3-152

3-152

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 23 FÉVRIER 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Luc Van den Brande au ministre des Affaires étrangères sur «les vols de la CIA au-dessus de la Belgique» (nº 3-1029)

Question orale de M. Josy Dubié au ministre des Affaires étrangères sur «l'absence de réponse belge à la demande du Conseil de l'Europe concernant les lieux de détention secrète de la CIA» (nº 3-1030)

Mme la présidente. - Je vous propose de joindre ces questions orales. (Assentiment)

M. Renaat Landuyt, ministre de la Mobilité, répondra.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - De hele problematiek van de mogelijke CIA-vluchten en de mogelijke illegale detentiecentra is een belangrijke kwestie die onze volledige aandacht moet krijgen. Ik verwijs naar de artikelen 3, 5 en 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, die ons moeten inspireren om over zaken als folteringen, vrijheidsberoving en billijke rechtsprocedure heel duidelijke standpunten in te nemen. Ik begrijp best dat dit moeilijker ligt in het kader van de strijd tegen het internationaal terrorisme, maar toch kan ons standpunt alleen zijn dat de fundamentele rechten te allen tijde moeten worden gerespecteerd.

België is een van de tien stichtende leden van de Raad van Europa, maar op het ogenblik allesbehalve een stichtend voorbeeld. Het Comité van ministers heeft beslist, met de steun van de Parlementaire Vergadering, een onderzoek te verrichten naar de mogelijke CIA-vluchten en de illegale detentiecentra. De secretaris-generaal heeft opdracht gekregen elk van de 46 lidstaten hierover te ondervragen. De dwingende eindtermijn was 21 februari. Ik was eerlijk gezegd enorm geschokt toen ik in Straatsburg vernam dat België, samen met vier andere landen, het bestaan heeft om niet te antwoorden. Welke redenen San Marino, Italië en Georgië voor hun houding ook mogen aanvoeren, voor mij bestaat er geen goede reden. Door niet in te gaan op de beslissing van de Raad van Europa en van de vraag van de secretaris-generaal schendt België artikel 52 van het Europees Verdrag.

Vandaar mijn vragen.

Zijn er CIA-vluchten naar of over België geweest?

Zijn er aanwijzingen over illegale detentiecentra?

Hoe is het mogelijk dat de regering niet in staat was om in een termijn van drie maanden een antwoord te geven? Dat is totaal onbegrijpelijk, temeer daar België op het ogenblik voorzitter van de OVSE is en de minister van Buitenlandse Zaken, die geregeld met geheven vingertje de halve wereld de les leest, op grootse persconferenties een belangrijk programma heeft aangekondigd.

M. Josy Dubié (ECOLO). - J'ai siégé au Conseil de l'Europe durant la précédente législature et j'ai pu apprécier la qualité du travail réalisé par cette organisation.

Comme mon collègue, je m'insurge contre le fait que notre gouvernement n'a pas répondu dans les délais prévus à la demande du secrétaire général du Conseil de l'Europe.

Dans un communiqué publié hier à Strasbourg, le secrétaire général du Conseil de l'Europe annonce que la Belgique n'a pas répondu, dans le délai imparti, à ses questions concernant les lieux de détention secrète et le transport clandestin de détenus dans ou au-dessus de pays membres du Conseil de l'Europe ; notre pays en fait partie et il y a tout lieu de s'en féliciter.

Le communiqué rappelle que conformément à la Convention européenne des Droits de l'homme, les gouvernements signataires sont requis de prendre toutes les mesures nécessaires pour prévenir la violation de cette convention, plus précisément de l'article 3 sur la prohibition de la torture, de l'article 5 sur le droit à la sécurité et à la liberté et de l'article 6 sur le droit à un procès équitable.

Le secrétaire général du Conseil de l'Europe voulait savoir quelles lois avaient été adoptées pour prémunir les personnes d'une disparition forcée, d'une détention dans des lieux secrets, de tortures ou de traitements dégradants.

Quarante et un des quarante-six gouvernements interrogés ont répondu dans le délai imparti aux questions posées.

La Belgique ne l'a toujours pas fait, violant ainsi l'article 52 de la Convention européenne des Droits de l'homme.

Le secrétaire général du Conseil de l'Europe signale que l'absence de réponse à sa demande affaiblit la défense des droits de l'homme sur le continent européen.

Pourquoi la Belgique n'a-t-elle pas répondu dans les délais impartis ? A-t-elle quelque chose à se reprocher ou à cacher ?

Quand le gouvernement belge se conformera-t-il aux prescriptions de la Convention européenne des Droits de l'homme et répondra-t-il aux questions posées par le secrétaire général du Conseil de l'Europe ?

De heer Renaat Landuyt, minister van Mobiliteit. - Ik lees het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken.

"Het rapport moest worden ingediend op 21 februari, maar het werd ingediend op 22 februari, dus enkele uren te laat. Dat is niet te wijten aan lichtzinnigheid, maar wel aan het feit dat we een grondig antwoord wilden geven."

Als regeringslid voeg ik er nog aan toe dat we nog dagelijks bijkomende informatie controleren. Er zijn geen onrustwekkende gegevens betreffende België.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - In de beknoptheid kent men de meester. Misschien is deze uitdrukking passend voor dit antwoord.

