3-162

3-162

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 4 MEI 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Werk over «het project "Internet Voor Iedereen"» (nr. 3-1600)

De voorzitter. - De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Met het project `Internet voor iedereen' doet de overheid een bijzondere inspanning om computers met internettoegang voor alle mensen betaalbaar te maken. Het doel van dit project is de digitale kloof te dichten. Het project is goed bedoeld, maar het roept veel - al dan niet terechte - kritiek op.

Om te beginnen zou er een probleem met de geheugencapaciteit zijn. Voor de desktops bedraagt de minimum SYSmark 140 en voor de laptops 115. Naar verluidt is dit te laag. De gemiddelde SYSmark ligt voor een desktop op 180 tot 230. Tevens zou de levensduur van de computers beperkt zijn doordat de desktop en de laptop geen software zouden kunnen draaien die binnenkort op de markt komt en veel zal worden gebruikt, zoals Vista, de opvolger van Windows XP. Ook de internetaansluiting zou aan de zwakke kant zijn. Het betreft in alle gevallen een smalbandaanbod. Aldus wordt de surfsnelheid en de hoeveelheid informatie die kan worden gedownload, beperkt.

Verontrustender is de steekproef van het marktonderzoekbureau Ipsos, waaruit blijkt dat 90 procent van de consumenten zonder aankoopintentie vijfenvijftigplussers zijn, wat precies de doelgroep is waarop `Internet voor iedereen' gericht is. Ook blijkt uit dit onderzoek dat bij de lagere inkomensgroepen 80 procent niet de intentie heeft dit pakket aan te kopen, tegen 70 procent van de totale bevolking. Uit de steekproef blijkt tevens dat de geïnteresseerden tot de bevolkingsgroepen behoren waarin internet het meest is doorgedrongen.

Volgens de critici zijn er ook verborgen kosten. Als de surfer over de limieten van zijn abonnement gaat, worden extra kosten aangerekend. Naar verluidt zouden enkele aanbieders van internet studies hebben laten uitvoeren waaruit blijkt dat 60 procent van de klanten van `Internet voor iedereen' zal upgraden naar een krachtiger en dus duurder internetabonnement.

Kan de minister aangeven in hoeverre de kritiek inzake de geheugencapaciteit terecht is? Klopt de stelling dat de computers niet kunnen draaien op nieuwe software zoals Vista? Hoe reageert de minister op de resultaten van de steekproef waaruit blijkt dat de vijfenvijftigplussers en de mensen met een beperkt inkomen minder overwegen het pakket `Internet voor iedereen' aan te schaffen? Hoe gaat de minister dat bijsturen en is hij het met mij eens dat er een doelgerichte communicatiecampagne moet worden gestart? Kan hij concreet toelichten wat het budget zal zijn en via welke media hij zal werken? Heeft de minister weet van de studies van internetproviders waaruit blijkt dat 60 procent van de klanten van `Internet voor iedereen' zal upgraden tijdens de eerste 12 maanden, waardoor de mensen worden geconfronteerd met bijkomende verborgen kosten? Hoe reageert de minister hierop?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister van Werk.

De kritiek inzake de geheugencapaciteit is niet terecht. Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de minimumvoorwaarden van het koninklijk besluit van 9 februari 2006 en de configuraties die werden geselecteerd. In het koninklijk besluit staat een minimumvereiste van 256 megabyte intern geheugen. Elk consortium heeft echter zowel voor de desktop- als voor de laptopconfiguratie 512 megabyte voorgesteld. Alle geselecteerde IVI-pakketten, Internet voor iedereen, hebben 512 megabyte intern geheugen.

Een medewerker van Microsoft heeft bevestigd dat het niet juist is dat de pc's niet kunnen draaien op de nieuwe software. Alle geselecteerde configuraties voldoen aan de minimumvereisten voor Vista zoals die op de Technet-site van Microsoft staan.

Het IVI-project kadert in mijn totaalbeleid van informatisering van de samenleving. Vanuit dit beleid worden verschillende projecten gelanceerd om er stap voor stap voor te zorgen dat onze samenleving meer met de computer en het internet kan werken. Dat is dringend nodig. Internationale studies wijzen uit dat in België maar 43 procent van de gezinnen een pc heeft. De Belg staat maar op de zeventiende plaats inzake e-readiness. IVI is dus één project binnen het beleid, een beleid dat volgens de Ipsossteekproef drie doelgroepen wil bereiken: de jongeren, de gezinnen en de vijfenvijftigplussers. De steekproef maakt ook duidelijk dat 32 procent de intentie heeft om via het IVI-project een computer te kopen.

Het IVI-project zal de digitale kloof zeker niet dichten. Andere projecten zijn nodig om andere doelgroepen te kunnen aanspreken. Zo werk ik samen met minister Dupont aan het project `Openbare computerruimten', waarbij de toegang tot computers en het internet voor de bevolking wordt verbeterd. Via de OCMW's werden verschillende easy-e-space-projecten opgericht. Deze projecten viseren duidelijk de meest kwetsbare groep in de maatschappij. Het is duidelijk dat 850 euro, ook al is dit zeer laag voor wat men krijgt en ontvangt men nog eens 150 euro terug van de overheid, nog steeds te duur is voor bepaalde lagen van onze samenleving.

Samen met de dienst Externe Communicatie van de eerste minister, de FOD Financiën en FEDICT werd inmiddels een informatiecampagne opgestart. Elk departement trekt hiervoor 200.000 euro uit. In totaal gaat het dus om 600.000 euro. Via de postkantoren wordt al een folder verspreid met alle nuttige info over het pakket, het fiscaal voordeel en de consortia. Verder worden er gedurende een aantal dagen radiospots uitgezonden die zich richten tot de doelgroep. Tot slot zal elk huisgezin een brief ontvangen waarin het nut van pc en internetgebruik wordt onderstreept en het IVI-pakket wordt voorgesteld. Naast de informatiecampagne zal de sector, in overleg met de overheid, ook een promotiecampagne voeren.

Ik heb geen weet van studies door internetproviders. Ik weet dus niet of ze bij hun studies uitgegaan zijn van de minimumvereisten van het koninklijk besluit of van de effectieve configuraties zoals die vandaag worden aangeboden.

Refererend aan een vroeger antwoord ben ik ervan overtuigd dat de aangeboden configuraties de nieuwe technologische evoluties in de komende twaalf maanden aankunnen. Upgraden zal niet nodig zijn, tenzij de gebruiker een fervente computer- of internetgebruiker is geworden die een zwaarder toestel of internetverbinding wenst. Indien mensen upgraden, ben ik heel tevreden, omdat dit aantoont dat we erin geslaagd zijn om meer mensen dichter bij de computer en het internet te brengen.