(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Het centraal strafregister heeft een achterstand opgelopen van zowat 500 dagen bij het coderen van de veroordelingen uitgesproken door de politierechtbanken, aldus « La Libre Belgique » van 8 mei 2006.
Dit kan volgens de krant tot gevolg hebben dat eventuele recidivisten niet als dusdanig geïdentificeerd worden als ze opnieuw voor het gerecht moeten verschijnen.
Terwijl de gemeenten het centrale strafregister al konden raadplegen om bewijzen van goed gedrag en zeden af te geven, bleef het nodige budget achter.
Aanpassingen op vlak van personeel en informatisering werden hierdoor nog niet uitgevoerd. De politierechtbanken krijgen momenteel een verouderde versie van het strafregister die de situatie weergeeft zoals die was op 1 januari 2005. Dit getuigt geenszins van correcte opvolging.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :
1. Hoelang heeft de geachte vice-eersteminister reeds weet van de vertraging in het coderen van veroordelingen uitgesproken door politierechtbanken ? Welke maatregelen heeft zij genomen en zal ze nemen om die achterstand weg te werken ?
2. Hoeveel dagen verlopen er tussen de dag van het definitieve vonnis (veroordeling) vanwege respectievelijk de politierechtbank, de rechtbank van eerste aanleg, het hof van beroep en het Hof van Assisen enerzijds en de codering van de veroordelingen in het Centraal Strafregister anderzijds en dit voor de jaren 2002, 2003, 2004, 2005 en de eerste maanden van 2006 ? Kan de geachte vice-eersteminister deze termijnen toelichten ?
3. Hoe reageert ze op de vertraging van 500 dagen op het coderen van veroordelingen uitgesproken door de politierechtbanken ?
4. Zijn er gevallen van recidive geweest waarbij de betrokkene niet als dusdanig geïdentificeerd werden als ze opnieuw voor het gerecht moeten verschijnen en kan de geachte vice-eersteminister dit uitvoerig toelichten ?
5. Kan de geachte vice-eersteminister uitsluiten dat door deze vertraging er gevallen van recidive geweest zijn waarbij de betrokkenen niet als dusdanig geïdentificeerd werden als ze opnieuw voor het gerecht moeten verschijnen ? Hoe reageert zij hierop als beleidsmaker ?
6. Meent de geachte vice-eersteminister dat dit getuigt van goed beheer en kan zij dit toelichten ?