3-1977/2 | 3-1977/2 |
13 DECEMBER 2006
I. INLEIDING
Voorliggende wetsontwerpen werden tegelijkertijd door de regering in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend op 19 oktober 2006 (zie stuk Kamer, nrs. 51-2715/1 en 2716/1).
Beide ontwerpen werden er op 7 december 2006 ne varietur en eenparig aangenomen in de plenaire vergadering. Ze werden op 8 december 2006 overgezonden aan de Senaat.
Op 13 december 2006 heeft de Senaat het optioneel bicameraal ontwerp geëvoceerd (zie stuk Senaat, nr. 3-1977/1).
De commissie heeft beide ontwerpen nog dezelfde dag besproken.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN DE STAATSSECRETARIS VOOR ADMINISTRATIEVE VEREENVOUDIGING, TOEGEVOEGD AAN DE EERSTE MINISTER
Artikel 2 van het geëvoceerde wetsontwerp heeft tot doel de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten te wijzigen door een mogelijkheid te scheppen voor de Koning om de bepalingen van die wet en van de wet van 16 juni 2006 betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten te coördineren. De ratio legis is ervoor te zorgen dat de aanbestedende overheden — die in ons land zeer talrijk zijn — over één instrument kunnen beschikken voor de gunningen van hun opdrachten, in plaats van op basis van twee verschillende wetten te moeten werken. Daartoe wordt een uit de wetgevingstechniek bekende formule voorgesteld.
Wat artikel 3 van dit wetsontwerp betreft, wordt er een lichte wijziging aangebracht in artikel 80, tweede lid, van de wet van 15 juni 2006, omdat men het nuttig acht in de opsomming van de artikelen die in werking treden op de dag waarop de tekst van de wet van 15 juni 2006 wordt bekendgemaakt, een verwijzing te vermelden naar artikel 2, 4º, houdende de definitie van de in artikel 15 bedoelde aankoopcentrale.
Voorts wordt bepaald dat, op de dag van de bekendmaking van de wet van 15 juni 2006, niet langer het hele artikel 77 in werking treedt maar alleen het 3º van artikel 77.
Artikel 77 wil wijzigingen aanbrengen in de regeling voor de erkenning van aannemers van werken. Het 3º strekt ertoe in de wet van 20 maart 1991 vier gevallen op te nemen waarin aannemers moeten worden uitgesloten (met name deelname aan een criminele organisatie, omkoping, fraude en witwassen van geld). Het gaat om bepalingen die in de nieuwe Europese richtlijnen zijn vermeld en die de nieuwe wetgeving wil omzetten.
Wat het bicamerale ontwerp betreft, verwijst de staatssecretaris naar de stukken nrs. 51-2715 et 51-2716/1 van de Kamer van volksvertegenwoordigers, blz. 5).
III. BESPREKING
De voorzitter merkt op dat in de Kamer geen amendementen werden aangenomen.
Hij wijst erop dat de dienst Wetsevaluatie een technische opmerking gemaakt heeft met betrekking tot artikel 2 van het geëvoceerde ontwerp (Nota nr. 130 van 11 december 2006).
Die nota stelt dat er een ernstig gebrek aan concordantie is tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het voorgestelde artikel 79bis, eerste lid.
De Franse tekst machtigt de Koning de bepalingen van de wet van 15 juni 2006, de wet van 16 juni 2006 en ook de bepalingen die deze wetten uitdrukkelijk of impliciet gewijzigd hebben, te coördineren.
De Nederlandse tekst machtigt de Koning enkel de bepalingen van de wetten van 15 en 16 juni 2006 te coördineren met de latere uitdrukkelijke of impliciete wijzigingen ervan.
De Franse tekst maakt het de Koning mogelijk, conform de bedoeling van de wetgever, de wetten van 15 en 16 juni 2006 met elkaar te coördineren, met inbegrip van de latere wijzigingen van die wetten. De Nederlandse tekst maakt dat laatste niet mogelijk en moet dus worden verbeterd. Het is immers aangewezen dat dergelijke machtigingen tot coördinatie uitdrukkelijk en ondubbelzinnig zijn.
De staatssecretaris is het met deze technische correctie eens, voorzover ze erin bestaat de Nederlandse tekst in overeenstemming te brengen met de Franse tekst.
De commissie beslist een tekstcorrectie voor akkoord aan de Kamer van volksvertegenwoordigers voor te leggen.
Voor de rest geven deze ontwerpen geen aanleiding tot vragen of opmerkingen.
Er worden geen amendementen ingediend.
IV. STEMMINGEN
1. Met betrekking tot wetsontwerp nr. 3-1977
Het wetsontwerp in zijn geheel wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
2. Met betrekking tot wetsontwerp nr. 3-1978
De artikelen 1 tot 3 alsook het wetsontwerp in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Stéphanie ANSEEUW. | Luc WILLEMS. |
Tekst verbeterd door de Commissie (zie stuk nr. 3-1977/3)