3-177 | 3-177 |
De voorzitter. - Ik stel voor de vragen om uitleg samen te voegen. (Instemming)
Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt.
Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Onlangs stelde de Studiecommissie voor de Vergrijzing haar vijfde jaarverslag voor.
De regering gaf in de media hierover te kennen dat de conclusies hoopgevend zijn.
De budgettaire kost van de vergrijzing bedraagt voor de periode 2005-2030, net zoals in het vorige jaarverslag, 3,8% van het BBP. Op middellange termijn echter stijgt die budgettaire kost met 0,3% tot 0,4% van het BBP. Twee derde daarvan zou te wijten zijn aan de meerkost van maatregelen van het generatiepact. Op lange termijn zou er wel degelijk een positief effect zijn, maar slechts voor een veertiende van de totale kosten voor de vergrijzing.
Welke conclusies trekt de minister uit de studie? Is de studie geen bewijs dat de maatregelen -zeker voor wat betreft de korte en middellange termijn- niet ingrijpend genoeg zijn? In de discussies die we daarover hebben gehad in de werkgroep vergrijzing en in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden, rees de vraag om verder te gaan dan het generatiepact.
Met de uitvoering van het generatiepact heeft men bovendien ook lang gewacht. Vele maatregelen zullen pas uitvoering vinden meer dan een jaar na het bereiken van het akkoord, sommige zelfs pas op 1 januari 2008. Is de minister van plan om de uitvoering te bespoedigen? Op welke manier zal de minister rekening houden met de conclusies?
Nu kom ik tot mijn tweede vraag. Meer dan een jaar vóór het generatiepact vorm begon te krijgen diende ik, samen met collega Stefaan Noreilde, twaalf wetsvoorstellen in die de gevolgen van de vergrijzing van de bevolking op onze maatschappij en meer bepaald op onze sociale zekerheid moeten verzachten.
Sommige voorstellen zijn ook terug te vinden in het generatiepact, vandaar dat ik de uitvoering van het generatiepact met argusogen opvolg. De uitvoering van het generatiepact heeft een impact op het leven van veel vijftigers. Zij hebben via de media wel al gehoord welke maatregelen genomen zullen worden om hen aan te zetten langer te werken, maar hebben weinig of geen informatie over het tijdstip waarop elk van die maatregelen effectief van kracht wordt. Als burger heb ik hier ook naar gezocht en de meest volledige informatie heb ik gevonden op de website van het VBO, hoewel ook nog niet volledig én actueel.
Omwille van het belang van de uitvoering van het generatiepact denk ik dat de regering beter moet communiceren over de uitvoering ervan. In de commissie voor de Sociale Aangelegenheden hebben we bij de bespreking van de programmawet nu wel een boordtabel gekregen van de minister van Pensioenen. We hadden dat ook graag gekregen van de minister van Werk en van de minister van Sociale Zaken.
1. Op welke manier verloopt de communicatie van de planning van uitvoering van het generatiepact naar de bevolking? Is de minister van plan om de communicatie te verbeteren? Zo ja, hoe dan wel?
2. Kan hij mij in het bijzonder zeggen wanneer het activerend beleid bij de herstructureringen met daarbij de heractivering van de aanvullende vergoeding voor bruggepensioneerden die terug aan de slag gaan, uitvoering zullen vinden?
Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Ik lees de antwoorden van minister Vanvelthoven. Ik begin met het antwoord op de vraag betreffende de uitvoering van het generatiepact.
Tot nog toe werd voornamelijk geïnvesteerd in de omzetting van de maatregelen van het generatiepact in wetten en besluiten. Terloops wil ik eraan herinneren dat dit pact niet alleen maatregelen omvat om het actief ouder worden te stimuleren, maar ook om meer jongeren aan het werk te helpen en de sociale zekerheid te versterken.
De omzetting van het pact in reglementaire teksten is overigens een zeer complexe aangelegenheid onder meer omdat tal van maatregelen een inbreng of minstens overleg vereisen met de sociale partners en/of de gefedereerde overheden. De inwerkingtreding van de maatregelen verloopt bovendien gespreid in de tijd. Dat alles belet evenwel niet dat er inzake communicatie reeds inspanningen werden geleverd die in de loop van de tweede helft van 2006 geïntensifieerd zullen worden en ook meer gestructureerd zullen verlopen.
