3-1823/1

3-1823/1

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

26 JULI 2006


Wetsvoorstel tot wijziging van de kieswetgeving met het oog op de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde

(Ingediend door de heer Joris Van Hauthem)


TOELICHTING


1. Dit wetsvoorstel is een integrale overname van het wetsvoorstel dat in de Kamer van volksvertegenwoordigers werd ingediend onder het stuknummer DOC 51 1379/001, aangepast op basis van de amendementen zoals vervat in het nummer DOC 51 1379/003.

De huidige indeling in kieskringen, inzonderheid de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, houdt geen rekening met de grondwettelijke indeling van het land in taalgebieden, gewesten en gemeenschappen, zoals deze bepaald wordt door de artikelen 1 tot 4 van de Grondwet.

Deze kieskring is derhalve strijdig met de Grondwet.

2. De wet van 13 december 2002 tot wijziging van het Kieswetboek en zijn bijlage heeft overal in het land provinciale kieskringen ingesteld, met uitzondering van de provincie Vlaams-Brabant. Het arrest nr. 73/2003 van het Arbitragehof heeft de regeling voor Vlaams-Brabant vernietigd. De kernoverwegingen van het arrest op dit punt zijn de overwegingen nrs. B.9.2 (over de vroegere situatie) en de overwegingen B.8.4, B.9.5 tot en met B.9.8 (over de nieuwe situatie en de toekomstige regeling).

— B.8.4 : « doordat het aantal kandidaten dat wordt verkozen in de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde en Leuven niet afhangt van de respectieve bevolkingscijfers van die kieskringen, wordt aan de kiezers en de kandidaten van twee van de kieskringen van het Rijk op discriminerende wijze de waarborg ontzegd waarin artikel 63 van de Grondwet voorziet ».

— B.9.4 : Het Hof oordeelt, verwijzend naar zijn arrest nr. 90/94, dat, hoewel het handhaven van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, in 1994, bestaanbaar kon worden beoordeeld met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, diezelfde bepalingen die handhaving op dat ogenblik niet vereisten, noch thans vereisen.

— B.9.5 : Door de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te handhaven (terwijl elders provinciale kieskringen werden ingesteld) behandelt de wetgever de kandidaten van de provincie Vlaams-Brabant op een andere wijze dan de kandidaten van de andere provincies.

— B.9.6 : « de maatregel gaat weliswaar uit van de bekommernis, die reeds in het arrest nr. 90/94 werd vastgesteld, om te zoeken naar een onontbeerlijk evenwicht tussen de belangen van de verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat. De gegevens van dat evenwicht zijn niet onveranderlijk. Het Hof zou evenwel in de plaats van de wetgever oordelen, indien het zou beslissen dat onmiddellijk een einde zou moeten worden gemaakt aan een situatie die tot op heden de goedkeuring van de wetgever had, terwijl het Hof niet alle problemen kan beheersen waaraan de wetgever het hoofd moet bieden om de communautaire vrede te handhaven ».

— B.9.7 : « In geval van behoud van provinciale kieskringen voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, kan een nieuwe samenstelling van de kieskringen in de vroegere provincie Brabant gepaard gaan met bijzondere modaliteiten die kunnen afwijken van degene die gelden voor de andere kieskringen, teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in die vroegere provincie te vrijwaren ».

3. Daar de provinciale kieskringen elders in het land niet werden vernietigd moet de wetgever optreden, hetzij om de provinciale kieskringen overal terug af te schaffen, hetzij om een provinciale kieskring Vlaams-Brabant op te richten, weze het dat de samenstelling van de kieskringen in de vroegere provincie Brabant gepaard kan gaan met bijzonder modaliteiten die kunnen afwijken van degene die gelden voor de andere kieskringen, teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in die vroegere provincie te vrijwaren.

4. Elke duurzame oplossing moet uitgaan van de noodzaak de grenzen van de taalgebieden, gewesten en provincies te eerbiedigen. Zoniet zouden de gemeenschappen in dit land niet op gelijke voet behandeld worden.

