3-373/8

3-373/8

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

24 JANUARI 2007


Wetsvoorstel tot oprichting van een Orde van artsen


AMENDEMENTEN


Nr. 15 VAN DE HEER VANKRUNKELSVEN EN MEVROUW VAN de CASTEELE

De tekst van het voorstel vervangen als volgt :

« HOOFDSTUK I

Algemene bepaling

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

HOOFDSTUK II

Oprichting, inrichting en bevoegdheden

AFDELING I

Algemene bepalingen

Art. 2

Er wordt een Orde van artsen opgericht, hierna « de Orde » genoemd. De Orde wordt opgericht en ingericht overeenkomstig artikel 8 van de Deontologiewet gezondheidszorgberoepen.

De Orde oefent ten opzichte van de artsen de opdrachten en bevoegdheden uit als bepaald in Titel III van de Deontologiewet gezondheidszorgberoepen.

Art. 3

De Orde telt, naast de Nationale Raad, tien provinciale raden.

AFDELING II

De provinciale raden

Art. 4

In iedere provincie wordt een provinciale raad van de Orde opgericht, die de opdrachten en bevoegdheden uitoefent bepaald in Titel III, Hoofdstuk II, van de Deontologiewet gezondheidszorgberoepen.

Art. 5

Elke provinciale raad is samengesteld uit negen leden waarvan :

— zeven rechtstreeks verkozen artsen;

— twee leden die jurist zijn.

AFDELING III

De Nationale Raad

Art. 6

De Nationale Raad is samengesteld uit een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling. De Nederlandstalige afdeling vertegenwoordigt de artsen ingeschreven op de lijsten van de provincies die behoren tot het Vlaamse Gewest; de Franstalige afdeling vertegenwoordigt de artsen ingeschreven op de lijsten van de provincies van het Waalse Gewest.

Art. 7

§ 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 19, §§ 2 en 3 van de Deontologiewet gezondheidszorgberoepen is elke afdeling van de Nationale Raad samengesteld uit elf leden waarvan :

a) vijf rechtstreeks verkozen artsen, telkens één per provincie;

b) één lid benoemd uit een dubbeltal voorgedragen door de verenigingen voor verzorgingsinstellingen;

c) twee artsen verbonden aan een faculteit geneeskunde, benoemd uit een dubbeltal voorgedragen door de beheersorganen van de universiteiten;

d) een lid met een deskundigheid in de ethische problemen, benoemd uit een dubbeltal voorgedragen door de universiteiten;

e) een lid met een ervaring inzake wetgeving betreffende patiëntenrechten in de hoedanigheid van beoefenaar van een ombudsfunctie bedoeld in de artikelen 11 of 16, § 3, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

f) een beroepsmagistraat die zitting heeft in een hof van beroep, een Arbeidshof, de Raad van State of het Hof van Cassatie.

§ 2. De Nationale Raad wordt bijgestaan door een tweetalig griffier, master in de rechten, benoemd door de Koning. Zijn mandaat bedraagt zes jaar en is hernieuwbaar. De Koning kan volgens dezelfde regels ook een tweetalig adjunct-griffier aanwijzen. De Koning stelt de rechtspositie van de griffier en zijn adjunct vast na advies van de Nationale Raad. De bezoldiging van de griffiers komt ten laste van de Nationale Raad.

HOOFDSTUK III

Opheffings-, overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen

Art. 8

Het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren wordt opgeheven.

De Koning vervangt in de bestaande wetgeving en reglementering de woorden « Orde der Geneesheren » telkens door de woorden « Orde van artsen ». Hij vervangt de verwijzingen naar het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren of naar bepalingen ervan door een verwijzing naar deze wet of naar bepalingen ervan.

Art. 9

De Koning bepaalt voor elk van de bepalingen van deze wet, met uitzondering van dit artikel de datum van inwerkingtreding.

De Koning bepaalt de wijze waarop de bevoegdheden van de provinciale raden, de raden van beroep en de Nationale Raad zullen overgedragen worden aan respectievelijk de provinciale raden, de raden van beroep, de Nationale Raad en de Hoge Raad zoals ingesteld bij deze wet en de Deontologiewet gezondheidszorgberoepen.

Hij bepaalt eveneens de datum waarop deze overdracht geschiedt.

Tot op deze datum en bij wijze van overgangsmaatregel blijven de provinciale raden, de raden van beroep en de nationale raad ingesteld bij het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren hun volledige bevoegdheden uitoefenen, overeenkomstig genoemd besluit en zijn uitvoeringsbesluiten. De Koning kan hun echter opdracht geven te handelen overeenkomstig deze wet en inzonderheid belasten met het vervullen van bepaalde taken die in deze wet voorzien zijn. »

Patrik VANKRUNKELSVEN
Annemie VAN de CASTEELE.