Ik heb de minister van Buitenlandse Zaken reeds op 8 december een vraag gesteld over dit onderwerp. Hij antwoordde toen dat we niet ongerust hoefden te zijn over de situatie in België. Volgens mij is de laattijdigheid niet te wijten aan de grondigheid van het antwoord, maar wel aan een gebrek aan coördinatie tussen de verschillende departementen. Het is immers algemeen geweten dat de departementen van Mobiliteit, Justitie en Buitenlandse Zaken niet goed wisten hoe de vraag van de Raad van Europa te beantwoorden en zodoende hebben geaarzeld, zodat het rapport niet tijdig kon worden ingediend.

Sommigen zijn bezorgd om de reputatie van België op het internationale forum, maar nu is Kafka zelfs in een zaak van het EVRM geslopen. Is dat efficiënt en snel bestuur? De houding van België valt hoe dan ook te betreuren. Ze zal zeker nog ter sprake komen in de debatten in de Raad van Europa en in het Europees Parlement, waar een bijzondere commissie over deze zaak is opgericht.

De regering had ook een antwoord kunnen geven binnen de gestelde termijn en erbij vermelden dat dit antwoord de toestand volgens de huidige gegevens betrof. Er kon nog steeds een bijkomend antwoord worden gegeven als er nieuwe elementen naar voren kwamen. Het rapport van Dick Marty is op het ogenblik trouwens nog in voorbereiding en zal ten vroegste in april in de parlementaire assemblee aan bod komen.

België heeft als voorzitter van de OVSE een kans laten voorbijgaan om aan te tonen dat het in staat is fundamentele rechten op een adequate manier te benaderen. In de toekomst is enige bescheidenheid bij het anderen de les spellen misschien aan de orde.

M. Josy Dubié (ECOLO). - Le ministre disposait de trois mois pour remettre un rapport très important et il n'est pas parvenu à respecter les délais. Il faut bien reconnaître que ce n'est pas sérieux. Ce rapport étant enfin rentré, j'aimerais savoir quand nous pourrons en prendre connaissance pour vérifier si sa teneur est conforme aux faits et informations que nous pourrions recueillir par ailleurs.

De heer Renaat Landuyt, minister van Mobiliteit. - Ik voel me niet aangesproken door de opmerking inzake bescheidenheid. De opmerkingen over een gebrekkige samenwerking tussen de departementen Justitie, Buitenlandse Zaken en Mobiliteit spreek ik wel ten zeerste tegen. De ministers hebben in deze zaak zeer strakke afspraken gemaakt. We wilden geen risico nemen. Uit het feit dat het rapport pas de 22ste februari werd ingediend, mag niet worden afgeleid dat een en ander gebrekkig werkt. Dat is een overdrijving waarmee ons land eerder wordt beklad dan ondersteund.

De regering wil in deze zaak zo voorzichtig mogelijk te werk gaan. Persoonlijk heb ik dat ook in de regering bepleit. Mijn collega's en de administratie houden zich aan die werkwijze.

En ce qui concerne le contenu, je suppose que des procédures sont prévues.

En tout cas, il serait malvenu de supposer quoi que ce soit au motif que le rapport est rentré avec quelques heures de retard.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Ik wil veel aanvaarden, maar niet dat de zaken op hun kop worden gezet of verdraaid. Het getuigt van een onvoorstelbare arrogantie om te beweren dat wij overdrijven. Van meet af aan, ook in mijn vraag van 8 december, heb ik gezegd dat ik er gerust op was dat in ons land niets fout gelopen is. Nu de regering uitdrukkelijk in de fout is gegaan en artikel 52 van het EVRM geschonden heeft, kan ik de arrogante houding van minister Landuyt onmogelijk aanvaarden.

Mevrouw de voorzitter, ik sluit me aan bij collega Dubié en zou graag vernemen wanneer en hoe het Comité I de nodige informatie zal verstrekken. De begeleidingscommissie heeft immers besloten om een en ander te onderzoeken. Zal de minister dan nogmaals antwoorden dat de regering de inlichtingen zal verstrekken op het gepaste ogenblik en na samenspraak met de drie betrokken departementen.

Ik dring erop aan dat u de regering uitdrukkelijk verzoekt zo snel mogelijk het antwoord te bezorgen dat werd overgezonden aan de secretaris-generaal van de Raad van Europa en bovendien alle vereiste inlichtingen ter zake te verstrekken.

De veiligheidsdiensten hebben in dezen geen vrijgeleide. Beslissend is de politieke verantwoordelijkheid. Zelfs als de regering van een aantal zaken niet op de hoogte was, blijft ze nog altijd politiek verantwoordelijk voor wat eventueel buiten haar medeweten om kan gebeurd zijn.

Mme la présidente. - Je prends acte de votre suggestion. Je viens de parler avec le président du Comité R. À la demande expresse de M. Hugo Vandenberghe et de Mme Defraigne, nous avons demandé au Comité R de faire une enquête. Le rapport de celle-ci nous est promis pour le 6 mars. Nous obtiendrons peut-être ainsi des éclaircissements à ce sujet.