5. Aan alle hierboven gestelde grondwettelijke vereisten kan worden voldaan door de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen (zowel voor Kamer, Senaat als voor Europees Parlement), volgens de taal-, gewest- en provinciegrens. Dit betekent dat de kieskring Halle-Vilvoorde bij de Vlaamse kieskring wordt gevoegd (voor Senaat en Europees Parlement) en dat voor de parlementsverkiezingen de provinciale kieskring Vlaams-Brabant wordt ingesteld (arrondissementen Leuven + Halle-Vilvoorde). Dit kan bij gewone wet, in wezen door wijziging van de tabel gevoegd bij artikel 87 van het Kieswetboek (Kamer van volksvertegenwoordigers), door aanpassing van artikel 87bis van het Kieswetboek (kieskringen Senaat) en artikel 9 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezingen van het Europese Parlement.

6. Evenwel om een correcte zetelverdeling over de vroegere provincie Brabant te behouden, wordt, voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, als bijzondere modaliteit voor deze gewezen provincie, de apparentering behouden, op dezelfde wijze als deze thans bestaat : de Brusselse lijsten kunnen apparenteren, hetzij met Vlaams-Brabant, hetzij met Waals-Brabant (nooit met beide, zoals nu ook hetzij met Leuven, hetzij met Nijvel geapparenteerd kan worden, maar nooit met beide tegelijk). Hieruit volgt dat de zetelverdeling met de nieuwe indeling, niet wezenlijk zal verschillen van de huidige.

Het voordeel van het behoud van de apparentering is dat, met volledig respect van artikel 63 van de Grondwet, de zetelverdeling gebeurt op basis van de stemmenverdeling op het niveau van de oude provincie Brabant. Vooral voor de kleinere partijen is dit belangrijk : zo kunnen de stemoverschotten tussen geapparenteerde lijsten gevaloriseerd worden. Dit zal in de praktijk vooral belangrijk zijn voor de Nederlandstalige lijsten te Brussel.

Zonder apparentering zouden de Vlaamse lijsten in Brussel niet aan bod komen, tenzij via gewaarborgde vertegenwoordiging of poolvorming van de stemmen per taalgroep.

Zelfs met gewaarborgde vertegenwoordiging of poolvorming zou het aantal zetels dat de Nederlandstaligen te Brussel zouden verkrijgen, waarschijnlijk nog te klein zijn om de « traditionele » Vlaamse partijen aan bod te laten komen, waardoor bepaalde van die partijen te Brussel steeds stemmen verloren zouden zien gaan, en dus verplicht zouden worden om een kartel te sluiten. Met apparentering worden die stemoverschotten steeds in de andere kieskring gevaloriseerd.

Een ander voordeel van het systeem van apparentering is dat het een gangbare en erkende praktijk is, die ook door het Arbitragehof niet werd afgewezen, dat het effect ervan zou zijn dat de zetelverdeling weinig afwijkt van de huidige zetelverdeling over de oude provincie Brabant.

In een advies van de Raad van State 37 569 dd. 23 augustus 2004 met betrekking tot een wetsvoorstel tot wijziging van de kieswetgeving, met het oog op de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (DOC 51 0333/001) heeft de Raad van State overigens uitdrukkelijk gesteld met betrekking tot deze apparentering als bijzondere modaliteit dat deze apparenteringsregel « op zich geen aanleiding tot enig bezwaar » geeft.

7. Een ander voordeel is dat de apparentering niet uitsluit dat tevens vooraf een minimum aantal zetels aan de Vlaamse lijsten te Brussel zou worden gewaarborgd. Hoewel dit in dit wetsvoorstel niet werd opgenomen, daar het de bedoeling van de indieners is om de bestaande regeling zoveel mogelijk te behouden, maar dan met eerbiediging van de grenzen van de taalgebieden, gewesten en provincies, zoals die door of krachtens de Grondwet zijn vastgelegd.

Een dergelijke hervorming met gewaarborgde vertegenwoordiging vereist wellicht een herziening van de Grondwet (artt. 62-63); tijdens deze zittingsperiode werd evenwel enkel artikel 63, §§ 1-3 van de Grondwet voor herziening vatbaar verklaard.

De indieners van dit voorstel achten het wenselijk dat een dergelijke grondwetsherziening als volgende implementatie wordt gerealiseerd in het kader van de hervorming van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.

