3-163

3-163

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 11 MEI 2006 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Bespreking van het amendement

De voorzitter. - Op dit voorstel van resolutie hebben mevrouw De Schamphelaere en de heer Beke amendement 1 ingediend (zie stuk 3-1349/3) dat luidt:

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - De commissie voor de Sociale Aangelegenheden heeft het rapport van de Evaluatiecel Palliatieve Zorg in een constructieve sfeer kunnen bespreken. Dat rapport werd uitgebracht in mei 2005 en tijdens de hoorzitting van september had onze fractie al een resolutie ingediend. Het verheugt ons dat andere fracties dat inmiddels ook hebben gedaan. De evaluatiecommissie heeft de structuren voor palliatieve zorg in ons land ernstig doorgelicht en gewezen op de concrete noden en op de vereiste aanvullingen inzake wetgeving en reglementering met betrekking tot de overlijdensstatistieken. Tot slot heeft ze ook gewezen op de onderfinanciering en dat is wellicht het voornaamste.

Er bestaat een tekort van 7,5 miljoen euro in de rust- en de verzorgingstehuizen. De palliatieve supportteams in de ziekenhuizen kunnen zich niet ten volle ontplooien omdat ze geen beroep kunnen doen op een voltijds beschikbare specialist. Die arts heeft nochtans een spilfunctie in de goede behandeling van terminale patiŽnten, omdat hij zijn kennis inzake pijn- en symptoomcontrole kan doorgeven aan zijn confraters en het verzorgend personeel voor de goede toepassing ervan kan motiveren. Voor de palliatieve teams bestaat er een tekort van 8,5 miljoen euro.

Voor de begeleidende teams palliatieve thuiszorg ontbreekt het aan anderhalf miljoen euro. Heel veel mensen verlangen ernaar hun laatste dagen thuis door te brengen. Op die manier wordt ook een halt toegeroepen aan de therapeutische hardnekkigheid. Voor een patiŽnt die beslist naar huis te gaan, kunnen immers geen nieuwe, mogelijk nutteloze en belastende behandelingen worden opgestart.

Over het algemeen dringt de evaluatiecel aan op een verhoging met 25% van het budget, wat neerkomt op iets minder dan 20 miljoen euro. De cijfers zijn gebaseerd op beloften die werden gedaan tijdens het euthanasiedebat van enkele jaren geleden. Het is een zeer belangrijke opdracht om een palliatieve cultuur in het leven te roepen in ziekenhuizen, rusthuizen en in de thuiszorg. Alleen op die manier kan de therapeutische hardnekkigheid afnemen.

Vandaag wordt slechts 0,4% van de uitgaven voor gezondheidszorg aan palliatieve zorg besteed. De sector vraagt een stijging tot 0,5%.

De resolutie heeft een breed draagvlak en neemt alle punten uit het evaluatierapport over, maar mist geloofwaardigheid op het financiŽle vlak. Daarom stellen wij een amendement voor waarin het precieze bedrag van 20 miljoen euro voor de herfinanciering wordt vermeld. Dat bedrag ligt nu toch al een jaar op de tafels van de politici. We verkiezen die expliciete vermelding boven de vage omschrijving van de noden die volgens een stappenplan op korte termijn zouden worden gelenigd.

Ons inziens bestaat er momenteel zeker financiŽle ruimte, want na de begrotingscontrole hebben wij de minister van Sociale Zaken horen zeggen dat er in de sociale zekerheid een positief saldo van 148 miljoen euro is. Wij feliciteren hem daarvoor en besluiten dat de onderfinanciering van de palliatieve zorg aldus kan worden verholpen.

Mevrouw Jeannine Leduc (VLD). - Ik feliciteer al wie zich ingespannen heeft om deze resolutie tot een goed einde te brengen. Ik ben het op vele punten eens met de collega's De Roeck en De Schamphelaere, maar onderstreep dat zowel de wet betreffende de euthanasie als de wet betreffende de palliatieve zorg slechts na lange en moeizame gesprekken tot stand zijn gekomen. De palliatieve zorg heeft veel aandacht gekregen naar aanleiding van de wet betreffende de euthanasie. Mensen willen uiteraard zo lang mogelijk leven en we zijn het er mee eens dat mensen die ongeneeslijk ziek zijn en ondraaglijke pijn lijden in eerste instantie de best mogelijke palliatieve zorg moeten krijgen, van goed opgeleide zorgverleners. We hoorden gisteren in het centrum van Wim Distelmans dat de palliatieve eenheden nog onvoldoende bekend zijn, zeker bij het ruime publiek. We moeten daar blijven aan werken.

De therapeutische hardnekkigheid slorpt op dit ogenblik nog altijd immens veel geld op. We vinden dat die moet worden afgebouwd. Er is veel ontzettend dure apparatuur en omdat die moet renderen wordt ze te veel gebruikt voor mensen die dergelijke onderzoeken misschien niet meer nodig hebben. Dat geld zou kunnen worden gebruikt voor de palliatieve zorgverstrekking. Er is op dat vlak al een lange weg afgelegd, maar het einde van de weg is nog niet in zicht. We zullen het beleid van palliatieve zorg ondersteunen en willen dat ook voor iedereen duidelijk maken.

Mijn bijzondere aandacht gaat naar de groepen van zorgverstrekkers die de patiŽnten thuis met de beste palliatieve zorg omringen. Het kan immers niet genoeg gezegd worden dat terminaal zieke patiŽnten weg willen uit de koude ziekenkamer en thuis willen sterven, in de warmte van het gezin en omringd met de beste zorg. Dat moet voorrang krijgen.

