Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-61

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-4184 van mevrouw Anseeuw d.d. 20 januari 2006 (N.) :
Energiebesparing. — Verlenging van de zomertijd.

De tekst van deze vraag is dezelfde als die van vraag nr. 3-4182 aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, die hiervoor werd gepubliceerd.

Antwoord : De vragen 2 en 3 behoren tot de bevoegdheden van de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid en de minister van Leefmilieu en minister van Pensioenen.

1. Voorzover bekend heeft de regering niet de bedoeling om op nationaal niveau een studie op te starten om op nationaal niveau de voor- en nadelen verbonden aan het zomeruur of de eventuele verlenging ervan te evalueren.

4. Om die reden is het niet mogelijk om een beredeneerd standpunt pro of contra een verlenging van de zomertijd in te nemen.

5. De huidige zomertijdregeling werd ingesteld bij richtlijn 2000/84/EG van 19 januari 2001 (PB L 31 van 2 februari 2001, blz. 21). De Raad heeft geen plannen om deze regeling af te schaffen. Evenwel zal op de uitvoering van voornoemde richtlijn toegezien worden door middel van een verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité. Dit verslag zal de gevolgen van de bepalingen op alle betrokken sectoren omvatten op basis van gegevens die de lidstaten aan de Commissie zullen verstrekken en dit vóór 30 april 2007. Het verslag zal worden ingediend uiterlijk op 31 december 2007. In afwachting hiervan heeft BE over de zomertijdregeling nog geen standpunt bepaald.

6. De te verstrekken gegevens over de gevolgen van de huidige toepassing van de zomertijd zouden te gepasten tijde moeten kunnen toelaten een standpunt met betrekking tot een eventuele verlenging ervan met argumenten te omkleden.