3-1777/1

3-1777/1

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

28 JUNI 2006


Wetsvoorstel tot oprichting van een Orde van kinesitherapeuten

(Ingediend door de dames Annemie Van de Casteele en Christel Geerts)


TOELICHTING


De voorbije vijftien jaar is het imago van de kinesitherapie grondig gewijzigd. Het evolueerde van technische hulp bij de geneeskunde tot onderdeel van de geneeskunde zelf. Deze groei resulteerde in de wet van 6 april 1995 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de regeling van de uitoefening van de kinesitherapie (Belgisch Staatsblad van 16 april 1995) en voegde de kinesitherapeut — in een apart hoofdstuk Ibis — toe aan dit koninklijk besluit nr. 78, tussen artsen, tandartsen, vroedvrouwen en apothekers enerzijds, en verpleegkundigen en paramedici anderzijds.

De kinesitherapie verwierf bij wet zowel een titelbescherming als de beroepsbescherming op basis van kwaliteit/opleiding.

Een Nationale Raad van de Kinesitherapie werd opgericht en geïnstalleerd door de toenmalige minister van Volksgezondheid, M. Colla (11 maart 1998). Deze Raad heeft adviesbevoegdheid over zowat alle aangelegenheden van de kinesitherapie ten behoeve van de minister van Volksgezondheid of de gemeenschapsministers (onderwijs).

Verschillende medische verplichtingen werden van toepassing voor kinesitherapeuten zoals daar zijn : de visumplicht van het diploma (door een provinciale Geneeskundige commissie), de continuïteit van zorgen, het organiseren van wachtdiensten, de mededelingsplicht aan een opvolgende collega, het verbod van dichotomie, het verbod van naamlening enz.

In haar advies van 22 februari 95 (23.939/8) heeft de Raad van State opgemerkt dat een aantal verplichtingen die het koninklijk besluit nr. 78 aan de beoefenaars van de geneeskunst oplegt enkel kunnen gesanctioneerd worden via een « Orde van Kinesitherapeuten », die evenwel niet werd opgericht.

Commentaren (F. Dewallens) en weerleggingen (E. Lemmens, P. Rabau) hebben, samen met het arrest van het Arbitragehof (81/96 — 18 december 1996), dit gemis nog duidelijker gemaakt.

De indieners van dit voorstel zijn van oordeel dat Orden nog steeds een nuttige functie te vervullen hebben en menen dat de tijd rijp is om ook voor de kinesitherapeuten een eigen orde op te richten.

De nood aan specifieke, professionele normen ontstond vanuit sommige gezondheidsberoepen zelf. Reeds lang vóór de totstandkoming van professionele orden kenden verschillende beroepen een erecode die regels van plichtenleer bevatten. De naleving ervan berustte op vrijwilligheid. Het ultieme doel van deze deontologische codes en regels is de bescherming van de patiënt in zijn recht op kwaliteitszorg van gezondheidsberoepen.

Door de oprichting van publiekrechtelijke organisaties, die de orden zijn, heeft de wetgever een deel van zijn normerende bevoegdheden overgedragen. Hij deed dit omdat hij van oordeel was dat bepaalde vertrouwensberoepen aan strengere normen dan het gewone wettenarsenaal, toepasselijk op iedere burger, dienden te worden onderworpen.

Ook het Europees Parlement wijst in een resolutie over marktregelingen en mededingingsregels voor de vrije beroepen (aangenomen op 16 december 2003) op « het belang van de regels die in de specifieke context van elk beroep noodzakelijk zijn om de onpartijdigheid, de competentie, de integriteit en de verantwoordelijkheid van de leden van die beroepsgroep te waarborgen en op die manier de kwaliteit van hun dienstverlening ten behoeve van hun cliënten en de samenleving in het algemeen te verzekeren en het openbaar belang te waarborgen. »

« Het (Parlement) stelt concluderend vast dat in het algemeen in de specifieke context van iedere beroepsgroep regels noodzakelijk zijn, met name betreffende de organisatie, kwalificaties, beroepsethiek, supervisie, aansprakelijkheid, onpartijdigheid en bekwaamheid van de leden van een beroepsgroep, of ter voorkoming van belangenconflicten en misleidende publiciteit, mits zij de eindconsumenten de zekerheid geven dat hen de noodzakelijke waarborgen worden geboden wat betreft integriteit en ervaring, en niet neerkomen op een beperking van de mededinging. »

De deontologie bij de uitoefening van gezondheidsberoepen wint alsmaar meer aan belang. Hierdoor hebben ook de Orden van bepaalde gezondheidsberoepen zeker nog hun plaats in het opstellen en beoordelen van deontologische codes, moeten zij uiteindelijk kunnen oordelen of de uitoefening van het beroep en het verstrekken van zorg gebeurde conform deze regels.

