3-1146/3

3-1146/3

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

29 NOVEMBER 2006


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 35 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren teneinde de strafmaat te verhogen in geval van dierenmishandeling


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

DE HEER BEKE


I. INLEIDING

De commissie voor de Sociale Aangelegenheden heeft dit wetsvoorstel besproken tijdens haar vergaderingen van 22 juni en 23 november 2005, 22 maart, 8 en 29 november 2006. Tijdens de eerste vergadering heeft de commissie besloten hoorzittingen te organiseren met vertegenwoordigers van dierenbeschermingsorganisaties. Die hoorzittingen hebben plaatsgevonden op 23 november 2005.

Tijdens de besprekingen heeft de commissie het nodig geacht om het advies te vragen van de minister van Justitie over de vraag of de voorgestelde straffen evenredig zijn met de reeds bestaande straffen voor andere misdrijven. Dat advies is een eerste keer gevraagd in een brief van 23 maart en een tweede keer op 9 november 2006. De commissie heeft het advies ontvangen op 22 november en heeft het voorstel goedgekeurd tijdens haar vergadering van 29 november 2006.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR MEVROUW DEFRAIGNE

De indiener verwijst naar de schriftelijke toelichting.

Zij benadrukt dat haar voorstel is opgesteld in overleg met de dierenbeschermingsorganisaties.

III. HOORZITTINGEN

1. Uiteenzetting van de heer G. Potelle, voorzitter van de NAVED (Nationale Vereniging voor Dierenbescherming)

Het wetsvoorstel is een uitstekend initiatief, maar het is toch nodig enkele punten onder de aandacht van de auteur te brengen.

Mevrouw Defraigne heeft gelijk wanneer ze de folteringen en mishandelingen aan de kaak stelt en die zwaar wil bestraffen. Een herziening van de straffen met de bedoeling ze te verhogen mag echter niet worden beperkt tot de artikelen 35 en 36 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, maar zou moeten worden uitgebreid tot alle andere artikelen van de wet die gewag maken van mishandelingen.

In haar voorstel wijzigt de auteur de tekst van artikel 35 en herneemt ze de bewoordingen van de bestaande tekst : « .. die tot doel hebben dat een dier nutteloos omkomt of nutteloos een verminking, een letsel of pijn ondergaat ». Aangezien lijden nooit nuttig is, moet het woord « nutteloos » worden geschrapt. De zin zou dus eindigen met « ... of een verminking, een letsel of pijn ondergaat ».

De auteur voorziet in een verhoging van de maximumstraf om de rechter een bredere waaier ter beschikking te stellen. Dat is een lovenswaardig initiatief, maar in de praktijk stellen we vast dat veel rechters de minimum straf voldoende vinden. Het zou dus verstandig zijn de doeltreffendheid van het voorstel te verhogen door de weinig afschrikkende minimumstraf te verhogen.

De auteur wenst de recidivisten terecht strenger te straffen. Artikel 39, paragraaf 1, bevat volgende bepaling : « Bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bepaald bij de artikelen 35 en 36, worden de gevangenisstraffen en geldboetes verdubbeld », terwijl we in artikel 41bis het volgende lezen : « Bij overtreding van deze wet of van de besluiten genomen ter uitvoering ervan kan de ambtenaar, daartoe aangesteld door de Koning (...) een geldsom bepalen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder, de publieke vordering doet vervallen » Als artikel 41bis de publieke vordering doet vervallen, wat gebeurt er dan met het begrip « herhaling » waarvan sprake is in artikel 39 ?

De huidige boetes, die nog in oude Belgische franken worden geformuleerd, zouden in de praktijk bovendien met 200 worden vermenigvuldigd. In de tekst wordt voorgesteld de boetes te verhogen door een omschakeling van de monetaire eenheid. Zo zou 26 frank 26 euro worden. Een dergelijke maatregel kan alleen maar een negatief effect hebben, want de huidige boete van 26 frank vermenigvuldigd met 200 geeft 5 200 Belgische frank of 128 euro, wat beduidend meer is dan 26 euro. Is het niet beter de boete in haar huidige vorm te behouden ? De rechters spreken de boetes in Belgische franken uit, conform de wet, en ze delen de betichte nadien het bedrag in euro mee, waarbij ze zich baseren op een tabel die ze ter beschikking hebben.