Voor de communicatie werd tot nu hoofdzakelijk gebruik gemaakt van de elektronische kanalen en meer in het bijzonder van de websites van zowel de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg als van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Zo biedt de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg een overzicht van de genomen en nog te nemen maatregelen in uitvoering van het generatiepact met, voor wat de maatregelen ter bevordering van het actief ouder worden betreft, meer gedetailleerde informatie over het activerend beleid bij herstructureringen en het verruimd toepassingsgebied van de werkhervattingstoeslag. Deze maatregelen komen ook aan bod op de webstek van de RVA, die tevens informatie verschaft over de inhoudingen sociale zekerheid op door de werkgever betaalde aanvullende vergoedingen bovenop werkloosheiduitkeringen of onderbrekingsuitkeringen, de zogenaamde Canada Dry-stelsels.
Met het oog op de versterking van de communicatie in verband met de uitvoering van het generatiepact en meer in bijzonder dan voor wat het stimuleren van het actief ouder worden aangaat, zal zoals gepland in het pact, in de loop van de tweede helft van 2006 een ruime sensibiliseringscampagne worden gestart. Met deze campagne willen we niet alleen informeren over de maatregelen, maar ook en vooral de zo nodige mentaliteitsverandering ten aanzien van ouderen tegenover werk helpen bewerkstelligen. Zo zal deze brede en langdurige campagne alle actoren wijzen `op hun vooroordelen in verband met werk, leeftijd en ouder worden' en `de economische productiviteit en arbeidsmarktwaarde van ervaren werknemers toelichten'. Een degelijke voorbereiding is noodzakelijk om een adequate strategie voor de campagne te ontwikkelen. Daarbij zal worden gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur binnen de FOD Werk, Arbeid en Sociaal overleg samen met de andere relevante federale en gewestelijke administraties; overleg met sociale partners en belangenorganisaties wordt gepland. De organisatie van de campagne, vooral die bestemd voor het grote publiek, zal worden georganiseerd in samenwerking met een extern communicatiebureau.
Wat het activerend beleid bij herstructureringen betreft, regelt het koninklijk besluit van 9 maart 2006, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 maart 2006, de oprichting van tewerkstellingscellen voor de herstructureringen die worden aangekondigd vanaf 1 april 2006.
Voor de activering van de aanvullende vergoeding bij brugpensioenen - en bij uitbreiding bij de Canada Dry-regeling - heeft de overheid natuurlijk geen direct instrument in handen. De aanvullingen worden geregeld bij CAO of in een individueel akkoord in het geval van canada dry. Wel leggen de betreffende koninklijke besluiten vanaf 1 januari 2007 zwaardere bijdragen en inhoudingen op indien de CAO of het akkoord tussen 2007 en 2008 een doorbetaling bij werkhervatting uitdrukkelijk uitsluit. Vanaf 1 januari 2008 zal de doorbetaling uitdrukkelijk opgenomen moeten zijn, teneinde de voormelde sancties te vermijden. Momenteel zijn binnen de NAR besprekingen aan de gang over een aanpassing in die zin van CAO 17, de basis-CAO brugpensioen.
Dan lees ik nu het antwoord op de vraag over het jaarverslag van de studiecommissie voor de vergrijzing.
In het verslag dat op 28 juni aan de regering werd overhandigd, wordt geen rekening gehouden met het ontradende effect van de bijdragen en inhoudingen die voortaan op aanvullingen van pseudo-brugpensioenen worden geïnd.
De commissie verwacht alleszins een belangrijke impact op de brugpensioneringsgraad. Ingevolge het pact dalen de uitgaven voor brugpensioen met 0,1% van het BBP ten opzichte van het basisscenario.
Ook stelt de commissie dat het pact een belangrijke bijdrage heeft in de stijging van de activiteitsgraad van de beroepsbevolking van 55 tot 64 jaar. Aan de stijging van de totale werkgelegenheidsgraad en het bnp levert het pact een positieve bijdrage van 1%.
Ingevolge de positieve invloed op de werkgelegenheid, en dus de verbreding van de bijdragebasis, zal het pact de overheidsontvangsten tegen 2030 met 0,53% van het BBP doen toenemen.
