(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Deze vraag is afkomstig van een aantal burgers en handelt over de problematiek van artsen die bij hun patiënten op spoedvisite gaat.
Immers, een aantal artsen uit de streek van Verviers zijn geflitst wanneer zij na een spoedoproep naar hun patiënt reden. Aangezien die overtreding plaats heeft gevonden tijdens de uitoefening van hun beroep, zou er dan geen oplossing voor dat probleem moeten komen ?
Een aantal practici stellen voor het voertuig van de artsen uit te rusten met een zwaailicht, dat in zeer spoedeisende gevallen te gebruiken is zoals het personeel van de gasmaatschappij dat doet.
Kan de geachte minister mij meedelen welk standpunt zij daarover inneemt teneinde in de toekomst elke vorm van conflict te vermijden ?
Antwoord : Ik meen dat de Belgische jurisprudentie en doctrine het eens zijn over het feit dat de bestuurder van een ziekenwagen die een patiënt, bij urgentie, naar het ziekenhuis moet vervoeren en hierbij een verkeersovertreding begaat, beroep kan doen op de « rechtvaardigingsgrond » van de noodtoestand.
Rechtvaardigingsgronden zijn omstandigheden waardoor een strafbaar feit zijn wederrechtelijk karakter verliest. Hierdoor wordt een gedraging die, in principe ontoelaatbaar is, toch toelaatbaar. De gedraging verliest hierdoor niet alleen haar wederrechtelijk karakter maar de dader is zelfs gerechtigd de daad te stellen.
Het komt mij voor dat, naar analogie, deze rechtvaardigingsgrond ook kan ingeroepen worden door een geneesheer die opgeroepen wordt bij een levensbedreigende situatie.
Vanzelfsprekend dient het bestaan van deze rechtvaardigingsgrond, wanneer hij wordt ingeroepen, effectief te worden bewezen. Dit betekent dat een loutere medische tussenkomst onvoldoende is om te kunnen spreken van een noodtoestand; er moet, in voorkomend geval, aangetoond worden door de medicus dat de toestand van de betreffende patiënt waarvoor hij werd opgeroepen, levensbedreigend was.
Een geneesheer kan zich derhalve niet verbergen achter om het even welke oproep van een patiënt om, ongestraft, verkeersovertredingen te mogen plegen.
Wanneer een geneesheer zich derhalve niet op een noodtoestand kan beroepen, moet hij dan ook, zoals iedere burger, de wegcode respecteren en moet hij, wanneer hij zulks niet doet, behandeld worden zoals elke andere burger wanneer hij een overtreding begaat.
Vermits onze wetgeving, onze rechtsspraak en onze rechtsleer in de nodige oplossingen voor deze problematiek voorzien, is er volgens mij dan ook geen wetgevend initiatief noodzakelijk in welke zin dan ook.