3-165 | 3-165 |
De voorzitter. - De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën, antwoordt.
Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - De Orde der Geneesheren heeft de regering erop gewezen dat de patiënt ondanks de wet op de patiëntenrechten, nog steeds maar weinig van die rechten kan afdwingen omdat de uitvoering van de bepalingen inzake de ombudsfunctie, zoals bepaald in de wet van 22 augustus 2002, te wensen over laat.
Ook tijdens de hoorzitting in de Senaat op 30 november 2005 werden verschillende knelpunten in verband met dit klachtrecht aangekaart:
Hoeveel ziekenhuizen hebben een eigen ombudsdienst en hoeveel een samenwerkingsverband? Hoe vaak cumuleert de ombudspersoon zijn functie met een andere functie in het ziekenhuis?
Welk bedrag wordt jaarlijks uitgetrokken voor de subsidiëring van de ombudsfunctie in de ziekenhuizen? Zouden die middelen niet beter worden geïnvesteerd in een pool van ombudsmensen die worden gedetacheerd naar de ziekenhuizen op basis van het aantal ligdagen, zodat cumulatie met een andere functie kan worden vermeden en de onafhankelijkheid beter gegarandeerd? Welk budget is nodig om in elk ziekenhuis voldoende mensen te kunnen inzetten om de ombudsdiensten toegankelijk te maken voor alle patiënten?
Zal de minister een evaluatie maken van de toepassing van de wet specifiek voor psychiatrische patiënten?
Hoe kan met respect voor de bevoegdheid van de gemeenschappen de toepassing van de patiëntenrechten ook in de RVT's worden gegarandeerd?
Hoe zal de minister ervoor zorgen dat ook ambulante patiënten een beroep kunnen doen op een laagdrempelige bemiddelingsinstantie binnen een redelijke afstand? Welke middelen zijn daarvoor nodig en uitgetrokken?
Zou het klachtrecht niet uniformer en coherenter kunnen worden georganiseerd door het opleggen van een minimum standaardreglement?
De heer Hervé Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van Financiën. - Ik lees het antwoord van minister Demotte.
Elke patiënt, ook de ambulante, heeft het recht om bij schending van zijn rechten klacht in te dienen. Voor de ziekenhuizen werd een specifieke lokale ombudsfunctie uitgewerkt, omdat men verwachtte dat daar de meeste klachten zouden rijzen.
De patiënt die klacht wenst in te dienen tegen een beroepsbeoefenaar die niet in een ziekenhuis werkt, kan terecht bij de federale ombudsdienst, die een residuaire bevoegdheid heeft voor alle andere klachten in verband met de schending van de patiëntenrechten.
Teneinde de federale ombudsdienst in staat te stellen zijn bevoegdheid naar behoren uit te oefenen, heb ik de reglementering ter zake onlangs gewijzigd. De voorzitter van de FOD Volksgezondheid kreeg de nodige bevoegdheden en middelen om de continuïteit van de werking van deze dienst te garanderen.
De organisatie van lokale ombudsfuncties voor de ambulante sector impliceert een aanzienlijke toename van de kosten, zonder dat dit een reële meerwaarde oplevert.
Bij bepaalde lokale ombudsfuncties in de ziekenhuizen rijzen inderdaad problemen met de onafhankelijkheid. Daarom zal ik de nodige initiatieven nemen om dat probleem nog dit jaar te verhelpen. Zo denk ik eraan een reeks onverenigbaarheden in de reglementering in te schrijven en duidelijker aan te geven dat de bemiddeling moet geschieden zonder tussenkomst van derden, dat documenten en mededelingen vertrouwelijk zijn en dat er ook op het vlak van infrastructuur voldoende garanties moeten zijn met het oog op onafhankelijkheid.
Ik blijf voorstander van het principe van ombudsdiensten binnen de ziekenhuizen, onder meer omdat lokale ombudspersonen beter op de hoogte zijn van het functioneren van het ziekenhuis.
Dit maakt het contact met de beroepsbeoefenaars in het kader van een bemiddeling gemakkelijker.
Uit de beschikbare gegevens blijkt dat de meeste algemene ziekenhuizen een eigen ombudsdienst hebben opgericht en dat vrijwel alle psychiatrische ziekenhuizen de ombudsfunctie garanderen via het overlegplatform geestelijke gezondheidszorg waarbij ze zijn aangesloten.
De jaarrapporten van de lokale ombudspersonen leren daarnaast dat de meeste ombudspersonen hun functie combineren met een ander functie in het ziekenhuis.
Op 1 januari 2006 kregen de ziekenhuizen voor de ombudsfunctie een subsidie van 3,5 miljoen euro.
In juli 2005 vroeg ik de Federale Commissie `rechten van de patiënt' om advies over de nodige verfijningen die aan de wet moeten worden aangebracht. De Commissie richtte naar aanleiding hiervan een werkgroep `geestelijke gezondheidszorg' op. Daarnaast besteedde de FOD Volksgezondheid aan de Universiteit Antwerpen een studie uit over de positie van de psychiatrische patiënt in de patiëntenrechtenwet. Zowel het advies van deze werkgroep als het rapport van de studie worden in het najaar van 2006 verwacht.
Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Het antwoord van de minister ontgoochelt me voor wat de ambulante sector betreft. Eigenlijk is de minister van oordeel dat de kosten voor een laagdrempelig toegangssysteem daar te hoog uitvallen. In de praktijk zullen we dus blijven botsen op het niet ideale systeem dat een patiënt naar een federale ombudsdienst in Brussel moet komen of via elektronische weg een klacht moet indienen.
Anderzijds blijkt dat de minister wel oor heeft naar de klachten in verband met mogelijke belangenvermenging in de ziekenhuizen en dat hij via onverenigbaarheden en betere voorwaarden, onder andere op het vlak van de infrastructuur, de onafhankelijkheid van de ombudsdiensten wil versterken. Ik ben zeker bereid daarover met de minister verder van gedachten te wisselen. Een systeem van detachering kan volgens mij echter een beter resultaat opleveren. Het is niet omdat mensen via een poolsysteem worden gedetacheerd dat ziekenhuizen niet steeds met dezelfde persoon kunnen werken. Door het financiële aspect los te koppelen wordt echter hun onafhankelijkheid versterkt.
Ik heb zeker ook nota genomen van het feit dat een werkgroep belast is met de verfijning van het klachtenrecht voor psychiatrische patiënten en dat we in het najaar een studie mogen verwachten. Dat zal dan zeker het moment zijn om daar met de minister verder over te discussiëren.
-De Senaat gaat tot nadere bijeenroeping uiteen.
(De vergadering wordt gesloten om 19.20 uur.)