3-198 | 3-198 |
De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.
Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - `Financiële instellingen handelen onvoldoende in het belang van hun klanten. Bij complexe beleggingsproducten worden particulieren te weinig gewezen op de risico's. Het gaat bijvoorbeeld om effectenhypotheken en garantieproducten.' Aldus de bikkelharde conclusie van de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten na negen maanden onderzoek bij zeven banken die effectenhypotheken, garantieproducten en reverse convertibles verkopen.
Banken gaan in de fout bij het inventariseren van de risico's en het transparant communiceren over de valkuilen van de producten.
`De toezichthouder is bij meerdere banken gestuit op verschillende tekortkomingen en overtredingen', aldus een artikel in het Nederlandse Financieele Dagblad. Voor het eerst doet de toezichthouder breed onderzoek naar de naleving van de zorgplicht bij de verkoop van beleggingsproducten door de grootbanken. De sterke toename van complexe producten voor particulieren vormde daartoe de aanleiding.
Met de leden bekijkt men waar de zorgplicht verbeterd kan worden. Tot tevredenheid van de AFM konden al verbeteringen worden aangebracht.
De tekortkomingen zitten in de hele keten van dienstverlening: vanaf de ontwikkeling van het product tot het sluiten van een contract.
Afdelingen die producten ontwikkelen hebben vaak onvoldoende inzicht in de risico's. Volgens de AFM hadden meerdere banken de productontwikkeling niet goed georganiseerd wat geleid heeft tot terughalen van producten en schadeloosstelling van klanten.
Ook bij de bemiddeling en verkoop gaan zaken mis. Banken zien er onvoldoende op toe of de effectenportefeuille van klant bijdraagt aan de verwezenlijking van het doel waarvoor de klant die heeft bestemd, bijvoorbeeld het opbouwen van een pensioen. Soms worden risicovolle producten verkocht die niet bij klant passen en banken houden onvoldoende de vinger aan de pols en verzuimen vaak in te grijpen.
De AFM heeft verder kritiek op het feit dat het bestuur van een bank slechts zijdelings betrokken is bij de productontwikkeling, de instructies en de verkoop. De zorgplicht jegens beleggers is lange tijd onderbelicht gebleven. De interne controle blijkt soms onvoldoende.
Een van de voornaamste conclusies uit het Nederlands onderzoek naar het naleven van de zorgvuldigheidsplicht bij de banken en de verzekeringen bij de verkoop van beleggingsproducten is dat ze in de fout gaan bij het inventariseren van de risico's en het transparant communiceren over de valkuilen van de financiële producten. Meent de minister dat er in België voldoende mechanismen voorhanden zijn om dit te voorkomen en gaat de regering hieromtrent beleidsinitiatieven nemen?
Is de minister op de hoogte van klachten bij het CBFA over het tekortschieten van banken en verzekeringen wat het informeren van beleggers betreft?
Een andere conclusie van het Nederlands onderzoek is dat risicovolle reverse convertibles worden verkocht aan voorzichtige klanten. Kan de minister aangeven of er in België sprake is van gelijkaardige situaties waarbij risicovolle reverse convertibles worden aangeprezen door banken aan beleggers met een defensief beleggersprofiel?
Is de minister bereid om aan de Belgische toezichthouder, het CBFA, de opdracht te geven om een breed onderzoek te voeren naar de naleving van de zorgplicht bij de verkoop van beleggingsproducten door de grootbanken, gezien de ernstige tekortkomingen die werden vastgesteld naar aanleiding van het Nederlands onderzoek bij banken die ook in België actief zijn? Zo ja, kan hij toelichten hoe het onderzoek zal worden gevoerd en de timing aangeven? Zo neen, kan hij meedelen waarom hij dit niet opportuun acht?
Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister Reynders.
Voor financiële instrumenten die in België aan het publiek te koop worden aangeboden, met inbegrip van de collectieve beleggingsproducten in de vorm van ICB's of instellingen voor collectieve belegging, zijn in de Belgische wetgeving regels vastgelegd die ervoor zorgen dat de beleggers passend worden geïnformeerd over de aangeboden producten en dat de bemiddelaars de `zorgvuldigheidsplicht' respecteren. Dit gebeurt door middel van twee instrumenten, namelijk de prospectusregels en de gedragsregels. We kunnen dit als volgt toelichten.
Financiële instrumenten die in België aan het publiek te koop worden aangeboden, zijn onderworpen aan de prospectusplicht zoals bepaald in de prospectusrichtlijn 2003/71/EG.
Voor de instellingen voor collectieve belegging leggen de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles en het koninklijk besluit van 4 maart 2005 met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging specifieke voorwaarden vast waaraan alle informatie die aan de beleggers wordt verstrekt, in prospectussen, publiciteit, enzovoort, dient te voldoen. Deze regelgeving moet ervoor zorgen dat de belegger over voldoende en gepaste informatie beschikt om met kennis van zaken, en vooral ook met kennis van de risico's, een investeringsbeslissing te kunnen nemen.
Bij het ingrijpen in transacties in financiële instrumenten moeten de financiële bemiddelaars bepaalde gedragsregels eerbiedigen die stoelen op de Europese richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten, MiFID. Deze gedragsregels behelzen onder meer de principes `know your customer', `best execution' en het voorkomen of ondervangen van belangenconflicten.
Conform de financiële regelgeving behoort de relatie tussen de bemiddelaars en bepaalde klanten niet tot de bevoegdheid van de CBFA. De ombudsdienst van de financiële sector speelt daarbij een bemiddelende rol tussen de individuele belegger en diens bemiddelaars. We verwijzen naar het verslag van de ombudsdienst voor meer gedetailleerde informatie in verband met de aard van de klachten die klanten van financiële bemiddelaars hebben geformuleerd.
Bij risicovolle reverse convertibles heeft de CBFA er steeds op toegezien dat een duidelijk reglementair kader voorhanden is voor de betrokken emittenten en beleggers. Zo heeft ze op 19 juni 2000, in het kader van haar bevoegdheden ter zake, een aantal normen geformuleerd voor de prospectusinhoud bij openbare uitgiften in België van reverse convertible (of exchangeable) notes op aandelen, een aandelenindex of een wisselkoers. Zie hiervoor de circulaire D2/F/2000/3. Sedert 1 juli 2005 wordt het beleid in deze door de CBFA uitgestippeld op basis van de prospectusrichtlijn 2003/71/EG en verordening 809/2004.
De CBFA is een autonome instelling. Het is dan ook in eerste instantie haar taak om het onderzoek te voeren dat zij nodig acht voor de passende uitoefening van haar toezichtsbevoegdheden.
In dit verband kan worden aangestipt dat de organisatie van de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen onderworpen is aan een doorlopend toezicht. Aandachtspunt hierbij is of de financiële bemiddelaar zich zo heeft georganiseerd, onder meer via maatregelen van interne controle, dat de bovenvermelde gedragsregels in alle geledingen van de onderneming worden nageleefd. In haar jaarverslag brengt de CBFA verslag uit over haar activiteiten.
Ten slotte kan worden aangestipt dat de conclusies uit het Nederlandse onderzoek, waar de vraag naar verwijst, niet zonder meer naar de Belgische markt en de bemiddelaars die op deze markt actief zijn, kunnen worden geëxtrapoleerd.