8. Ook op het vlak van de kiesdrempel biedt het voorgestelde systeem een voldoeninggevende oplossing. Er wordt immers bepaald dat voor de geapparenteerde lijsten de 5 % drempel berekend wordt ten overstaan van alle stemmen van Vlaams-Brabant (c.q. Waals-Brabant), verhoogd met alle stemmen uitgebracht op lijsten uit de kieskring Brussel die met Vlaams-Brabant, (c.q. Waals-Brabant) geapparenteerd zijn. Voor de lijsten die niet voor apparentering hebben geopteerd, wordt de 5 % grens anderzijds nog steeds berekend tegenover alle stemmen uit de kieskring waar de lijst is ingediend (deze drempels vervangen bovendien de huidige bepaling volgens dewelke een lijst, om in aanmerking te komen voor de zetelverdeling door apparentering, een stemcijfer moet hebben verkregen dat tenminste gelijk is aan drieëndertig ten honderd van de krachtens artikel 169, eerste lid, bepaalde kiesdeler).

Deze regeling met betrekking tot de kiesdrempel in het kader van geapparenteerde lijsten is verantwoord, gezien zij in de logica van de apparenteringsmodule als bijzondere modaliteit zelf ligt, maar op deze wijze een vertegenwoordiging van de Brusselse Vlamingen in de Kamer verzekert, daar waar eenzelfde vertegenwoordiging voor de Senaat grondwettelijk al werd vastgelegd.

Joris VAN HAUTHEM.

WETSVOORSTEL


TITEL I

Algemene bepaling

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

TITEL II

Wijzigingen van het Kieswetboek

Art. 2

§ 1. Artikel 87 van het Kieswetboek wordt vervangen als volgt :

« Art. 87. — De verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers worden gehouden per kieskring. Elke provincie vormt een kieskring. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vormt eveneens een kieskring. De kieskringen worden ingedeeld in kieskantons, overeenkomstig de tabel gevoegd bij dit wetboek. ».

§ 2. In de tabel, bedoeld in artikel 87 van het Kieswetboek, wordt het gedeelte dat betrekking heeft op « de kieskringen van Brussel-Halle-Vilvoorde, van Leuven (Vlaams-Brabant) en van Nijvel (Waals Brabant) » vervangen door de tabel als bijlage.

Art. 3

In artikel 115 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) het tweede en derde lid worden vervangen als volgt :

« Voor de verkiezing van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden de in artikel 132 bedoelde verklaringen van lijstenverbinding overhandigd op donderdag, tiende dag voor de stemming tussen 14 en 16 uur aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel.

Dit bureau fungeert als centraal bureau voor de drie kieskringen. »;

B) in het vijfde lid wordt de tweede zin vervangen als volgt :

« De bekendmaking vermeldt tevens op welke plaats, dag en uur de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel de verklaringen van lijstenverbinding voor de Kamer van volksvertegenwoordigers in ontvangst zal nemen. ».

Art. 4

Artikel 132 van hetzelfde Wetboek wordt als volgt vervangen :

« Art. 132. — Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers kunnen de kandidaten van een lijst uit de kieskring Brussel, met instemming van de personen die hen voorgedragen hebben, verklaren dat zij, met het oog op de zetelverdeling, zich verbinden met de bij name aan te wijzen kandidaten van een lijst, hetzij uit de provincie Vlaams-Brabant, hetzij uit de provincie Waals-Brabant.

Met het oogmerk hierop geschiedt de zeteltoewijzing over deze drie kieskringen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk VI. ».

Art. 5

In artikel 134 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 13 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) het eerste lid wordt vervangen als volgt :

« De verklaring van lijstenverbinding en van instemming met de lijstenverbinding mogen bij eenzelfde akte worden gedaan. »;

B) in het vierde en vijfde lid worden de woorden « provinciaal centraal bureau » telkens vervangen door « centraal bureau bedoeld in artikel 115 ».

Art. 6

In artikel 135 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 mei 1949 en het koninklijk besluit van 5 april 1994, worden de woorden « provinciaal centraal bureau » vervangen door de woorden « centraal bureau bedoeld in artikel 115 ».

Art. 7

In artikel 136, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 1958, worden de woorden « provinciaal centraal bureau » vervangen door de woorden « centraal bureau bedoeld in artikel 115 ».

