3-173

3-173

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 29 JUNI 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid en aan de minister van Werk over «de marktwerking inzake breedbandinternet» (nr. 3-1741)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - De alternatieve internetoperatoren Mobistar en Versatel pleitten op 21 juni jongstleden in een brief aan de regering voor een betere marktwerking inzake breedbandinternet.

Vorige week raakte bekend dat de Belgen voor hun breedbandverbinding per maand minstens 5 euro meer betalen dan de buren in Nederland, Duitsland en Frankrijk. In liefst twaalf Europese landen gaan eindgebruikers een pak goedkoper op het net. Dat blijkt uit het jongste onderzoek van Telecompaper.

In Frankrijk woedt momenteel een bikkelharde concurrentiestrijd tussen meerdere grotere partijen waardoor breedband in alle lagen van de Franse bevolking snel aan belang wint. Wat in Frankrijk kan, moet ook in België kunnen.

Een onderzoek van Test-Aankoop in mei 2005 gaf aan dat de technische kenmerken van het Belgische breedbandaanbod vergeleken met zeven andere Europese landen maar gemiddeld scoren. Een betere technische kwaliteit kan dus geen verklaring zijn voor het prijsverschil met onze buurlanden.

Heden wordt de internetmarkt door twee marktspelers gedomineerd: Belgacom en Telenet. Die twee providers hanteren al jaren dezelfde prijzen, terwijl de prijzen in het buitenland al jaren dalen. Eerder onderzoek toont aan dat dit duopolie geen toeval is. Enkel die twee marktspelers beschikken over een eigen net dat alle huizen aandoet. Aangezien het netwerk van de kabelbedrijven heden niet open staat voor de concurrentie zijn de andere maatschappijen daardoor aangewezen op het netwerk van Belgacom. Niet voor niets stagneert de groei van het aantal breedbandinternetgebruikers in België.

Nieuwe internationale cijfers van april 2006 van het Britse analistenbureau Point Topic tonen aan dat België voor breedbandpenetratie stilaan met een onopvallende plaats in de middenmoot vrede moet nemen.

Ik pleit er dan ook voor om het netwerk van de kabelbedrijven open te stelen voor de concurrentie. Bovendien moet de toezichthouder inzake telecom, het BIPT, assertiever optreden, indien we willen dat de internetpenetratie bij alle lagen van de bevolking daadwerkelijk verbetert. De tarieven om gebruik te maken van het netwerk van derden moeten marktconform zijn, waardoor de markt voor breedbandinternet wordt opengetrokken.

Hoe reageert de minister op de resultaten van het onderzoek van Telecompaper en Test-Aankoop die aangeven dat de prijs voor breedbandinternet in België veel hoger is dan in onze buurlanden? Is de minister bereid een onderzoek te laten doen naar de prijszetting die Belgacom doorrekent aan de alternatieve internetoperatoren voor het gebruik van zijn kabel en de mate waarin hij een de facto monopolie handhaaft?

Is de minister het eens met de stelling van de alternatieve operatoren en Test-Aankoop dat het BIPT veel strijdvaardiger moet zijn inzake de effectieve toegang tot het netwerk van Belgacom en moet optreden tegen de diverse hindernissen die Belgacom opwerpt zoals een ware papierslag en overdreven prijzen? Zo neen, kan de minister dat toelichten? Hoe reageert de minister op de verhoging van de prijs voor het verbinden van de kabels tussen de apparatuur van Belgacom en de andere operatoren vanuit concurrentieel opzicht?

Waarom moet alleen Belgacom zijn netwerk voor andere operatoren openstellen? Welke beleidsredenen hebben meegespeeld om de kabelexploitanten als UPC en Telenet geen verplichting op te leggen? Is de minister het met mij eens dat nu België zijn leiderspositie inzake de breedbandpenetratie kwijt is, ook de kabelmaatschappijen hun kabel - tegen marktconforme prijzen - ter beschikking moeten stellen van alternatieve operatoren? Welke andere maatregelen zal hij nemen om de markt van het breedbandinternet open te trekken? Kan hij een timing geven?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister Verwilghen.

Mijns inziens dienen toch kanttekeningen te worden geplaatst bij de vergelijking van Belgische en buitenlandse prijzen. Een aansluiting tegen lagere prijzen kan in het buitenland vaak enkel worden bekomen in een welbepaalde beperkte regio zoals een grote stad, terwijl de Belgische tarieven bijna altijd nationale tarieven zijn. De beperking tot bepaalde meestal drukbevolkte regio's brengt met zich dat lagere prijzen mogelijk worden omdat enerzijds de uitrol van het netwerk in dergelijke regio's vaak eenvoudiger is en, anderzijds, er meestal meer potentiële klanten wonen. Bij lagere prijzen worden vaak nog bijkomende kosten aangerekend, waardoor de totale prijs hoger ligt.

Het onderzoek werd uitgevoerd. Het BIPT, de Belgische telecomregulator, heeft een analyse uitgevoerd van de markt, zoals haar wettelijke opdracht voorschrijft. Het BIPT verkeert momenteel echter in de onmogelijkheid om de conclusies van zijn analyse ten uitvoer te brengen wegens het ontbreken van een samenwerkingsakkoord hieromtrent met de gemeenschappen. De Vlaamse Gemeenschap weigert immers het uitgewerkte samenwerkingsakkoord te ondertekenen, hoewel ze op het Overlegcomité instemde met de tekst ervan. Bijgevolg is het voor het BIPT momenteel dus onmogelijk om de vereiste beslissingen te nemen, onder meer omtrent de prijzen,.

Voor het antwoord op de derde vraag kan worden verwezen naar het antwoord op de vorige vraag, maar het BIPT, als regulator van de telecommunicatiesector, moet zijn rol opnemen en als dusdanig paal en perk stellen aan manoeuvres van marktspelers die tot doel zouden hebben de correcte toepassing van de regelgeving onmogelijk te maken.

De prijzen worden gecontroleerd door het BIPT. Indien er geen verantwoording bestaat voor de prijsverhoging, moet het BIPT tussenbeide komen. Het BIPT heeft wegens het ontbreken van het vereiste samenwerkingsakkoord momenteel niet de middelen om andere partijen te dwingen hun netwerk open te stellen. Het BIPT heeft hieromtrent evenwel reeds een juridische en economische analyse uitgevoerd. Daaruit zou blijken dat rekening houdend met de voorschriften van het Europese kader, de openstelling van de kabelnetwerken niet kan worden opgelegd.

De openstelling van de kabelnetwerken zou een van de maatregelen kunnen zijn om de breedbandpenetratie te verhogen. Hieromtrent verwijs ik naar het antwoord op de vorige vraag. De kostprijs van breedband vormt slechts een van de factoren die de breedbandpenetratie bepalen. Daarnaast zijn er nog heel wat andere factoren, zoals de beschikbaarheid van interessante toepassingen, de aanwezigheid van het vereiste vertrouwen in het nieuwe medium en de noodzaak om over bepaalde vaardigheden te beschikken. We mogen die factoren niet uit het oog verliezen als we de breedbandpenetratie willen verhogen. Ze zijn misschien zelfs nog belangrijker dan de prijs. Tijdens de themaministerraad van vorige vrijdag heb ik dan ook een aantal voorstellen naar voren gebracht die inspelen op die andere factoren.