Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-68

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-4859 van de heer Galand d.d. 7 april 2006 (Fr.) :
Hervorming van de Verenigde Naties. — Hervorming van de Economische en Sociale Raad (ECOSOC). — Belgisch covoorzitterschap. — Stand van de werkzaamheden.

België, vertegenwoordigd door ambassadeur Verbeke, bekleedt samen met Mali het voorzitterschap van de werkgroep over de hervorming van de Economische en Sociale Raad (ECOSOC) van de Organisatie van de Verenigde Naties (VN). Die hervorming is een van de belangrijkste voor de VN als ze de verbintenissen willen nakomen die ze op het vlak van ontwikkeling (Top van Monterrey) en van de Millenniumdoelstellingen zijn aangegaan.

Het voorstel tot hervorming wordt gedaan in overleg met alle actoren die met ontwikkeling te maken hebben.

Kunt u me zeggen hoe het staat met de voorstellen tot hervorming van de ECOSOC ? Wat zijn de belangrijkste hindernissen of moeilijkheden om tot een definitief voorstel voor de hervorming te komen ?

Wat is de houding van de internationale financiële instellingen (IFI) ten aanzien van de hervorming, meer in het bijzonder de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds ? Werden die organisaties geraadpleegd ?

Alle actoren die met ontwikkeling te maken hebben, moeten worden geconsulteerd. Op welke manier worden het middenveld en de NGO's geconsulteerd ?

Tot slot, werd de Europese Unie over de hervorming geraadpleegd ?

Antwoord : Sinds een aantal jaar zet België zich in voor de hervorming van ECOSOC. In de regeringsverklaring werd al gewag gemaakt van de oprichting van een VN-Veiligheidsraad voor economische, sociale en milieukwesties. In juli 2004 namen België en Duitsland het voortouw van een poging ECOSOC te hervormen tot een modern multilateraal instrument dat de uitdagingen van de globalisering op economisch, sociaal en milieugebied zou aankunnen.

Het initiatief was gestoeld op de stellige overtuiging dat duurzame economische, sociale en milieuontwikkeling een voorwaarde is voor « veiligheid ». De « menselijke ontwikkeling », in de betekenis die de Verenigde Naties eraan geven in het kader van grote conferenties, is een onontbeerlijke bouwsteen voor stabiliteit en veiligheid. ECOSOC zou het institutionele draagvlak van deze dimensie moeten zijn en aldus de taak vervullen die hem aanvankelijk in het Handvest was toegewezen.

Deze wezenlijke band tussen veiligheid en menselijke ontwikkeling wordt accuraat verwoord in de conclusies van de Millenniumtop +5 die vorig jaar in september plaatshad. De staatshoofden en regeringsleiders bevestigden andermaal dit grondbeginsel : « We acknowledge that peace and security, development and human rights are the pillars of the United Nations System and the foundations for collective security and well-being ».

Van de top in september 2005 kregen de Verenigde Naties het mandaat om een aantal institutionele hervormingen door te voeren die eerder opmerkelijk zijn voor een organisatie met een vrij logge structuur. In een paar maanden tijd werden een nieuwe « Commissie voor vredeshandhaving » en een nieuwe « Raad voor de mensenrechten opgericht. De budgettaire en administratieve hervorming is aan de gang, de algemene Vergadering gaat nieuwe werkmethoden hanteren, er wordt van gedachten gewisseld over de eventuele oprichting van een VN-milieuagentschap en de secretaris-generaal is begonnen aan een grondig beraad over de ontwikkelingsarchitectuur.

De Belgische diplomatie is in het ECOSOC-dossier niet onopgemerkt gebleven. De voorzitter van de algemene Vergadering gaf de Belgische permanente vertegenwoordiger in New York dan ook de opdracht om samen met Mali het voorzitterschap waar te nemen van een overleggroep in de plenaire zitting van de algemene Vergadering. Deze is belast met de uitvoering van de ECOSOC-hervorming waartoe de Top opdracht had gegeven.

Aanvankelijk werden de ECOSOC-hervorming en de follow-up van ontwikkelingsvraagstukken onder één noemer gebracht. In november 2005 kregen de Belgische en Malinese co-voorzitters echter de instemming van de delegaties om voor de goedkeuring van twee afzonderlijke resoluties te gaan. Er moest immers rekening worden gehouden met het feit dat de taak die voor ECOSOC is weggelegd in het beheer van de globalisering, verder reikt dan de ontwikkelingsvraagstukken. Daartegenover stond de verplichting om bij de voorbereiding van beide resoluties een absoluut parallelisme te handhaven. De stand van zaken na 15 plenaire zittingen en een aantal bilaterale overlegrondes is als volgt.

