3-1523/2

3-1523/2

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

30 JANUARI 2007


Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en de Republiek Uganda, anderzijds, inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Kampala op 1 februari 2005


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW VAN de CASTEELE


I. INLEIDING

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergaderingen van 21 februari 2006 en 23 en 30 januari 2007.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Het gaat om een overeenkomst inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Republiek Oeganda.

III. ALGEMENE BESPREKING

De heer Dubié verwijst naar zijn voorstel van resolutie van 26 januari 2006 betreffende de overeenkomsten tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (BLEU) en diverse Staten inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen (stuk Senaat, nr. 3-1535/1). Hij beveelt de Senaat aan niet langer in te stemmen met een internationale overeenkomst van de BLEU « inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen » indien die geen expliciete en voor de overeenkomstsluitende partijen dwingende sociale bedingen noch milieubedingen bevat, en niet uitdrukkelijk vermeldt dat de partijen de mensenrechten, de vakbondsrechten en de fundamentele rechten in acht moeten nemen.

Ook de heer Cornil wenst te weten waarom er geen sociale bedingen noch milieubedingen in de overeenkomst staan.

De voorzitter besluit hieruit dat de commissie graag een toelichting in dit verband zou krijgen van de minister van Buitenlandse Zaken.

De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken legt uit dat dit verdrag werd ondertekend net vóór het verplicht werd de clausules inzake arbeid en bescherming van het milieu in de verdragen op te nemen. België zal bij de uitwisseling van de ratificatie-instrumenten met het oog op de inwerkingtreding van de overeenkomst een verklaring afleggen tegenover de Oegandese regering voor de opname van deze bepalingen in het verdrag terwille van de rechtszekerheid.

De heer Roelants du Vivier wijst erop dat een dergelijke verklaring juridisch niet bindend is.

De heer Dubié vraagt zich af of de Ugandese regering die verklaring wel zal eerbiedigen.

De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken antwoordt dat dit geen probleem zal zijn.

IV. STEMMINGEN

De artikelen 1 en 2 alsook wetsontwerp nr. 3-1523/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Annemie VAN de CASTEELE. François ROELANTS du VIVIER.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1523/1 - 2005/2006)