Zal de formulering van boetes in euro in een wetsartikel aanvaard worden omdat ze in het algemeen toch in Belgische franken worden uitgedrukt ? Is het niet beter de bestaande tekst te behouden om niet te veel af te wijken van de procedure ?

2. Uiteenzetting van de heer M. Montegnies, directeur van het asiel « Animaux en péril »

De verzwaring van de gevangenisstraf voor kwaadwillige eigenaars kan de heer Montegnies alleen maar toejuichen. Bij « Animaux en péril » hebben ze enige ervaring terzake, vermits ze dertig à veertig kwaadwillige personen voor Belgische rechtbanken vervolgen.

Heel wat rechters spreken soms zware veroordelingen uit op grond van de bestaande wetteksten. In uitzonderlijke gevallen heeft de rechter al de zwaarste straffen uitgesproken. Een verhoging van de minimumstraffen zou dus geen slechte zaak zijn.

In België moet een gevangenisstraf van minder dan zes maanden niet effectief worden uitgezeten.Veroordelingen hebben echter een symboolfunctie en dragen bij tot het voorkomen van recidive.

Naast gevangenisstraffen en boetes, bepaalt de wet dat het houden van bepaalde categorieën van dieren gedurende een termijn van één tot drie jaar of zelfs definitief kan worden verboden. Bij mishandeling pleit de advocaat van « Animaux en péril » systematisch dat kwaadwillige eigenaars geen dieren meer mogen houden.

De spreker staat dus helemaal achter het voorstel van mevrouw Defraigne. Een verdubbeling van de strafmaat in geval van recidive zou uitstekend zijn.

3. Gedachtewisseling

Mevrouw Defraigne verklaart dat zij het woord « nutteloos » met opzet heeft gebruikt omdat ze wil voorkomen dat de wet gevolgen zou hebben voor bijvoorbeeld de activiteiten in de slachthuizen.

Het castreren van een kat is ontegensprekelijk een verminking, maar die daad is om evidente redenen niet nutteloos.

De rechters vandaag leggen onmiddellijk boetes in euro op. Het is voor iedereen — magistraten, pleiters en justitiabelen — gemakkelijk dat de boetes onmiddellijk in euro worden meegedeeld.

De heer Potelle formuleerde opmerkingen over de artikelen 39 en 41. Mevrouw Defraigne heeft het bestaande systeem niet gewijzigd. Zij stelt zwaardere gevangenisstraffen voor om een voorbeeld te stellen, en in de mogelijkheid om bij recidive een bevel tot aanhouding te verlenen. Zoals de tweede spreker onderstreepte, is de voorbeeldfuctie erg belangrijk. De rechtbanken worden gevoeliger voor die dossiers. Er wordt meer geluisterd en de repercussies zijn beter.

De programmawet heeft het opleggen van administratieve boetes ook mogelijk maakt. De twee systemen moeten naast elkaar blijven bestaan.

De heer Montegnies is het vanuit juridisch oogpunt eens met de interpretatie van het woord « nutteloos » van mevrouw Defraigne. Hij zou liever het woord schrappen maar het probleem is dat dit juridische interpretatieproblemen kan veroorzaken. Denk aan de castratie met het oog op het welzijn van het dier. Dat is de reden waarom het woord « nutteloos » in de wet op de dierenbescherming wordt gebruikt.

De heer Potelle verduidelijkt dat hij over « nutteloos lijden » heeft gesproken en niet over « nutteloze ingrepen ». Hij zegt niet dat een kat castreren nuttig is of niet. Hij heeft het over lijden.

IV. ALGEMENE BESPREKING

De indiener van het voorstel verklaart dat zij de straf wil verhogen die staat op het « algemene misdrijf » bedoeld in artikel 35, 1º, van de wet van 14 augustus 1986. De misdrijven bedoeld in de artikel 35 en volgende zijn specifieke misdrijven. In de praktijk worden mensen die dieren folteren, zoals bijvoorbeeld de veehandelaars op de markt van Ciney, veroordeeld op basis van artikel 35, 1º.

