(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
België heeft beslist om zijn inspanningen inzake ontwikkelingssamenwerking te concentreren op een beperkt aantal landen (concreet op 18 landen).
Hebben de verantwoordelijken van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking DGOS-BTC en uw departement al maatregelen genomen om de Belgische bilaterale en multilaterale akkoorden aan te passen of weer aan te passen teneinde ter plaatse steun te verlenen aan nationale ontwikkelingsstrategieën die conform de ontwikkelingsdoelstellingen zijn die door de internationale gemeenschap in september 2005 werden goedgekeurd, met het oog op de realisatie in 2005 van de millenniumdoelstellingen inzake ontwikkeling (MOD) ?
Werden in die zin instructies gegeven aan de Belgische afgevaardigden die zitting hebben in de verschillende Europese en internationale organen belast met de ontwikkeling ?
Welke richtlijnen werden meer in het bijzonder gegeven aan onze vertegenwoordigers bij de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ?
Kunnen die instellingen, vooral het IMF, u meedelen welke lacunes in die 18 concentratielanden van de Belgische ODA moeten worden aangevuld om de MOD's tegen 2015 te realiseren ? Welk adequaat macro- economisch beleid stellen ze voor om dat doel te bereiken ?
Kan België de andere ministers van de Raad Ontwikkeling en de Europees Commissaris die verschillende vragen voorleggen ?
Antwoord : Van meet af aan onderschreef België de Milleniumdoelstellingen (MDG's) als een geheel van ontwikkelingsprioriteiten over een welbepaalde termijn. België beschouwt de MDG's immers als een instrument voor het coördineren van de ontwikkelingsinspanningen van alle landen, rijk en arm, alsmede van de internationale instellingen. Deze inspanningen duiden op een steviger verankerde en meer resultaatgerichte benadering van de zijde van de regeringen en van de zijde van de donoren.
Steun aan de MDG's via de Poverty Reduction Strategy Papers (PRSP)
België hoefde zijn overeenkomsten ter ondersteuning van de nationale ontwikkelingsstrategieën niet bij te stellen met het oog op het bereiken van de MDG's. Van meet af aan verwerkte België in het proces ter ondersteuning van de nationale strategieën de punten die meewegen bij het verwezenlijken van de MDG's (bijvoorbeeld, sociale milieu- en genderaspecten).
België is van mening dat de MDG's moeten worden geoperationaliseerd via de nationale ontwikkelingsstrategieën waarin het « ownership » van het partnerland stevig verankerd is. Als donorland ging België de verbintenis aan zijn steun te verlenen aan de strategieën ter bestrijding van de armoede in de partnerlanden alsmede aan de participatieve processen voor het vaststellen van zulke strategieën. In de arme landen wordt deze aanpak vertaald in « strategiedocumenten voor armoedebestrijding » (CSLP/PRSP — Poverty Reduction Strategy Papers) die vorm moeten geven aan de nieuwe partnerschappen binnen de sociale, economische, culturele en politieke context van het betrokken land.
Sinds 2000, ondersteunt België de uitwerking en de uitvoering van de PRSP via het programma Belgian Poverty Reduction Partnership (BPRP) dat samen met de Wereldbank werd ontwikkeld. Het programma schraagt het formuleringsproces van de PRSP, op voorbereidend dan wel uitvoerend niveau in zes landen, zijnde Burundi, Mali, Mozambique, Niger, de DRC en Rwanda. Sinds 2004 pleit België ervoor dat de Wereldbank extra aandacht besteedt aan activiteiten die gericht zijn op kennisoverdracht en capaciteitsopbouw. Nog sinds 2004 trekt België in de zes genoemde concentratielanden middelen uit voor een armoede-economist bij de Wereldbank die moet zorgen voor nauwere betrekkingen met de regering van het land om aldus de activiteiten in kaart te brengen die tegemoet komen aan de behoeften van het land.
De DGOS financiert sinds 2003 ook het Fast Track Initiative (FTI) dat een afgeleide is van de conferentie van Monterrey om de Millenniumdoelstellingen (MDG's) te halen. Het FTI is een wereldwijd partnerschap waardoor ontwikkelingslanden, ontwikkelingsorganisaties en donorlanden de verwezenlijking van de tweede en derde Millenniumdoelstelling in de lage-inkomenslanden willen versnellen. Dit komt erop neer dat langs de ene kant, alle kinderen, zowel jongens als meisjes, degelijk volledig basisonderwijs doorlopen en, dat zij langs de andere kant tegen 2015 gelijke toegang hebben tot alle onderwijsniveaus.
Instructies voor de Belgische vertegenwoordigers
De vertegenwoordigers van de Belgische samenwerking in de internationale en Europese fora stemmen hun werk af op de ministeriële prioriteiten waaraan de directie-generaal voor Ontwikkelingssamenwerking (DGOS) uitvoering geeft. België heeft van de verwezenlijking van de MDG's, in eerste instantie via de ondersteuning van de nationale ontwikkelingsstrategieën, een prioritaire doelstelling gemaakt.
De Belgische vertegenwoordigers bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank ressorteren onder de minister van Financiën met dien verstande dat Financiën en Ontwikkelingssamenwerking hun beleid coördineren (tussen de beleidscellen en de administraties en met de Belgische vertegenwoordiger bij de Wereldbank) opdat de aandachtsgebieden inzake ontwikkeling in deze fora worden aangesneden.
Informatie over de aan te pakken lacunes in de 18 concentratielanden
De Belgische vertegenwoordigers in Washington (bij de Wereldbank en het IMF) hebben een verslag geschreven over de voortgang van de actie van het IMF en de Wereldbank voor het halen van de MDG's.
Interpellaties van de andere ministers van de Europese Raad en van de Europese commissaris
In de internationale en Europese fora heeft België zich steeds opgeworpen als pleitbezorger van de MDG's, in eerste instantie via de nationale strategieën voor armoedebestrijding die de elementen bevatten waarmee de MDG's kunnen worden verwezenlijkt. België blijft deze benadering bij de andere donoren verdedigen.