Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-55

ZITTING 2005-2006

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid (Sociale Zaken)

Vraag nr. 3-3623 van mevrouw Van de Casteele d.d. 25 oktober 2005 (N.) :
Federaal openbaar ambt. — Dienstvrijstelling voor het geven van bloed, bloedplaatjes of bloedplasma. — Kostprijs en mogelijke besparingen. — Verenigbaarheid met de Europese richtlijnen.

Volgens de EU-richtlijn over de diensten voor het bloed dient donorschap vrijwillig te zijn. België houdt in theorie ook vast aan die vrijwilligheid.

Zo wordt bijvoorbeeld bloed van hemochromatose-patiënten geweigerd omdat de patiënten in dat geval geen vrijwillige donor zijn (zie antwoord van minister Demotte op mijn vraag 3-642, bulletin 3-12).

Anderzijds is er wel een regeling in het openbaar ambt die daarvan afwijkt. Contractuele en vastbenoemde ambtenaren krijgen immers vrijstelling van dienst gedurende 1 dag voor het geven van bloed, bloedplaatjes of bloedplasma, namelijk de dag waarop bloed wordt gegeven indien dit tijdens de werkuren is of de dag erna, indien bloed wordt gegeven na de werkuren, met een maximum van 5 dagen per kalenderjaar (omzendbrief nr. 487 van 9 december 1999).

Hierbij wordt eigenlijk afgeweken van het principe van kosteloosheid. Dat kan volgens specialisten een gevaar betekenen voor de kwaliteit van het bloed, indien mensen omwille van een bijkomende verlofdag bloed geven en eventuele risico's verzwijgen.

Er zijn ongeveer 540 000 bloedgiften per jaar in België. 20 % van de donoren zou, in het kader van die omzendbrief, een vrije dag opnemen. Dat betekent 108 000 verlofdagen of 470 werkjaren (230 dagen/jaar). De totale kost per jaar zou zo meer dan 30 miljoen euro bedragen.

Een geleidelijke afbouw van het aantal VTE (voltijds equivalent) dat daarmee overeenstemt zou dus een serieuze besparing kunnen betekenen.

1. Kan de geachte minister meedelen hoeveel federale ambtenaren, naar aanleiding van een bloedgift, een vrije dag hebben genomen gedurende de laatste jaren ? Klopt het dat dat meestal een vrijdag is ?

2. Welke kostprijs betekent dit voor de federale overheid ?

3. Strookt deze regeling nog met de Europese richtlijn over bloed ?

4. Zou het afschaffen van deze regeling geen serieuze besparing betekenen ? Uiteraard moet er dan ook een extra inspanning worden gedaan om bijkomende donoren te zoeken. Een deel van de besparing zou daartoe aan het Rode Kruis kunnen ter beschikking gesteld worden. Welk is de mening van de geachte minister terzake ?