3-190 | 3-190 |
De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven antwoordt.
Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - De wet van 2 juni 2006 tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen teneinde de vereffeningsprocedure te verbeteren is in werking getreden op 6 juli 2006. De benoeming van de vereffenaar door de algemene vergadering moet voortaan worden bevestigd door de rechtbank van koophandel. Er moet een vereffeningsdossier worden aangelegd op de griffie van de rechtbank van koophandel. Vóór afsluiting van de vereffening moet de vereffenaar een verdelingsplan van de activa onder de verschillende schuldeisers opstellen. Dit moet worden goedgekeurd door de rechtbank van koophandel.
1. Op welke wijze wordt dit `akkoord' van de rechtbank verkregen?
2. Ervan uitgaande dat een vereffening kort na de ontbinding kan worden afgesloten, binnen welke termijn dient de staat van verdeling of afsluitingsbalans te worden ingediend op de griffie? Is dit minstens één maand voordat de algemene vergadering overgaat tot afsluiting van de vereffening, naar analogie met artikel 194 van het Wetboek vennootschappen? Kan de minister dat uitvoerig toelichten?
3. Op welke wijze dient het akkoord van de rechtbank na de indiening van de staat van verdeling te worden verkregen alvorens tot afsluiting van vereffening te kunnen overgaan? Is het akkoord impliciet verkregen na één maand na indienen van de staat ter griffie of is het verkregen middels een eenzijdig verzoekschrift zoals bepaald wordt in artikel 2 van diezelfde wet dat artikel 18 van het Wetboek vennootschappen vervangt, waar de procedure weliswaar van toepassing is in een andere context?
Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - 1. De wijzigingen aan de vereffeningsprocedure werden doorgevoerd door het wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Vennootschappen, teneinde de vereffeningsprocedure te verbeteren. Inmiddels werd een omzendbrief opgesteld d.d. 14 november 2006 om een aantal interpretatiemoeilijkheden te verduidelijken. Volgens de parlementaire voorbereiding dient dit akkoord te worden verkregen bij verzoekschrift. Bij gebrek aan een geschil kan niet anders dan teruggevallen worden op het eenzijdig verzoekschrift van artikel 1025 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek.
2. De wet heeft geen termijn bepaald, doch zonder uitspraak van de rechter over dit verdelingsplan, waarbij hij zelf de termijn bepaalt, kan de vereffening niet worden afgesloten.
Daar waar de rechter zich zal moeten uitspreken over het verdelingsplan, is de ratio legis van een maand in artikel 194 van het Wetboek van Vennootschappen dat de commissaris, of bij ontstentenis, de aandeelhouders over voldoende tijd moeten beschikken om de rekeningen en de stavingstukken te controleren.
3. Aangezien dit verdelingsplan moet worden voorgelegd bij eenzijdig verzoekschrift, impliceert dit dat de rechtbank zich er uitdrukkelijk over zal moeten uitspreken. Ook hier voorziet de wet niet in een termijn. De termijn zal dus door de rechtbank zelf worden bepaald. Zonder uitdrukkelijke uitspraak van de rechter over dit verdelingsplan kan de vereffening immers niet worden afgesloten.