(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Op 28 juli 2005 sloot de Europese Commissie met de regering van Marokko een nieuw visserijakkoord dat vier jaar geldig is en op 4 maart 2006 in werking treedt.
Dat akkoord, dat volgens onze informatie ook de wateren van de Westelijke Sahara bestrijkt, moet nog worden goedgekeurd door de Raad en door de lidstaten van de Europese Unie (EU).
Ik vestig uw aandacht op enkele rechtselementen :
— In zijn advies van 1975 verwierp het Internationaal Hof van Justitie (IHJ) de territoriale aanspraken van Marokko op het grondgebied van de Westelijke Sahara en verklaarde het dat de bevolking van dat gebied zich over haar toekomst moest uitspreken conform het zelfbeschikkingsrecht der volkeren (IHJ, Jurispr. 1975, blz. 60, § 162);
— De internationale gemeenschap erkent het bestuur van dat grondgebied door Marokko overigens niet;
— De Westelijke Sahara werd door een groot aantal staten (74) — het laatst door Zuid-Afrika — als soevereine staat erkend;
— Door zich niet uit de Westelijke Sahara terug te trekken maakt Marokko zich schuldig aan schending van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren;
— Het visserijakkoord tussen Marokko en de EU draagt bij tot de schending van dat recht. Het IHJ heeft in de kwestie van Oost-Timor (dat een gelijkaardige aangelegenheid betrof : een akkoord tussen Australië en Indonesië over de ontginning van grondstoffen in de Timor Gap) overigens verklaard dat het zelfbeschikkingsrecht der volkeren « een van de essentiële normen is van het hedendaagse internationale recht », een geldige norm erga omnes die de hele internationale gemeenschap bindt (IHJ, Jurispr. 1995, blz. 102, § 29) en die werd aangehaald door de Commissie voor internationaal recht als een van de dwingende normen van het internationaal recht (jus cogens) (Verslag CIR, 2001, doc. A/56/10, blz. 305);
— Een akkoord dat in strijd is met een norm van het jus cogens is nietig op basis van artikel 53 van het Verdrag van Wenen van 1969 inzake het verdragenrecht;
— In het algemeen maakt Marokko zich schuldig aan het overdragen van rechten die het niet toebehoren aangezien het beslist over wateren van een grondgebied dat het niet in bezit heeft, wat in strijd is met het welbekende rechtsprincipe nemo plus juris transferre potest quam ipse habet;
— In het bijzonder maakt Marokko zich ook schuldig aan schending van het principe volgens hetwelk elke land soeverein en permanent kan beschikken over zijn natuurlijke rijkdommen (A/RES/1803 (XVII), 14 december 1962; verdragen van 1966 inzake economische, sociale en culturele, burgerlijke en politieke rechten, gemeenschappelijk artikel 1, § 2), een recht dat als uitvloeisel van de internationale soevereiniteit en van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren deel uitmaakt van het internationaal gewoonterecht (brief van H. Corell, juridisch adviseur van de Verenigde Naties, aan de voorzitter van de Veiligheidsraad naar aanleiding van de door Marokko geplande akkoorden inzake olieprospectie in de Westelijke Sahara, 29 januari 2002, UNO, S/2002/161, § 14); dat recht zou niet worden geschonden op voorwaarde dat « de belangen en de wil van het volk van de Westelijke Sahara » bij de uitoefening ervan zouden worden geëerbiedigd. De vertegenwoordigers van de Westelijke Sahara aanvaarden evenwel niet dat Marokko beslist over de natuurlijke rijkdommen op haar grondgebied.
Gelet op de genoemde rechtsargumenten had ik graag vernomen of België ervoor kan zorgen dat de Commissie het visserijakkoord met Marokko beperkt tot de Marokkaanse territoriale wateren volgens de internationaal erkende grenzen van dat land.
Antwoord : Algemene inleiding.
De kwestie van de Westelijke Sahara wordt door België nauwkeurig gevolgd. De oplossing van deze kwestie wordt behandeld in het kader van de Verenigde Naties. Zoals bekend is er sinds 14 jaar een VN missie (MINURSO) actiefin de regio. De speciale gezant van de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties, de heer Peter Van Walsum, heeft onlangs gesprekken gevoerd met alle betrokken partijen. Zijn rapport wordt over 3 maanden verwacht. België is in afwachting van dit rapport en hoopt dat het elementen zal bevatten die kunnen leiden tot een oplossing waar alle partijen zich in kunnen vinden.
Uw vragen.
Wat het visserijakkoord tussen de EU en Marokko betreft is u wellicht bekend dat het hierbij gaat om communautaire materie waarvoor de Commissie exclusief bevoegd is om namens de Europese Unie te onderhandelen.
Het akkoord is eind juli 2005 geparafeerd en zal aan de Raad worden voorgelegd ter goedkeuring. Zodra dit gebeurt zal er uiteraard intern Belgisch overleg plaatsvinden met alle betrokken partijen, ter bepaling van het Belgische standpunt in deze aangelegenheid.
Zoals reeds in eerdere visserij akkoorden met Marokko is bepaald (het eerste akkoord dateert uit 1988), zal ook dit akkoord alle wateren betreffen die onder Marokkaanse jurisdictie vallen.
Wat uw vragen betreft inzake de Belgische economische activiteiten in de regio kan ik u melden dat voor zover mij bekend er geen commerciële activiteiten zijn tussen België en de Westelijke Sahara. Evenmin wordt er door de desbetreffende Belgische administraties separate informatie over de handelsstromen met de Westelijke Sahara bijgehouden.
Wat uw vraag inzake een regeling op basis van de « Rules of Origin » betreft kan ik u melden dat er momenteel geen plannen zijn om een dergelijke regeling te treffen met de Marokkaanse autoriteiten. Uiteraard hangt ook deze vraag samen met de bredere context van de oplossing van de kwestie inzake de Westelijke Sahara.
Tot slot uw vraag of België de Commissie kan vragen of het akkoord zich zou kunnen beperken tot de Marokkaanse territoriale wateren, langs de internationaal erkende grenzen, kan ik u het volgende melden. Zoals gezegd voert de Commissie de onderhandelingen en neemt daarbij als uitgangspunt de reeds eerder afgesloten visserijakkoorden. Dit geldt eveneens voor de kwestie van de territoriale toepassing van het akkoord.
In artikel 2 van de op 28 juli 2005 geparafeerde visserijovereenkomst staat dat de overeenkomst van toepassing is op de visserijzone van Marokko die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van het Koninkrijk Marokko valt. De afbakening van het geografische toepassingsgebied van de overeenkomst is identiek met de afbakening in de vorige overeenkomst, die in 1999 is verstreken, en laat de status van de Westelijke Sahara onverlet.