3-202 | 3-202 |
De voorzitter. - De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt.
Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Ik verwijs naar mijn vragen van vorig jaar en de antwoorden van de minister inzake het eenheidsstatuut en de meer dan langverwachte conclusies van de bijzondere commissie bij de Nationale Arbeidsraad aangaande het eenheidstatuut en de afschaffing van de bestaande tweedeling tussen de arbeiders en de bedienden.
Keer op keer duiken er berichten op over de nefaste effecten van deze tweedeling voor de werkgelegenheid in België. Het gebrek aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt doodt werkgelegenheid. Arbeiders hebben het bijvoorbeeld bijzonder moeilijk om door te stoten tot het management en promotie te maken.
Deadlines in dit dossier worden systematisch niet gehaald. Zo werd in het interprofessioneel akkoord, IPA 2005-2006, dat door de regering werd overgenomen, bepaald dat een bijzondere commissie bij de Nationale Arbeidsraad vóór einde 2005 conclusies zou indienen. De deadline wordt echter telkenmale verschoven.
Over de langverwachte conclusies antwoordde de minister op mijn vraag van 29 juni 2006: `Ik heb de conclusies van de commissie nog niet ontvangen. Ik wil echter nog niet spreken van een impasse en meen over voldoende aanwijzingen te beschikken dat de sociale partners nog meer vooruitgang zullen boeken.'.
Als reden voor de vertraging verwees hij naar de werkzaamheden van het generatiepact en de bijzondere expertise die daarvoor nodig was. Hij gaf ook aan dat hij de conclusies van de werkgroep op 25 oktober zou ontvangen. Hij zou de groep van tien op 26 oktober uitnodigen in de beleidscel om hun werkzaamheden toe te lichten. Hij had weer geen conclusies van hen ontvangen. Men zou hem `verzekerd hebben' dat het dossier `zeker niet' vastzit. Enkele domeinen waren nog niet helemaal `uitgegraven', ze vroegen weer wat tijd.
De besprekingen van het nieuwe IPA werden korte tijd stilgelegd. Na het generatiepact is het IPA een nieuwe reden voor uitstel.
Heeft de minister na meer dan één jaar vertraging en gezien het einde van deze legislatuur in zicht is, eindelijk - al was het maar voorlopige - conclusies en/of suggesties van de commissie ontvangen? Zo ja, wat zijn de belangrijkste krijtlijnen? Welke maatregelen en/of suggesties bepleit de commissie? Zo neen, wat zijn de oorzaken van deze zoveelste vertraging en wanneer kunnen we de conclusies verwachten?
Kan de minister aangeven (en ik citeer zijn eigen woorden) `welke domeinen nog niet helemaal zijn uitgegraven'? Wat zijn de knelpunten?
Kan hij aangeven welke domeinen wel zijn uitgediept. Over welke punten is er zicht op een consensus?
Kan de minister expliciet en uitvoerig de diverse concrete suggesties van de werkgroep doorlopen? Ik denk onder meer aan de motiveringsplicht bij ontslag en het aftoppen van de hoogste opzegtermijnen? Wat acht hij het meest haalbare?
Heeft hij op 26 oktober de groep van tien ontvangen in het kader van het sociaal overleg. Via de pers heb ik vernomen dat er zou worden gesproken over enkele schuchtere stappen in de harmonisatie van de statuten. Kan de minister aangeven wat hieromtrent werd medegedeeld?
De Groep van 10, aldus het nieuwe interprofessionele akkoord, heeft reeds in januari een vergadering gehad. Wat stond er op de agenda?
Hoeveel tijd gunt de minister de Groep van 10 nog om conform het regeerakkoord in dit dossier concrete vooruitgang te boeken? De regering gaat immers over drie maanden in lopende zaken. Een verdere harmonisatie is overigens expliciet opgenomen in het regeerakkoord.
Kan de minister de doelstelling van het regeerakkoord nog verwezenlijken?
(Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, ondervoorzitter.)
De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - Ik lees het antwoord van de minister.
Ik heb nog geen conclusies gekregen van de commissie.
De groep van 10 heb ik inderdaad op 26 oktober op mijn beleidscel ontvangen om toelichting te komen geven over de stand van zaken. Ik kreeg te horen dat er op bepaalde domeinen al vooruitgang was geboekt, maar ik heb nog geen tussentijds verslag gezien, dus ik kan u niet verder inlichten over waar de knelpunten zitten.
Uit het IPA onthoud ik in elk geval dat de sociale partners de toenadering tussen de statuten van arbeiders en bedienden zeer ernstig nemen. Zij hebben dit gegeven immers opgenomen als ankerpunt. Ik wil hen daarom alsnog enige ruimte laten om in alle sereniteit aan dit delicate onderwerp verder te werken.
Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Ik betreur dat ik opnieuw geen afdoende antwoord heb gekregen. Ik ben vast van plan deze problematiek van nabij te volgen en ik dring erop aan dat de commissie snel haar conclusies opmaakt.