Het pact bevat ook een belangrijk hoofdstuk over welvaartsaanpassingen van sociale uitkeringen vanaf 2007. In haar basisscenario ging de commissie er echter vanuit dat het structurele mechanisme pas na 2010 zou aanvatten. Dat wekt de indruk dat het pact de sociale uitgaven verzwaart (op korte termijn met 0,3% van het BBP). Nochtans was de basis van het welvaartsmechanisme reeds goedgekeurd op de bijzondere Ministerraad van Raversijde. In die zin heeft de commissie in haar basisscenario dus wat te restrictieve hypotheses gehanteerd ten opzichte van wat politiek reeds was beslist. Het hoofdstuk van het rapport dat aan de pensioenen is gewijd, toont trouwens aan dat de regering een terechte beslissing heeft genomen door het mechanisme van welvaartsaanpassingen tijdig op te starten.
Ook na het in rekening brengen van de meerkost van deze beslissingen, geeft het pact een gunstig effect van 0,28% van het BBP op het vorderingensaldo van de overheid in 2030. Het pact levert dus zijn bijdrage tot financiering van de meerkost van de vergrijzing nadat het stevige mechanisme van welvaartsaanpassingen in de sociale zekerheid in rekening werd gebracht.
Het pact bevat een reeks maatregelen die globaal en in hun onderlinge samenhang een mentaliteitswijziging beogen. Uiteraard is de impact daarvan moeilijk vooraf kwantificeerbaar.
De regering heeft niet lang gewacht met de uitvoering van het pact. De uitvoering zit volledig op het schema dat in het pact werd afgesproken. De koninklijke besluiten inzake de actieve aanpak van herstructureringen -met de inbegrip van de impact op de brugpensioenwetgeving tussen 2006 en 2008 -, de bijdragen en inhoudingen op Canada Dry-vergoedingen, de versnelde toekenning van de werkhervattingstoeslag, de langere toekenning van de doelgroepvermindering en de specifieke activering van de uitkeringen voor zeer laag geschoolde jongeren, de activering van uitkeringen bij opleidingen op de werkvloer, de versterking van het ervaringsfonds, de versterkte lastenverlaging voor jongeren, de bijdragen op brugpensioen, de basisregeling voor brugpensioenen vanaf 2008, de start- en stagebonus ... zijn ofwel reeds in het Belgisch Staatsblad verschenen of zullen eerstdaags verschijnen.
Binnen de NAR wordt momenteel gedebatteerd over het scholingsbeding en de gelijkgestelde periodes en de definitie van zware beroepen die - conform het pact - moeten worden geïntegreerd in de brugpensioenregeling die vanaf 2008 van toepassing zal zijn.
De afgesproken maatregelen moeten nu eerst integraal worden uitgevoerd en er moet een periodieke evaluatie van de feitelijke impact worden gemaakt.
Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Het is moeilijk om op basis van een dergelijke opsomming een correct beeld van de gerealiseerde maatregelen te krijgen. De mentaliteitswijziging is inderdaad zeer belangrijk; om die reden is ook de communicatie naar de bevolking cruciaal.
Blijkbaar zullen de inspanningen in de tweede helft van het jaar worden opgedreven. Hopelijk wordt ook de informatie geoptimaliseerd want ook wij kunnen soms moeilijk een antwoord geven op vragen over de stand van zaken van sommige aangekondigde maatregelen.
Het is duidelijk dat minister Vanvelthoven uit het jaarverslag van de studiecommissie voor de vergrijzing die cijfers haalt die hem het beste uitkomen. Het klopt dat niet alleen de vergrijzing, maar ook de welvaartsaanpassingen en andere regeringsmaatregelen de kosten zullen opdrijven.
De overheid moet echter de evolutie van de kosten van het sociale zekerheidssysteem van nabij in het oog houden. Indien nodig moet ze bijsturen. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om maatregelen die in het kader van het generatiepact of naar aanleiding van een of andere Ministerraad werden genomen. Ik stel vast dat de minister de cijfers van de studiecommissie voor de vergrijzing voor een deel in twijfel trekt. Misschien moet alles nog eens nauwkeurig worden gecontroleerd.