(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Van 16 tot 18 november 2005 wordt in Tunis de tweede fase van de Wereldtop over de informatiemaatschappij (WSIS) gehouden. De eerste fase van de Wereldtop werd georganiseerd door de Internationale Unie voor Telecommunicatie, een gespecialiseerde instelling van de VN, en vond plaats van 10 tot 12 december 2003 in Genève. Toen verleenden 175 landen hun politieke steun aan de Beginselverklaring en aan het Actieplan van de WSIS. De voornaamste doelstelling van de tweede fase van de WSIS bestaat erin dat Actieplan uit te voeren. Daartoe werden al werkgroepen geïnstalleerd.
We zijn bezorgd over de organisatie van die Wereldtop in Tunesië.
We willen erop wijzen dat de situatie van de NGO's in Tunesië beklagenswaardig is. Die organisaties zijn noodzakelijk voor de ontwikkeling van de Tunesische civiele maatschappij. De werking en de financiering van Tunesische NGO's en in het bijzonder van die welke zich met mensenrechten bezighouden, wordt echter bemoeilijkt omdat ze meestal niet erkend zijn door de Tunesische Staat. Het feit dat ze niet erkend zijn is niet zonder gevolgen : die NGO's kunnen daardoor geen Europese financiering krijgen en ze worden ook afzijdig gehouden van evenementen als de WSIS. Een organisatie uit het middenveld die aan voormelde VN-top wil deelnemen, moet immers erkend zijn door de overheid van het land waar ze is gevestigd. Bijgevolg nemen weinig Tunesische organisaties uit het middenveld deel aan de voorbereidende vergaderingen van de Top en slechts een klein aantal organisaties zullen eind november aan de Top zelf deelnemen. Het feit dat ze niet deelnemen volgt geenszins uit een weigering om mee te werken, maar is het gevolg van een doelbewuste keuze in het beleid van de regering.
In Tunesië doen zich op dit ogenblik nog ernstige schendingen voor van de vrijheid van mening en van meningsuiting, van de vrijheid van vergadering en vereniging, fundamentele vrijheden waaraan ons land zeer sterk gehecht is, maar die ook opgenomen zijn in internationale conventies voor de bescherming van de rechten van de mens die door Tunesië zijn ondertekend. De achteruitgang op dit gebied wordt gehekeld en geëvalueerd in de verslagen van het VN-Programma voor Ontwikkeling (UNDP) en in de jaarlijkse verslagen van de Europese Commissie.
Daarom wil ik u de volgende vragen stellen :
1. Wat is het Belgische beleid ten aanzien van Tunesië ?
2. Welke houding zal België op de VN-top aannemen ten aanzien van de Tunesische NGO's ?
3. Welke stappen heeft België ondernomen om een grotere vrijheid van meningsuiting te bevorderen bij zijn partners en in het bijzonder in Tunesië ?
Antwoord : 1. Evenals onze partners van de Europese Unie blijven de Belgische autoriteiten met aandacht de situatie van de mensenrechten in Tunesië opvolgen in het algemeen en in het bijzonder in het licht van een aantal evenementen, wanneer deze bijvoorbeeld te maken hebben met de persvrijheid of met groepen of personen die op een legitieme manier bijdragen tot de verdediging van de rechten van de mens. Mensenrechten vormen één van de hoekstenen in de relaties van de Europese Unie en de lidstaten met derde landen.
Voor de Europese Unie is het respect voor en promotie van de mensenrechten, de democratische principes, de rechtsstaat, de fundamentele vrijheden, het internationaal recht één van de essentiële elementen in het Associatieakkoord afgesloten tussen de EU en Tunesië in 1995. Zowel de Europese Unie als Tunesië erkennen de waarde van een politieke dialoog voorzien in het Associatieakkoord.
Het Actieplan in het kader van het Europees Nabuurschapbeleid dekt specifieke actiedomeinen die Het partnerschap tussen de Europese Unie en Tunesië, voorzien in het Associatieakkoord, versterken. Comités en subcomités, waaronder één voor mensenrechten en democratie, opgericht door het Associatieakkoord, zullen belast worden met de uitvoering van het Actieplan.
2. Wat betreft de Top van de Verenigde Naties over de Informatiemaatschappij hebben België en de Europese Unie enerzijds tijdens de voorbereidende onderhandelingen zonder ophouden ervoor geijverd dat de civiele maatschappij op volwaardige wijze kon deelnemen aan het proces van de Top over de Informatiemaatschappij — inspanningen die ten andere grotendeels werden bereikt.
Tijdens de tussenkomst in de voltallige vergadering heeft België bovendien het belang dat het hecht aan de vrijheid van meningsuiting benadrukt.
Anderzijds zijn België en de Europese Unie meerdere malen tussengekomen bij de autoriteiten van het gastland opdat deze laatste alles in het werk zouden stellen zodat tijdens de Top de NGO's hun werk op een gepaste wijze zouden kunnen doen.
Ten slotte dient er de nadruk op gelegd te worden dat diplomaten van de Belgische ambassade in Tunis meerdere malen Tunesische opposanten hebben bezocht die in hongerstaking waren gegaan om hun klachten en wensen duidelijk te maken ten aanzien van de regering van het gastland.
3. De Raad algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen heeft op 14 juni 2004 de richtlijnen van de Europese Unie over mensenrechtenverdedigers aangenomen. De belangrijkste actoren voor de uitvoering van deze richtlijnen zijn de EU-posthoofden in derde landen, daar zij het best in staat zijn de situatie van de mensenrechten verdedigers te evalueren en eventuele acties voor te stellen.
De richtlijnen erkennen de cruciale rol van individuen en groepen in de promotie van de mensenrechten door de documentatie over schendingen, het zoeken van hulp voor slachtoffers van schendingen van de mensenrechten, bestrijden van straffeloosheid. Door deze richtlijnen wordt de situatie van de mensenrechtenverdedigers opgevolgd door de Europese Unie via rapportering, contacten van mensenrechtenverdedigers met EU-posthoofden, promotie van het respect voor de rechten van mensenrechtenverdedigers in de internationale fora en in politieke en diplomatiek relaties met derde landen, steun voor de VN beschermingsmechanismen zoals de Speciale Vertegenwoordiger van de Commissie mensenrechten voor de mensenrechtenverdedigers.
Aan de vooravond van de Top werd een Troika démarche uitgevoerd bij de Tunesische autoriteiten. De EU posthoofden beslisten de démarche uit te voeren bij de Tunesische minister van Buitenlandse Zaken om te protesteren tegen de manier waarop sommige NGO's werden behandeld en om het standpunt van de Europese Unie te benadrukken.
Het Brits voorzitterschap organiseert op 8 en 9 december 2005 een Europees Forum in Londen dat handelt over mensenrechtenverdedigers en vrijheid van meningsuiting. Vertegenwoordigers van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken zullen deelnemen aan dit Forum.