(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Jonge werknemers die na het beëindigen van hun studies meteen aan de slag gaan, kunnen in het daaropvolgende vakantiejaar een beroep doen op de jeugdvakantie-regeling. Na vier jaar blijkt het systeem nog altijd niet ingeburgerd te zijn bij de jongeren.
Als de jongere in het vakantiedienstjaar jonger was dan 25 jaar, in dat jaar zijn of haar studies beëindigde (of opgaf) en minstens een maand heeft gewerkt, dan heeft de jongere het volgende jaar recht op jeugdvakantie, ter aanvulling van het onvolledig aantal betaalde vakantiedagen.
Het systeem, dat sinds 2001 geldt, berekent de uitkering aan de hand van het aantal gewerkte dagen. De uitkering bedraagt 65 % van het brutoloon (begrensd tot 1 710 euro per maand) en wordt betaald door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA) zodra de normale vakantiedagen zijn opgenomen. Ook het aantal bijkomende jeugdvakantiedagen is begrensd tot maximum vier weken.
Via een (complexe) administratieve procedure (www.rva.be) kan de jongere de uitkering bekomen. Kan, want hij of zij is daartoe niet verplicht. En daar wringt het schoentje. Behalve indien de jongere bij een vakbond is aangesloten, en dan nog, zijn velen niet op de hoogte van de regeling.
Daarom kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen :
Navraag bij de RVA leert ons dat vorig jaar 33 624 jeugdvakantie-uitkeringen werden uitbetaald. Voor de eerste helft van dit jaar staat de teller op 9 138 betalingen. Hebt u zicht op het totaal aantal rechthebbenden en de verhouding tussen het aantal rechthebbenden en het aantal uitbetaalde uitkeringen in het kader van de vakantieregeling ?
Is de regeling volgens u voldoende bekend ? Zoniet, welke maatregelen zal u nemen ?
Zouden alle rechthebbenden niet door de overheid moeten worden ingelicht over hun rechten ter zake ? Zo ja, welke maatregelen zal u treffen ?