Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-71

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid

Vraag nr. 3-5392 van mevrouw Anseeuw d.d. 9 juni 2006 (N.) :
Octrooien. — Handhavingsbeleid. — Gevolgen voor de havens en de Belgische concurrentiepositie.

De tekst van deze vraag is dezelfde als die van vraag nr. 3-5389 aan de vice-eersteminister en minister van Justitie, die hiervoor werd gepubliceerd.

Antwoord : In antwoord op haar vraag, heb ik de eer het geachte lid het volgende mee te delen.

1. Op grond van artikel 74 van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien doen de griffiers der hoven of rechtbanken, die een op deze wet gegrond vonnis of arrest hebben gewezen, binnen de maand van de uitspraak een kosteloos afschrift van dit arrest of vonnis geworden aan de Dienst voor de intellectuele eigendom van de FOD Economie. Van de in 2003, 2004, 2005 en de in de eerste drie maanden van 2006 aan de Dienst voor de intellectuele eigendom toegezonden uitspraken in civielrechtelijke of strafrechtelijke zaken vanwege een inbreuk op een octrooirecht, heeft één uitspraak in 2004 betrekking op het vasthouden van goederen door de douane in het kader van het handhavingsbeleid.

2. In verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten, zijn de termijnen voor het vasthouden van goederen door de douane wanneer er een vermoeden is dat bepaalde goederen inbreuk maken op intellectueleeigendomsrechten, geharmoniseerd. De minister van Financiën is bevoegd voor de uitvoering van deze verordening.

3. De minister van Financiën is bevoegd voor de uitvoering van de bovenvermelde verordening.

4. Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten, is rechtstreeks toepasselijk in België. Richtlijn 2004/48/EG van het Europees parlement en de raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten wordt thans omgezet in Belgische regelgeving en heeft het voorwerp uitgemaakt van raadpleging van de betrokken milieus via de Raad voor de intellectuele eigendom, en via de website van de FOD Economie.

5. De voornoemde douaneverordening en de voornoemde richtlijn inzake handhaving van intellectuele eigendomsrechten zijn op Europees niveau opgesteld, precies met het oog op het beperken van de verstoringen van mededinging.