Ik wil nogmaals onderstrepen dat het dankzij de wetgeving betreffende de euthanasie en de palliatieve zorgverstrekking is dat alles in beweging is gekomen.

De palliatieve zorg is belangrijk voor de VLD en de andere partijen die meegewerkt hebben aan de totstandkoming van de wetgeving. We hebben altijd geopteerd voor palliatieve zorg en, als het niet anders kan, voor euthanasie, maar nooit voor het ťťn of het ander. We zullen er alles aan doen om de aandacht hiervoor levendig te houden en er de nodige middelen voor te vinden.

Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Ik dank mevrouw Leduc voor haar betoog. In de aanbeveling verwijzen wij uitdrukkelijk naar de wet op de palliatieve verzorging, al zouden we ook zonder die wet aandacht hebben voor dat probleem.

Wat het amendement van mevrouw De Schamphelaere betreft, wijs ik erop dat we allemaal op dezelfde lijn zaten toen we de aanbevelingen hebben opgesteld. We zijn er ons immers allemaal van bewust dat er meer geld nodig is. In het verslag van de evaluatiecel wordt een optelsom gemaakt van alle noden in alle mogelijke structuren. In het verslag staat bijvoorbeeld dat de support teams in de ziekenhuizen meer geld nodig hebben om efficiŽnt te kunnen werken. In een aantal ziekenhuizen bestaan die support teams evenwel alleen op papier. Ze krijgen geld om te werken, maar toch werken ze niet. Dat bedrag, dat niet correct wordt aangewend, wordt door de evaluatiecel meegeteld. We moeten er op toezien dat die leemtes worden opgevuld, veeleer dan nu nog meer geld te geven. We moeten de directies, de ziekenhuisstructuren warm maken voor palliatieve verzorging. Nu zijn er immers verpleegkundigen die wel palliatieve verzorging willen geven, maar vaststellen dat de ziekenhuisdirectie daar niet echt toe geneigd is. Er moet ook geld gaan naar de opleiding, maar dat is ook een bevoegdheid voor Vlaanderen en WalloniŽ. Ik begrijp wel dat mevrouw De Schamphelaere zegt dat nu 20 miljoen moet worden uitgetrokken voor palliatieve verzorging. Wij zijn echter realistisch in onze aanbeveling, en krijgen daarvoor ook steun van sommige oppositieleden. Wij willen samen met de minister, maar vooral samen met de Evaluatiecel Palliatieve Zorg, de krijtlijnen uittekenen, prioriteiten vastleggen en zorgen dat we geld geven voor de structuren. We willen er echter ook voor zorgen dat er voldoende opgeleide mensen zijn in die structuren. Geld alleen helpt ons niet vooruit als er geen of niet voldoende knowhow aanwezig is.

Het verheugt mij ook dat gisteren het initiatief inzake de LEIFnurses werd gelanceerd. LEIF staat voor levenseinde-informatieforum. Via dat initiatief krijgen verpleegkundigen een opleiding over alles wat te maken heeft met levensbeŽindiging. In de meeste gevallen is dat palliatieve verzorging. Het gaat echter niet alleen om een professionele opleiding. Deze verpleegkundigen moeten er ook voor zorgen dat de terzake genomen beslissingen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dat bereiken we niet door 20 miljoen te geven, maar wel met een realistisch financieel plan en met een commissie die daar volledig achter staat en die om de zes maanden de evaluatiecel en minister Demotte ondervraagt over de vorderingen.

Mevrouw Jeannine Leduc (VLD). - We zullen allemaal sterven. We hopen allen dat we zachtjes kunnen vertrekken, maar we weten dat dit zeker voor ťťn derde van de mensen niet is weggelegd. Zij worden geconfronteerd met pijn en aftakeling.

Het zou een schande zijn indien middelen die er nu al zijn, niet of verkeerd gebruikt worden. Daarom is in deze materie een goede coŲrdinatie nodig, zodat zowel in de opleiding, in de specialisatie als in de actieve begeleiding van de betrokkenen in de thuiszorg, de ziekenhuizen en de verzorgingsinstellingen wordt geÔnvesteerd en de middelen op de beste wijze worden besteed. Het is onze taak om daarop toe te zien.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - De vraag is of het rapport van de evaluatiecommissie, dat het officiŽle orgaan is dat werd aangesteld op basis van de wet op de palliatieve zorg, geloofwaardig is. Weerspiegelen de bedragen die daarin worden vermeld de reŽle noden of twijfelt deze vergadering daaraan?

Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT), corapporteur. - Wij twijfelen daar niet aan, maar de middelen moeten echt op tafel liggen, zowel op het federale niveau, als op het niveau van de deelgebieden. Ik zou het zonde vinden dat er middelen zijn voor iets wat niet ingevuld wordt, hetzij omdat de wil daartoe niet bestaat, hetzij omdat dat nog onmogelijk is bij gebrek aan voldoende opgeleide mensen. We moeten dat op elkaar afstemmen. Als goede huismoeder wil ik dat het geld dat vrijkomt voor palliatieve zorg ook effectief daarvoor wordt gebruikt. We hebben dus dezelfde bekommernis, maar misschien ben ik, omdat ik deel uitmaak van de meerderheid, wat realistischer. Ik ben ook voorstander van die 20 miljoen, maar binnen een ander tijdsbestek.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het amendement wordt aangehouden.

-De stemming over het voorstel van resolutie in zijn geheel heeft later plaats.