3-1146/2

3-1146/2

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

29 NOVEMBER 2006


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 35 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren teneinde de strafmaat te verhogen in geval van dierenmishandeling


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN MEVROUW DEFRAIGNE

Het opschrift van het wetsvoorstel vervangen als volgt :

« Wetsvoorstel tot wijziging van de artikelen 35 en 39 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren teneinde de strafmaat te verhogen in geval van dierenmishandeling »

Verantwoording

Zie amendement nr. 2.

Nr. 2 VAN MEVROUW DEFRAIGNE

Art. 3 (nieuw)

Een artikel 3 (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 3. — Artikel 39 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1995, wordt vervangen als volgt :

Art. 39. — § 1. Bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bepaald bij de artikelen 35, eerste lid, en 36, worden de gevangenisstraffen en de geldboetes verdubbeld.

§ 2. Bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een misdrijf bepaald bij artikel 35, tweede lid, wordt het maximum van de gevangenisstraf verhoogd tot één jaar en wordt de geldboete verdubbeld.

§ 3. De rechtbank kan daarenboven in die gevallen de sluiting bevelen van de inrichting waar de misdrijven werden gepleegd, definitief of voor een termijn van twee maanden tot vijf jaar. » »

Verantwoording

Overeenkomstig het regeringsadvies moet ook artikel 39 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren worden gewijzigd, en niet alleen artikel 35 van die wet.

Het regeringsadvies wijst erop dat één van de doelstellingen van het wetsvoorstel niet wordt bereikt. Die doelstelling bestond erin dat de maximumstraf van zes maanden, die het wetsvoorstel invoert (art. 35, nieuw tweede lid), bij herhaling krachtens artikel 39 van de wet van 14 augustus 1986 kan worden verdubbeld en dus kan worden verhoogd tot één jaar. Op die manier kan de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 16, § 1, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, in uiterst ernstige gevallen een bevel tot aanhouding verlenen indien de dader de strafbare feiten nog eens pleegt.

De verdubbeling van de straf van zes maanden overeenkomstig artikel 39 van de wet van 14 augustus 1986 leidt dus tot een straf van 12 maanden.

Krachtens artikel 25 van het Strafwetboek, komt een straf van 12 maanden (360 dagen) echter niet overeen met een straf van één jaar (365 dagen), waarin artikel 16, § 1, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis voorziet. Zelfs bij herhaling kan dus geen bevel tot aanhouding worden verleend voor de dader van het misdrijf bedoeld in artikel 35, nieuw tweede lid.

Om die doelstelling toch te bereiken volgt de indiener de suggestie in het regeringsadvies en voegt ze een nieuw artikel 3 in haar voorstel in, ter vervanging van artikel 39 van de wet van 14 augustus 1986.

Het resultaat hiervan is

§ 1. Bij herhaling voor één van de misdrijven bedoeld in de artikelen 35, eerste lid, en 36, worden de gevangenisstraf en de geldboete verdubbeld.

§ 2. Bij herhaling voor een misdrijf bedoeld in artikel 35, tweede lid, wordt het maximum van de gevangenisstraf verhoogd tot één jaar en wordt de geldboete verdubbeld.

§ 3. De rechtbank kan daarenboven definitief of voor een termijn van twee maanden tot vijf jaar, de sluiting bevelen van de inrichting waar de misdrijven bedoeld in de artikelen 35, eerste en tweede lid, en 36, werden gepleegd.

Christine DEFRAIGNE.