De kinesitherapie kan sinds 1973 terugvallen op een vorm van gedragsregels en een ethische code uitgevaardigd via een omzendbrief van de Erkenningsraad van de dienst Geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) (onder het opschrift « tekortkomingen in het uitoefenen van het beroep »). Deze omzendbrief werd later meermaals aangevuld en gewijzigd met als laatste versie deze van 16 december 1997. De circulaire bevatte een aantal werkzame limitatieve richtlijnen voor de Erkenningsraad voor kinesitherapeuten. Hij verviel met de opheffing van deze Erkenningsraad door de installatie van de Erkenningscommissie Kinesitherapie op 1 oktober 2002, onder de voogdij van de minister van Volksgezondheid.

Sindsdien bestaat op het vlak van gedragsregels voor de kinesitherapeut een reëel vacuüm en dit terwijl dergelijke regels of code toch bijzonder multidimensioneel kunnen fungeren als geheel van professionele standaarden voor de beroepsbeoefenaars in de ruimst mogelijke context.

Wellicht is het niet evident dat elk gezondheidsberoep besluit tot de oprichting van een eigen Orde die instaat voor het beheer van de deontologie. Bij de werking en organisatie van een Orde komt namelijk veel kijken. Toch zijn wij van mening dat elk gezondheidsberoep recht heeft op algemene beginselen van deontologie bij de uitoefening van het beroep. Om aan deze zorg te voldoen, werd reeds het wetsvoorstel tot oprichting van een Hoge Raad voor Deontologie van de Gezondheidszorgberoepen en tot vaststelling van de algemene beginselen voor de oprichting en de werking van de Orden van de gezondheidszorgberoepen (stuk nr. 3-1519/1) ingediend.

Dit voorstel wil een Orde van kinesitherapeuten oprichten. De werking en modaliteiten van deze Orde zullen conform de bepalingen van het wetsvoorstel tot oprichting van een Hoge Raad voor Deontologie van de Gezondheidszorgberoepen en tot vaststelling van de algemene beginselen voor de oprichting en de werking van de Orden van de gezondheidszorgberoepen (stuk nr. 3-1519/1) bepaald worden.

De oprichting van een Orde van kinesitherapeuten komt er op vraag van verschillende beroepsorganisaties van kinesitherapeuten.

De oprichting van deze Orde moet tot doel hebben aan te sluiten bij de noden van de deontologie van de nieuwe eeuw. Bovendien kan een Orde niet worden beschouwd als een orgaan dat boven de geldende rechtsmacht staat of die vervangt. De leden blijven immers onderworpen aan de rechtsmacht van hoven en rechtbanken zoals iedere andere burger. Het staat de benadeelde — bijvoorbeeld een patiënt — dan ook vrij om benevens het indienen van een klacht bij de Orde, zich eveneens te wenden tot de gewone rechter; het behoort trouwens niet tot de bevoegdheid van de Orde om een schadevergoeding toe te kennen.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

Dit artikel omschrijft de opdracht van de orde. Zij dient vooreerst regels van deontologie voor kinesitherapeuten op te stellen. Zij bemiddelt evenzeer in conflicten en neemt tuchtmaatregelen. De Orde heeft als bijkomende opdracht het verstrekken van adviezen en informatie.

Artikelen 3 en 4

De orde bestaat uit een Nationale Raad van de Orde en twee regionale raden. Provinciale raden worden voor kinesitherapeuten niet opportuun geacht. De werking zou niet per provincie ingedeeld worden, doch wel verdeeld worden over Vlaanderen en Wallonië. Kinesitherapeuten uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen kiezen of ze op een Nederlandstalige of Franstalige lijst ingeschreven worden.

Artikel 5

Elke regionale raad telt negen leden, zeven rechtstreeks verkozen kinesitherapeuten en twee juristen waarvan één kan vervangen worden door een magistraat.

Artikel 6

Doordat de territoriale omschrijving een ruim gebied omvat, namelijk een ganse regio, wordt hier afgeweken van het principe dat de zetel in de hoofdplaats moet zijn gevestigd. Praktisch kan het immers nuttig zijn om de zetel centraal in de regio te vestigen.

Artikel 7

Dit artikel stelt dat de Nationale Raad van de Orde bestaat uit twee afdelingen, een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling.

