Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-72

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 3-5469 van mevrouw Anseeuw d.d. 16 juni 2006 (N.) :
Verkiezingen. — Deelname van andersvalide medeburgers.

In principe heeft iedere persoon stemrecht, zodra hij aan de voorwaarden voldoet om te stemmen. Het is dan ook meer dan normaal dat een fysiek of mentaal andersvalide medeburger stemrecht heeft, tenzij hij of zij gerechtelijk onbekwaam verklaard is.

Veelal zijn de moeilijkheden om tot aan de stembus te geraken dermate groot dat de anders valide medeburger een volmacht geeft aan een familielid om in zijn of haar naam te gaan stemmen. Men hoeft enkel de onbekwaamheid in te roepen (deze moet blijken uit een medisch attest). Dit is jammer daar betrokkenen liever zelf hun stem willen uitbrengen.

Bij mijn weten is er heden nog niet zoveel gebeurd voor onze gehandicapte medeburgers wat het kiezen betreft. Sommige gemeenten dragen hun steentje bij en organiseren vervoer.

Het ministerieel besluit van 6 mei 1980 tot wijziging van het ministerieel besluit van 10 augustus 1894 betreffende het kiesmaterieel (Belgisch Staatsblad van 15 mei 1980) bepaalt dat in elk gebouw waarin één of meer stembureaus zijn ondergebracht, minstens één speciaal stemhokje per vijf stembureaus ten behoeve van de mindervalide kiezers wordt ingericht. De kiezer die van dat speciaal ingericht stemhokje gebruik wenst te maken, richt zijn verzoek aan de voorzitter van het bureau die hem een bijzitter aanwijst om hem tot aan het aangepaste stemhokje te begeleiden. Bovendien dient een stoel ter beschikking gesteld te worden van de mindervalide kiezers die geen rolstoel gebruiken.

Om de toegang tot de stembureaus te vergemakkelijken moeten er, wat de Vlaamse verkiezingen en de gemeenteraadsverkiezingen betreft, voor deze medeburgers dichtbij de stembureaus parkeerplaatsen voorbehouden worden en moet het gebouw waar gestemd wordt, voldoende toegankelijk zijn of gemaakt worden voor mindervalide personen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Hoeveel kiezers hebben tijdens de vorige federale verkiezingen een volmacht gegeven wegens medische redenen ?

2. Welke maatregelen zijn heden reeds van toepassing voor de federale verkiezingen inzake het meer toegankelijk maken van de stemlokalen, de parkeerplaatsen, en dergelijke voor personen met een beperkte mobiliteit zoals gehandicapten en ouderen ?

3. Kan de geachte vice-eersteminister garanderen dat alle lokalen voor de federale verkiezingen toegankelijk zullen zijn voor de burgers met een beperkte mobiliteit zoals gehandicapten en ouderen en dit zonder dat deze hiervoor hulp behoeven van derden ? Kan hij zijn antwoord toelichten ?

4. Zullen de federale verkiezingen verlopen met een geautomatiseerd stemsysteem en zo ja, zal er rekening worden gehouden met rolstoelgebruikers ?

5. Is de geachte vice-eersteminister voorstander van bijkomende maatregelen waarbij — al of niet in samenspraak met de gemeenten — wordt voorzien in een ophaaldienst voor de personen met een beperkte mobiliteit die dit wensen om autonoom te gaan stemmen en veilig terug thuis te geraken ? Zo neen, waarom niet en kan hij zijn antwoord uitvoerig toelichten ? Zo ja, welke maatregelen acht hij hiertoe wenselijk ?

6. Zal hij nog andere maatregelen treffen om te garanderen dat personen met een handicap zo vlot mogelijk hun stem kunnen uitbrengen ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid de onderstaande antwoorden te verstrekken.

1. Ingevolge artikel 147bis van het Kieswetboek kunnen kiezers om verscheidene redenen volmacht geven, waaronder onder meer wegens ziekte. Na de stemming verstuurt de voorzitter van het stembureau de verschillende volmachten tezamen met een staat van afwezige kiezers naar de vrederechter van zijn kanton.

Het is in de kieswetgeving niet bepaald dat de minister van Binnenlandse Zaken kennis krijgt van het aantal gegeven volmachten noch van de reden waarom volmacht is verleend, zodat mijn departement hierover geen verdere gegevens kan verstrekken.

