations, fin 2006, 264.594 personnes avaient droit à une allocation fédérale aux personnes handicapées.

L'administration des personnes handicapées ne dispose pas de données relatives à l'âge moyen des demandeurs, année par année. Le nombre de nouvelles demandes par tranche d'âge est, quant à lui, connu.

Durant les quatre dernières années, le nombre de demandeurs âgés de moins de 65 ans s'élevait à 21.954 en 2003, 24.746 en 2004, 27.925 en 2005 et 34.303 en 2006.

Le nombre de demandeurs âgés de 65 à 80 ans était de 20.659 en 2003, 23.641 en 2004, 27.796 en 2005 et 28.727 en 2006.

Le nombre de demandeurs de plus de 80 ans était de 13.811 en 2003, 15.899 en 2004, 18.401 en 2005 et 18.884 en 2006.

En réponse à votre dernière question et comme les chiffres mentionnés le font apparaître, il est exact que de plus en plus de personnes de 80 ans et plus introduisent une demande. Entre 2003 et 2006, on a observé une augmentation de 36,7%.