3-167 | 3-167 |
Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.
De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Twee weken geleden ontstond enige opschudding toen bekend raakte dat Zweden de Palestijnse minister van Vluchtelingenzaken een Schengenvisum had verstrekt. Het Hamaskopstuk beschouwde dit als het uitdragen van een politieke boodschap en een gebaar van gerechtigheid van Zweden. Met dat visum is de minister nadien nog doorgereisd naar Duitsland, zonder toestemming van de Duitse regering. Bondskanselier Merkel liet weten dat de Palestijnse minister niet gewenst was. Ook Frankrijk heeft geprotesteerd tegen deze gang van zaken.
Op 17 mei meldde de Jerusalem Post dat ook Noorwegen, dat weliswaar geen EU-lidstaat is maar dan toch een Europees land waarvan mag worden verwacht dat het min of meer op de Europese lijn zit, visa zou hebben verleend aan twee leden van Hamas.
Velen binnen de Europese Unie menen dat het verstrekken van visa aan Hamasleden in strijd is met het beleid ten opzichte van de nieuwe Palestijnse regering, aangezien deze nog altijd weigert de Joodse staat te erkennen en het geweld af te zweren. Frankrijk heeft om die redenen eerder al visumaanvragen afgewezen.
Een aantal fractievoorzitters van het Europees Parlement vroeg ons land visa uit te reiken wanneer vertegenwoordigers van Hamas naar België zouden komen op uitnodiging van het Europees Parlement, zoniet dreigt volgens hen de Euromediterrane samenwerking verstoord te worden.
Hoe heeft onze regering gereageerd op het initiatief van Noorwegen en Zweden om visa te geven aan leden van Hamas?
Wat is het standpunt van de regering met betrekking tot de vraag van de fractievoorzitters van het Europees Parlement?
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken.
Ons standpunt over de contacten met Hamas en de visa voor hun leden is dat van de EU. Alle EU-staten dienen dit standpunt te respecteren en zij die dat niet doen verdienen onze kritiek.
Het thema van contacten met Hamas vraagt een Europese gemeenschappelijke houding. Deze houding kwam er onder Belgische impuls op de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 10 april 2006. In het belang van de geloofwaardigheid van de EU heb ik sterk aangedrongen op een gemeenschappelijke houding inzake contacten met vertegenwoordigers van de nieuwe Palestijnse instellingen. Op basis van een Beneluxvoorstel, werden volgende richtlijnen goedgekeurd.
Politieke contacten met de Hamasregering worden uitgesloten.
Functionele contacten met de Palestijnse Autoriteit op ambtelijk niveau zijn mogelijk, indien wordt voldaan aan twee cumulatieve voorwaarden. Ten eerste moeten de contacten beperkt zijn tot het technische of administratieve niveau. Ten tweede moeten de contacten noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een EU-missie of een goedgekeurde EU-doelstelling, hulpprogramma's, voor de verlening van consulaire bijstand, of in het kader van een vergadering van Euromed of andere fora waarvan de Palestijnse Autoriteit lid is.
Parlementaire contacten met Hamasverkozenen zijn het voorwerp van de autonome beslissing van de nationale of multilaterale parlementen of van het Europees Parlement. In dit geval zal het betrokken land het visum geven.
De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Ik heb begrepen dat, wanneer de uitnodiging uitgaat van het Europees Parlement, het visum inderdaad wordt gegeven.