2. In de huidige reglementering wordt reeds voorzien dat in elk gebouw waarin één of meer stembureaus zijn ondergebracht, ten minste één speciaal stemhokje per vijf stembureaus ten behoeve van de mindervalide kiezers wordt ingericht, overeenkomstig het ministerieel besluit van 6 mei 1980 tot aanvulling van het ministerieel besluit van 10 augustus 1894 betreffende het materieel bij verkiezingen (Belgisch Staatsblad van 15 mei 1980). De kiezer die van dat speciaal ingericht stemhokje gebruik wenst te maken, richt zijn verzoek aan de voorzitter van het stembureau die de kiezer een bijzitter aanwijst om de kiezer tot aan het aangepast stemhokje te geleiden. Verder dient een stoel ter beschikking gesteld te worden van de mindervaliden die geen rolstoel gebruiken.

De voorzitter van het stembureau kan bovendien aan de kiezer, die wegens een lichaamsgebrek niet in staat is om zich alleen naar het stembureau te begeven of om zelf zijn stem uit te brengen, toestaan dat deze zich laat begeleiden of bijstaan door iemand naar keuze van de betrokken kiezer (artikel 143 van het Kieswetboek). De naam van beiden zal in het proces-verbaal van de kiesverrichtingen worden opgenomen. Voorlegging van een medisch attest is hiervoor niet vereist.

3. Uit artikel 130 van het Kieswetboek volgt dat de gemeenten volledig verantwoordelijk zijn voor de inrichting en de toegankelijkheid van de stembureaus, alsmede voor alle kosten die hiermede verbonden zijn.

De gemeentebesturen leveren in de praktijk heel wat logistieke en budgettaire inspanningen om ervoor te zorgen dat iedereen gemakkelijk en zonder hindernissen kan stemmen.

4. Bij de federale verkiezingen in 2007 is er status quo inzake het geautomatiseerd stemmen. Dit betekent dat geautomatiseerd wordt gestemd in dezelfde gemeenten en kieskantons als bij de voorgaande verkiezingen. Dezelfde maatregelen zijn hier van toepassing als hierboven vermeld in punt 2.

In de gemeenten die gebruik maken van een geautomatiseerd stemsysteem wordt dus wat de opstelling van de apparatuur betreft eveneens in ten minste één speciaal stemhokje per vijf stembureaus voor mindervalide kiezers voorzien.

Tevens maakt artikel 9 van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming het mogelijk dat de kiezer die moeilijkheden ondervindt bij het uitbrengen van zijn stem, zich kan laten bijstaan door de voorzitter of een lid van het stembureau.

5. Het onderzoek naar eventuele bijkomende maatregelen maakt het voorwerp uit van een wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek met het oog op het waarborgen van het kiesrecht van mensen met een beperkte mobiliteit (zie www.dekamer.be — Doc. nr. 704/1 tot 9). Dit voorstel is op 1 april 2004 gestemd in de Kamer van volksvertegenwoordigers en is op 21 april 2004 aan de Senaat overgezonden (zie www.senate.be — Doc. nr. 3-604/1 tot 2). Op dit ontwerp zijn een reeks amendementen ingediend op 27 april 2004 in de bevoegde Senaatscommissie.

Op 6 mei 2004 is door de Senaatscommissie van Binnenlandse Zaken het standpunt in kwestie gevraagd aan de Verenigingen van Steden en Gemeenten in Vlaanderen en Wallonië. Het VVSG besluit in haar antwoord op 2 juli 2004 dat de bestaande maatregelen inzake toegankelijkheid voldoende zijn om de beoogde doelstellingen te bereiken en dat dit wetsontwerp geen verbetering inhoudt van de bestaande regelgeving, dat de administratieve werklast van de voorzitter van het stembureau wordt verzwaard en de gemeenten nodeloos op kosten worden gejaagd. Het UVCW overweegt op 6 juli 2004 dat het onderwerp van het wetsontwerp op zich positief is, maar er reeds een aanzienlijke reglementering terzake is en de nieuwe maatregelen opnieuw een grote budgettaire last voor de gemeenten betekenen.

6. Gelet op het voorgaande, acht ik het niet aangewezen zelf enig initiatief te nemen in deze aangelegenheid.