Artikel 8

Elke afdeling van de Nationale Raad van de Orde bestaat uit elf leden waarvan vijf rechtstreeks verkozen kinesitherapeuten, telkens één per provincie. De andere leden zijn een vertegenwoordiger van de verzorgingsinstellingen, een ethicus, een deskundige inzake patiëntenrechten en een magistraat.

Tevens zetelen twee kinesitherapeuten die verbonden zijn aan een onderwijsinstelling. Omdat de opleiding tot kinesitherapeut zowel via hoger niet-universitair als universitair onderwijs gevolgd kan worden, dragen zowel hogescholen als universiteiten één kinesitherapeut voor.

Artikel 9

De Koning bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt.

Annemie VAN de CASTEELE
Christel GEERTS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, met uitzondering van de artikelen 4 tot 8 die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

HOOFDSTUK I

Inrichting

AFDELING I

Oprichting

Art. 2

Er wordt een Orde van kinesitherapeuten opgericht, hierna de Orde genoemd.

De Orde wordt ingericht conform de bepalingen van de wet van ... tot oprichting van een Hoge Raad voor Deontologie van de Gezondheidsberoepen en tot vaststelling van de algemene beginselen voor de oprichting en de werking van de Orden van de gezondheidsberoepen, hierna de wet van ... genoemd.

Zij heeft als opdracht :

1º het opstellen van de regels van deontologie voor kinesitherapeuten;

2º het verstrekken van adviezen en informatie;

3º het bemiddelen in conflicten en het nemen van tuchtmaatregelen.

Art. 3

De organen van de Orde zijn :

1º de Nationale Raad van de Orde;

2º de twee regionale raden.

AFDELING II

De regionale raden

Art. 4

Er wordt een Nederlandstalige en een Franstalige regionale raad van de Orde opgericht, die de bevoegdheden uitoefent zoals bepaald in titel III, hoofdstuk II, van de wet van ...

De kinesitherapeuten die hun voornaamste beroepsactiviteit uitoefenen in het Vlaams Gewest worden ingeschreven op de lijst van de Nederlandstalige regionale raad. De kinesitherapeuten die hun voornaamste beroepsactiviteit uitoefenen in het Waals Gewest worden ingeschreven op de lijst van de Franstalige regionale raad.

De kinesitherapeuten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest worden naar eigen keuze ingeschreven op de lijst van de Nederlandstalige regionale raad of op de lijst van de Franstalige regionale raad.

Art. 5

Onverminderd de bepalingen van artikel 13 van de wet van ... is elke regionale raad samengesteld uit 9 leden waarvan :

— zeven rechtstreeks verkozen kinesitherapeuten;

— twee leden die jurist zijn en die conform de bepalingen in artikel 13, § 1, tweede lid van de wet ... worden vervangen door hetzij één enkele magistraat, hetzij door één enkele advocaat die tenminste drie jaar ingeschreven is op het tableau zoals bedoeld in Boek III van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 6

In afwijking van artikel 11 van de wet van ...bepaalt elke regionale raad autonoom waar hij zijn zetel vestigt.

AFDELING III

De Nationale Raad van de Orde

Art. 7

De Nationale Raad van de Orde is samengesteld uit een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling. De Nederlandstalige afdeling vertegenwoordigt de kinesitherapeuten ingeschreven op de lijst van de Nederlandstalige regionale raad; de Franstalige afdeling vertegenwoordigt de kinesitherapeuten ingeschreven op de lijst van de Franstalige regionale raad.

Art. 8

Onverminderd de bepalingen in artikel 17, §§ 2 en 3, van de wet van ... is elke afdeling van de Nationale Raad van de Orde samengesteld uit elf leden waarvan :

— vijf rechtstreeks verkozen kinesitherapeuten, telkens één per provincie;

— één lid op een dubbeltal voorgedragen door de verenigingen van verzorgingsinstellingen;

— twee kinesitherapeuten waarvan één verbonden aan een universiteit en één verbonden aan een hogeschool, op een dubbeltal voorgedragen door de beheersorganen van respectievelijk de universiteiten of hogescholen;

— een lid met een deskundigheid in de ethische problemen, in een dubbeltal aangewezen door de universiteiten;

— een lid met een ervaring inzake wetgeving betreffende patiëntenrechten, zoals bedoeld in artikel 4, § 1, 10º, van de wet van ...;

— een beroepsmagistraat die zitting houdt in een hof van beroep, een arbeidshof, de Raad van State of het Hof van Cassatie.

HOOFDSTUK II

Inwerkingtredingsbepalingen

Art. 9

De Koning bepaalt voor elk van de bepalingen van deze wet de datum van inwerkingtreding.

1 juni 2006. 

Annemie VAN de CASTEELE
Christel GEERTS.