Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-60

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid (Economie)

Vraag nr. 3-3998 van mevrouw Anseeuw d.d. 29 december 2005 (N.) :
Vrije beroepen. — Advocaten. — Marktwerking. — Doorbraak van monopolies.

De tekst van deze vraag is dezelfde als die van vraag nr. 3-3996 aan de vice-eerste minister en minister van Justitie, die hiervoor werd gepubliceerd.

Antwoord : Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te vinden op haar vraag.

1 en 2. Uit een studie in opdracht van de Europese Commissie is gebleken dat er grote verschillen bestaan wat betreft de manier waarop de vrije beroepen (waaronder ook het beroep van advocaat) georganiseerd zijn binnen de lidstaten van de Europese Unie (deze studie is beschikbaar op de website van de algemene directie Mededinging van de Europese Commissie http://www.europa.eu.int/comm/competition/liberalization/conference/libprofconference.html).

Zo is in België het pleitmonopolie (of meer correct het vertegenwoordigingsmonopolie van de advocaat) niet absoluut. In artikel 728 van het Gerechtelijk Wetboek worden immers de grenzen van dit monopolie gesteld en wordt onder meer bepaald dat in geschillen die voor de vrederechter, de arbeidsgerechten en de rechtbank van koophandel gebracht worden, de partijen ook kunnen vertegenwoordigd worden door hun echtgenoot, of door een bloed- of aanverwante houder van een schriftelijke volmacht en speciaal door de rechter toegelaten.

Bijgevolg kan men de conclusies van deze studie (die Nederland betreft en die rekening houdt met de nationale specificiteiten) niet overzetten naar eender welk ander land.

Aangezien de reglementering met betrekking tot de uitoefening en de organisatie van het beroep van advocaat behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Justitie, aan wie dezelfde vraag werd gesteld, komt het mij dus niet toe om mij uit te spreken over de voor- en nadelen van het huidig systeem.

3. Op dit ogenblik organiseert de Dienst voor de Mededinging van de FOD Economie een sectoraal onderzoek met betrekking tot verschillende vrije beroepen, waaronder ook het beroep van advocaat.

Dit onderzoek beoogt enerzijds een inventaris op te maken van de reglementaire situatie in de verschillende bedoelde beroepen, en anderzijds om de eventuele regels op te sporen die mededingingsbeperkend worden geacht. In een volgende fase is het de bedoeling van de Dienst voor de Mededinging om zijn conclusies kenbaar te maken aan de betrokken acteurs (FOD, Kamers, Ordes, Instituten, ...) en hen uit te nodigen om desgevallend over te gaan tot de nodig geachte wijzigingen. Een eerste ontmoeting werd reeds georganiseerd met de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

Het hierboven vermeld onderzoek kadert binnen de (nationale) strategie van Lissabon waarin de verbetering van de reglementering één van de essentiële luiken is voor de bevordering van concurrentiële markten.

4. De mededingingspolitiek heeft als doel een efficiënte werking van de markt te verzekeren.

De mededingingsregels die vervat liggen in de artikelen 81 en 82 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en in de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 1 juli 1999, zijn enkel van toepassing op de gedragingen van de ondernemingen en niet op reglementeringen.

Nochtans mogen de lidstaten, met toepassing van de artikelen 3(l)g, 10, tweede lid, en 81 van het Verdrag, geen maatregelen handhaven of aannemen die van aard zijn om de mededingingsregels van hun nuttig effect te ontdoen (cfr Arrest INNO t. ATAB, zaak 13/77[1977] REC. 2115). Dit is onder meer het geval indien de overheidsregel de gevolgen versterkt van een overeenkomst, van een besluit of van een praktijk (in de zin van artikel 81 van het Verdrag) behalve indien de Staat zijn uiteindelijke beslissingsbevoegdheid behoudt (cfr het Arrest Arduino, C-35/99 [2002], REC. I-1529).

In zijn verslag over de mededinging op het gebied van de professionele dienstverlening, gepubliceerd in maart 2004, en in zijn opvolgingsverslag, gepubliceerd in september laatstleden, nodigt de Europese Commissie de lidstaten en de beroepsorganisaties uit om de wetgeving die van toepassing is op de vrije beroepen te onderwerpen aan een proportionaliteitstest. Het is de bedoeling om vast te stellen in welke mate een anticoncurrentiële wetgeving werkelijk het algemeen belang dient en of het beoogde doel niet zou kunnen bereikt worden door een norm die minder concurrentiebeperkend is.

Ik deel de mening van de Europese Commissie volgens dewelke de reglementeringen die de mededinging belemmeren moeten gewijzigd en zelfs afgeschaft worden.