3-173

3-173

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 29 JUNI 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «de tarieven van het breedbandinternet in België» (nr. 3-1199)

De voorzitter. - De heer Didier Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Europees Commissielid Viviane Reding heeft zware kritiek op de te hoge tarieven van het breedbandinternet in België. In haar voorstellen aan de Commissie pleit ze voor het eerst voor een structurele opdeling. Daardoor kunnen telecomoperatoren eisen dat een dominante operator alle concurrenten een niet-discriminerende toegang geeft tot zijn net door de infrastructuur in meerdere of mindere mate los te koppelen van de diensten die de dominante operator zelf levert. Het voorstel sluit zeer nauw aan bij mijn eerder pleidooi om de breedband verder te liberaliseren.

Op 29 maart werd een inbreukprocedure opgestart tegen België omdat België nog geen marktanalyse had doorgevoerd, wat rechtstreekse gevolgen heeft voor de soepeler marktregulering die Europa voorstelt.

Ook blijkt er nog steeds geen samenwerkingsakkoord te zijn met de gemeenschappen. Naar verluidt zou Vlaanderen dat dossier aan de radiofrequenties koppelen.

Daarnaast pleit de Europese Commissaris voor een Europese telecomoperator.

Is de minister voorstander van een structurele opdeling, waarbij de infrastructuur in mindere of meerdere mate wordt losgekoppeld van de diensten die de dominante operator zelf levert? Is de minister voorstander van een Europese telecomoperator?

Kan de minister aangeven waarom de marktanalyse achterstand heeft opgelopen en wanneer we deze analyse mogen verwachten? Wat zijn de gevolgen van het uitblijven van deze analyse?

Hoe reageert de minister op de zoveelste vaststelling van de Europese Commissaris dat de Belgische breedband erg duur is in vergelijking met de buurlanden?

Is de minister het eens met de stelling dat het uitblijven van de samenwerkingsovereenkomst tussen de federale overheid en de gemeenschappen mee aan de basis ligt van de te hoge prijs van de breedband en kan hij dat toelichten?

De heer Didier Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van minister Verwilghen.

In 2002 kwamen een aantal nieuwe Europese richtlijnen tot stand. De nieuwe wet elektronische communicatie heeft die in Belgisch recht omgezet. Deze nieuwe wet is overmorgen één jaar van kracht en geeft het BIPT de mogelijkheid toegangsverplichtingen, niet-discriminatieverplichtingen, transparantieverplichtingen en zo meer op te leggen. Vandaag is het te vroeg om de impact van die nieuwe regels op de markt te beoordelen. Het lijkt mij dan ook raadzaam dat wij eerst de concrete resultaten van de toepassing van de nieuwe wet afwachten alvorens bijkomende maatregelen te nemen.

De oprichting van een Europese telecomregulator voor de behandeling van grensoverschrijdende materies zoals roaming, kan nuttig zijn.

Het BIPT moet 17 markten analyseren. Voor elk van die markten dient een strikte procedure gevolgd te worden met een consultatie van de markt, een advies van de mededingingsautoriteit en een aanmelding bij de Europese Commissie. Het BIPT heeft zijn werkzaamheden met betrekking tot twee markten afgerond. De resultaten voor de andere markten zullen weldra volgen. Met betrekking tot twee markten is er evenwel een probleem, namelijk de markten die rechtstreeks betrekking hebben op het internet. Het BIPT kan hierover geen beslissing nemen zolang het samenwerkingsakkoord inzake de samenwerking tussen regulatoren niet in werking is getreden. De Vlaamse regering weigert immers het samenwerkingsakkoord, waarover inhoudelijk een akkoord bestaat, te ondertekenen omdat zij dat koppelt aan het dossier van de radiofrequenties.

België kan aldus voor die twee markten zijn Europese verplichtingen niet nakomen. Bovendien heeft het uitblijven van een akkoord ook gevolgen voor de markt en de eindgebruikers. Zo kan het BIPT niet in die markten ingrijpen. Hierdoor wordt de concurrentie op die markt afgeremd, waardoor de verdere daling van de prijzen voor de eindgebruikers vertraging oploopt.

Toch moeten enkele kanttekeningen worden geplaatst bij de verschillende vergelijkingen tussen de Belgische en de buitenlandse prijzen. Een aansluiting tegen lagere prijzen is in het buitenland vaak alleen verkrijgbaar in een welbepaalde, beperkte regio, zoals een grote stad, terwijl de Belgische tarieven bijna altijd nationale tarieven zijn. Door de aanbieding te beperken tot bepaalde - meestal drukbevolkte - regio's kunnen de prijzen worden gedrukt omdat de uitbouw van het netwerk in dergelijke regio's dikwijls eenvoudiger is en in de desbetreffende regio meestal meer potentiële klanten wonen. Ook worden bij de lagere prijzen vaak extra kosten aangerekend, waardoor de totale prijs een stuk hoger ligt.