Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-60

ZITTING 2005-2006

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Financiën

Vraag nr. 3-4000 van mevrouw Anseeuw van 29 december 2005 (N.) :
Roerende voorheffing. — Vrijstellingen voor beroepsbeleggers. — Terugwerkende kracht.

14 juli 2005 verscheen het koninklijk besluit van 3 juli 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit/WIB 92 inzake roerende voorheffing. Door dit besluit wordt het stelsel van de roerende voorheffing aanzienlijk gewijzigd. Voortaan moet geen roerende voorheffing meer worden ingehouden, wanneer beroepsbeleggers intresten van schuldvorderingen en leningen betalen aan kredietinstellingen die gevestigd zijn in een land van de Europese economische ruimte of waarmee België een dubbelbelastingsverdrag heeft afgesloten. De nieuwe vrijstelling geldt sinds men zegge en schrijve ... 5 juni 2003.

Vanzelfsprekend heeft deze terugwerkende kracht van bijna twee jaar verregaande gevolgen voor de desbetreffende beroepsbeleggers. Zij hebben immers de voorbije twee jaar intresten betaald aan buitenlandse kredietinstellingen en zij hebben hierop conform de toen vigerende wetgeving roerende voorheffing ingehouden op die intresten.

Het bovenstaande is één van de vele voorbeelden van de slechte gewoonte van de wetgever om fiscale en parafiscale regelingen met terugwerkende kracht in te voeren.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Wat is het totale geraamde bedrag is van de ten onrechte ingehouden roerende voorheffing in de periode juni 2003 tot juli 2005 ?

2. Welke procedure is mogelijk voor de benadeelde belastingplichtigen om de ten onrechte ingehouden roerende voorheffing te recupereren ?

3. Waarom werd in een terugwerkende kracht van deze bepaling voorzien en kan de geachte vice-eerste minister dit uitvoerig toelichten ?