Volgens mevrouw Defraigne moet het bijwoord « nutteloos » behouden blijven om interpretatieproblemen te voorkomen, bijvoorbeeld wanneer een dierenarts een castratie uitvoert.

Ook de administratieve boetes moeten behouden blijven omdat het vooral de bedoeling is dat een straf wordt opgelegd. administratieve boetes kunnen soepel en snel worden toegepast terwijl de parketten overbelast zijn en vanzelfsprekend voorrang geven aan strafrechtelijke vervolging van misdrijven tegen natuurlijke personen.

Het concrete bedrag van de boete wordt geregeld door een wet van 2003, die voorschrijft dat het in de wet vastgestelde bedrag wordt vermenigvuldigd met 5,5.

De heer Vankrunkelsven is verontwaardigd omdat men makkelijker een consensus vindt om een wet goed te keuren die mensen bestraft die zich op onverantwoordelijke wijze gedragen ten aanzien van een dier dan om een wet goed te keuren die mensen beschermt tegen gevaarlijke dieren.

Mevrouw Defraigne is het er uiteraard mee eens dat een juridische oplossing moet worden gevonden om mensen, en dan vooral kinderen, te beschermen tegen gevaarlijke honden. De enige reden waarom het voorliggende voorstel minder deining veroorzaakt is omdat de aanpassing van de wetgeving juridisch-technisch makkelijker ligt. Het volstaat de strafmaat te wijzigen.

De heer Vankrunkelsven vraagt zich af of de commissie voor de Justitie niet moet worden geraadpleegd over een voorstel dat straffen wijzigt. Voorstel nr. 3-126 betreffende lichamelijk letsel veroorzaakt door honden is door de plenaire vergadering teruggezonden naar de verenigde commissies voor de Justitie en de Sociale Aangelegenheden en dit voorstel zou alleen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden kunnen worden behandeld ?

Mevrouw Van de Casteele herinnert eraan dat voorstel nr. 3-126 problematisch was omdat het er vooral toe strekte de eigenaar van de hond strafrechtelijk te sanctioneren. Zij heeft zelf een voorstel ingediend over gevaarlijke honden (wetsvoorstel nr. 3-697 tot oprichting van een Kruispuntbank van honden en tot instelling van een adviesraad inzake gevaarlijke honden) dat alleen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden kan worden behandeld omdat het de hele kwestie op een veel ruimere manier benadert. Mevrouw Defraigne voegt eraan toe dat het juridische probleem in voorstel nr. 3-126 te maken had met de aansprakelijkheid voor het gedrag.

Het voorliggende voorstel wil de strafmaat in de wet van 14 augustus 1986 wijzigen zonder aan het Strafwetboek te raken. Het instellen van administratieve boetes heeft ook te maken met de straffen, en hiervoor gebruikt men de programmawet. De vraag die hier gesteld wordt, past dus perfect in de bevoegdheden van de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Het is helemaal niet de bedoeling van spreekster om dieren beter te beschermen dan mensen, maar de twee kwesties kunnen volgens haar gescheiden worden en een stemming op het ene voorstel hoeft niet verbonden te zijn aan een stemming op het andere.

De minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid wenst het advies in te winnen van de minister van Justitie over dit voorstel. Het zou ten andere interessant kunnen zijn om in de tekst ook andere gevallen op te nemen die niet bestraft worden, zoals de gevallen in artikel 3bis (lijst van dieren die door een particulier gehouden mogen worden) en in artikel 19 van de wet van 14 augustus 1986.

Mevrouw Van de Casteele verklaart dat zij er niets op tegen heeft dat de rechter een bredere waaier van straffen kan uitspreken. Men zal echter moeilijk aan het publiek kunnen verkopen dat dierenmishandelaars opgesloten kunnen worden, terwijl de gevangenissen overbevolkt zijn. Bovendien vraagt zij zich af of het zin heeft om de gevangenisstraf te verhogen als men weet dat zij toch niet effectief uitgevoerd zal worden. Om deze indruk van straffeloosheid te voorkomen zou het misschien realistischer zijn om hogere boetes op te leggen.