Art. 8

In artikel 137 van hetzelfde Wetboek worden de woorden « hoofdbureau » vervangen door de woorden « centraal bureau » als bedoel in artikel 115 ».

Art. 9

Artikel 165bis, 1º, van hetzelfde Wetboek, dat deels is vernietigd bij arrest nr. 73/2003 van het Arbitragehof van 26 mei 2003, wordt vervangen als volgt :

« 1º voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers : de lijsten die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring hebben behaald. ».

Art. 10

Artikel 169, laatste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, gewijzigd bij de wet van 5 april 1995, wordt vervangen als volgt :

« Het proces-verbaal van die verrichtingen wordt dadelijk gezonden aan de voorzitter van het centraal bureau, als bedoeld in artikel 115; alleen de overige in artikel 177 vermelde stukken worden aan de griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers gestuurd. »

Art. 11

In artikel 170 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 december 1993 en 5 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in het eerste lid, worden de woorden « provinciaal centraal bureau » vervangen door de woorden « centraal bureau bedoeld in artikel 115 »;

B) in het tweede lid, worden de woorden « de gehele provincie » vervangen door de woorden « voor het geheel van de verbonden kieskringen »;

C) het derde lid wordt vervangen als volgt :

« Tot die aanvullende verdeling laat het alle lijstengroepen toe, voor zover zij minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen hebben behaald in een van de kieskringen waartussen de betrokken lijstenverbinding verloopt. Het laat tot die verdeling eveneens de alleenstaande lijsten toe die het in artikel 165bis, 1º bepaalde aantal procent van de stemmen hebben behaald. ».

Art. 12

In artikel 171 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2000 en 13 december 2002, worden de woorden « provinciaal centraal bureau » telkens vervangen door de woorden « centraal bureau bedoeld in artikel 115 ».

Art. 13

Artikel 175, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door het volgende lid :

« Het centraal bureau bedoeld in artikel 115 wijst, bij lijstenverbinding overeenkomstig artikel 132, de verkozenen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers aan overeenkomstig de artikelen 172 en 173. Daarbij wordt, voor de aanwijzing van de verkozenen uitsluitend rekening gehouden met de door de lijst en de kandidaten behaalde uitslag in de kieskring waar de aan de lijst toekomende zetels werden behaald. ».

TITEL III

Wijzigingen van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement

Art. 14

Artikel 9 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement wordt vervangen als volgt :

« Art. 9. — De verkiezing van het Europees Parlement wordt gehouden op basis van de vier volgende kieskringen :

1º de Vlaamse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Vlaamse Gewest behoren;

2º de Waalse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Waalse Gewest behoren, met uitzondering van de gemeenten van het Duits taalgebied;

3º de kieskring Brussel die het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad omvat;

4º de Duitstalige kieskring die de gemeenten van het Duits taalgebied omvat. ».

Art. 15

In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in § 1, derde lid, worden de woorden « een kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « de kieskring Brussel »;

B) in § 3, vierde lid, vervallen de woorden « de bevolking van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde en ».

Art. 16

In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in § 3, vijfde lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel »;

B) § 4, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993 en vervangen bij de wet van 18 december 1998, wordt opgeheven.

C) § 5 wordt vernummerd tot § 4.

Art. 17

In artikel 21, § 1, van dezelfde wet, vernietigd bij het arrest van het Arbitragehof nr. 26/90 van 14 juli 1990 en opnieuw ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».

Art. 18

In artikel 23, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».

Art. 19

In artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993 en de koninklijke besluiten van 11 april 1994 en 18 december 1998, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».

Art. 20

In artikel 26, § 1, eerste en tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 2003, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » telkens vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».

Art. 21

In artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993 en 26 juni 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in het eerste lid, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel »;

B) het vierde lid wordt opgeheven.

Art. 22

In artikel 35, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden « kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door de woorden « kieskring Brussel ».

Art. 23

In het bij dezelfde wet gevoegde model van stembiljet II.d., worden de woorden « Brussel-Halle-Vilvoorde » vervangen door het woord « Brussel ».

5 juli 2006.

Joris VAN HAUTHEM.