In de punten 155 en 156 van het slotdocument van de Millenniumtop +5 wordt het kader van vijf strikt afgebakende functies aangegeven waarbinnen de versterking van ECOSOC zal plaatsvinden : ECOSOC :

1. blijft een forum voor « politieke dialoog » over globale economische, sociale en milieukwesties,

2. geeft de ministers de gelegenheid om tweejaarlijks een « ontwikkelingsforum » te houden

3. zorgt voor de follow-up van de grote VN-conferenties op ministerieel niveau,

4. voert het debat over humanitaire noodhulp,

5. coördineert de beleidsactiviteiten voor de VN-fondsen en de VN-programma's.

De gezamenlijke besprekingen die de permanente vertegenwoordiger van België voert, zijn zo goed als rond wat ECOSOC en een ontwerp van resolutie betreft. Er blijven wel nog twee struikelpunten over, met name :

— de financiering : de Groep van ontwikkelingslanden (G77) vindt dat voor de versterking van ECOSOC die op 5 nieuwe functies berust, evenveel aanvullende middelen moeten worden uitgetrokken als voor de nieuwe Raad voor de mensenrechten. De andere delegaties, waaronder de Europese Unie maar ook de andere grote betalers onder de Westerse landen, vinden dat uit de bestaande middelen een budget moet en kan worden vrijgemaakt;

— de institutionele betrekkingen met de Commissie voor vredeshandhaving : een aantal delegaties wil ECOSOC een grotere rol toebedelen in post-conflictsituaties; andere delegaties willen op dit punt niet verder ingaan omdat zij de privileges terzake van de Veiligheidsraad en de nieuwe PBC willen behouden.

Ingevolge de voorwaarde dat de voorbereiding van beide resoluties parallel zou verlopen, werden de werkzaamheden omtrent de hervorming van ECOSOC even opgeschort. De co-voorzitters vonden het raadzaam te wachten op de eindfase van de onderhandelingen over de ontwikkelingsvraagstukken. In dit verband zijn de delegaties nog verdeeld over twee tegenovergestelde concepten. Een aantal delegaties kan zich vinden in het voorstel van een kaderresolutie waarin alle actoren wordt gevraagd de verbintenissen na te komen die ze naar aanleiding van de Top zijn aangegaan, en gebruik te maken van de bestaande follow-up mechanismen. Andere delegaties willen via een substantiële resolutie de resultaten van de Top aanwenden als nieuw platform om hogere doelen te stellen en nieuwe verbintenissen aan te gaan. In dit verband is op woensdag 19 april 2006 een nieuwe onderhandelingsfase begonnen onder leiding van een bemiddelaar die in de eerste helft van de maand mei 2006 verslag zal uitbrengen aan de co-voorzitters.

De onderhandelingen hebben plaats op intergouvernementeel niveau en het EU-voorzitterschap verdedigt het standpunt dat de 25 lidstaten hebben goedgekeurd na coördinatiebijeenkomsten die in New York plaatshadden op het niveau van de deskundigen en de permanente vertegenwoordigers. Het secretariaat van de Raad en de Europese Commissie nemen deel aan de coördinatievergaderingen. Het intergouvernementele niveau verhinderde niet dat overlegbijeenkomsten werden gehouden om het standpunt van de actoren op het terrein te vernemen.

Op 1 december 2005 vond een overlegbijeenkomst met de betrokken instellingen en agentschappen plaats. Deze werd bijgewoond door de voorzitter van de algemene Vergadering, Ambassadeur Jan Eliasson en vice-secretaris-generaal José Antonio Ocampo van het departement Economische en Sociale Zaken. Vertegenwoordigers van de Wereldbank, UNCTAD, het IMF, de OESO en het UNDP namen het woord. Vertegenwoordigers van andere agentschappen kregen tijdens de Vraag- en Antwoordsessie de gelegenheid tussen te komen.

De voorzitter van de algemene Vergadering belegde op 16 december 2005 een overlegvergadering met de niet-gouvernementele organisaties over het hervormingsproces van de Verenigde Naties. Ambassadeur Johan Verbeke et Ambassadeur Diarra van Mali beantwoordden vragen van de NGO's over de hervorming van ECOSOC en vragen over ontwikkelingskwesties. Zij gaven bij die gelegenheid ook te kennen dat ze voor zover mogelijk zouden antwoorden op elke vraag die hen in de loop van het onderhandelingsproces zou worden voorgelegd.