Mevrouw Defraigne wijst erop dat het voorstel de straffen alleen wil verhogen in gevallen van ernstige mishandeling en recidive, waarbij in deze gevallen een aanhoudingsbevel uitgevaardigd kan worden. Het voorziet alleen in de mogelijkheid voor de correctionele rechtbank om een strengere straf op te leggen, en dan nog alleen als er een onderzoek is. Het doel is een signaal te geven dat dierenmishandeling voor de maatschappij een onaanvaardbaar misdrijf is. Ten slotte wijst zij erop dat de boete ook is verhoogd.

De heer Cornil is het helemaal eens met de doelstelling van het voorliggende voorstel. Hij begrijpt de wil om een sterk signaal te geven met betrekking tot dierenmishandeling als men bijvoorbeeld hoort dat het hof van beroep van Antwerpen net een man heeft vrijgesproken die tientallen honden had verkracht. Het lid meent dat dierenmishandeling een veel ernstiger misdrijf is dan de burger vaak denkt, aangezien wreedheid tegenover een dier en wreedheid tegenover een mens het gevolg zijn van eenzelfde logica.

Is het mogelijk om een overzicht te krijgen van de huidige rechtspraak inzake dierenmishandeling ?

Mevrouw Defraigne antwoordt dat bij het parket van Luik een substituut gespecialiseerd is in dit soort dossiers. Sommige dossiers worden natuurlijk geseponeerd, maar andere leiden tot veroordelingen voor de correctionele rechtbank, wat vaker dan vroeger gebeurt.

Mevrouw Van de Casteele, voorzitter, verklaart dat de commissie de minister van Justitie zal vragen een overzicht van de rechtspraak inzake dierenmishandeling te bezorgen, alsook een advies over het voorliggende voorstel met in voorkomend geval een voorstel tot aanpassing van de tekst.


De minister van Justitie heeft op 22 november 2006 een advies uitgebracht.

Over de wenselijkheid om de straffen in geval van dierenmishandeling te verhogen, antwoordt de minister dat het wetsvoorstel tot gevolg heeft dat de strafmaat dezelfde wordt als voor andere misdrijven zoals bijvoorbeeld slagen en verwondingen toegebracht aan personen, en dat de commissie moet oordelen of dit wenselijk of aanvaardbaar is.

Mevrouw Defraigne herhaalt dat het wetsvoorstel alleen van toepassing is op de ernstigste gevallen en de gevallen van recidive. De strafmaat is niet dezelfde als bij schade aan personen.

Mevrouw Durant merkt op dat het hier niet de bedoeling is om een hiërarchie in de ernst van de misdrijven tot stand te brengen naargelang het om een mens of een dier gaat. De beslissing om daders van dierenmishandelingen strenger te straffen doet geen afbreuk aan de wil om streng op te treden tegen misdrijven tegen mensen. Vergelijkingen zijn hier niet op hun plaats.

De heer Cornil kan zich helemaal vinden in het wetsvoorstel. Het is belangrijk dat de publieke opinie een duidelijk signaal krijgt dat er vastberaden wordt opgetreden tegen mensen die dieren doen lijden.

Mevrouw Van de Casteele geeft toe dat een strengere veroordeling van wreedheden tegen dieren geen afbreuk doet aan de wil om misdrijven tegen mensen te bestraffen. Men moet echter voorkomen dat het publiek de indruk krijgt dat de wetgever een strengere toepassing van sancties vraagt wanneer er dieren in het geding zijn, terwijl het soms de indruk heeft dat andere vormen van kleine criminaliteit ongestraft blijven. Het is evident dat de wetgever erop staat dat ook deze andere vormen van criminaliteit aangepakt worden.

Mevrouw Defraigne is het met deze zienswijze eens. Zij heeft trouwens ook wetsvoorstellen ingediend betreffende misdrijven tegen bejaarden of personen die een openbare functie bekleden, waarbij de kwetsbaarheid van deze personen als een verzwarende omstandigheid wordt beschouwd bij het bepalen van de strafmaat.

Volgens mevrouw Van de Casteele kan het feit dat men geen vorderingen maakt in andere dossiers de indruk wekken dat er een wanhouding bestaat inzake prioriteiten. Zij haalt het voorbeeld aan van het efficiënter bestrijden van huiselijk geweld, waarover drie wetsvoorstellen zijn ingediend die nog steeds niet behandeld zijn.

Mevrouw Defraigne antwoordt dat zo'n geweld te maken heeft met slagen en verwondingen die tijdelijke of permanente ongeschiktheid, of zelfs doodslag tot gevolg hebben. De strafmaat in die gevallen ligt heel wat hoger dan voor de wreedheden jegens dieren. Het probleem in deze aangelegenheid heeft niet te maken met de strafmaat, maar met het misdaadbeleid. Dat is een ander debat.

Mevrouw Van de Casteele heeft ook vragen bij het toepassingsgebied van het voorstel, en in het bijzonder bij de controverse die is ontstaan ten gevolge van het gebruik van het woord « nutteloos » in het voorgestelde artikel 35 van de wet van 14 augustus 1986. De vereniging Gaia voert momenteel campagne om de castratie van biggetjes aan te klagen, die de kwekers nog steeds massaal zonder anesthesie verrichten. Zou een dergelijke praktijk binnen het toepassingsgebied van de wet vallen ?

De minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid antwoordt dat het inderdaad een pijnlijke ingreep is voor het dier, die volgens de wet binnen zeven dagen na de geboorte van de biggetjes zonder verdoving kan plaatsvinden. Na deze periode is een verdoving verplicht. In 2003 hebben de dierenbeschermingsverenigingen en de landbouwersvakbonden een princiepsverklaring ondertekend om vanaf 2006 systematisch de verdoving op te leggen, en om vanaf 2009 een alternatief voor castratie te gebruiken. Gaia klaagt momenteel de niet-naleving aan van de eerste deadline, die volgens de sector te wijten is aan een gebrek aan verdovingsmiddelen en aan economische factoren (aankoop van het product, ingreep van de dierenarts).

Mevrouw De Roeck merkt op dat er vandaag een aantal wetgevende maatregelen inzake dierenwelzijn bestaan, maar zij betreurt dat deze wetten al te vaak in de praktijk met voeten worden getreden.

V. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN

Opschrift

Amendement nr. 1

Mevrouw Defraigne dient een amendement in (amendement nr. 1, Stuk Senaat nr. 3-1146/2), dat ertoe strekt het opschrift van het wetsvoorstel te wijzigen zodat het ook betrekking heeft op artikel 39 van de wet van 14 augustus 1986. Dit amendement moet worden samengelezen met amendement nr. 2, dat in het voorstel een artikel 3 invoert tot vervanging van artikel 39 van de wet.

Amendement nr. 1 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.

Artikel 1

Artikel 1 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.

Artikel 2

Artikel 2 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.

Artikel 3 (nieuw)

Amendement nr. 2

Mevrouw Defraigne dient een amendement in (amendement nr. 2, Stuk Senaat, nr. 3-1146/2), dat ertoe strekt een artikel 3 (nieuw) in te voegen, dat artikel 39 van de wet van 14 augustus 1986 vervangt.

Dit amendement komt er naar aanleiding van een opmerking van de minister van de Justitie in zijn advies : het wetsvoorstel voorziet in een maximumstraf van zes maanden, die bij herhaling kan worden verdubbeld tot twaalf maanden. Krachtens artikel 25 van het Strafwetboek, komt een straf van twaalf maanden (360 dagen) echter niet overeen met een straf van één jaar (365 dagen), zodat de onderzoeksrechter geen bevel tot aanhouding kan verlenen voor de dader van het misdrijf bedoeld in het nieuwe artikel 35, tweede lid. Zoals de minister in zijn advies voorstelt, voert dit amendement een nieuw artikel 3 in in het wetsvoorstel, dat voorziet in een bijzondere regeling voor herhaling, waarbij de straf voor het misdrijf bedoeld in artikel 35, tweede lid, van zes maanden wordt verhoogd tot één jaar.

Amendement nr. 2 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.

Het aldus geamendeerde wetsvoorstel in zijn geheel wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.


Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Wouter BEKE. Annemie VAN de CASTEELE.