3-1594/1 | 3-1594/1 |
1 MAART 2006
Het gemotiveerd advies van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap van 17 april 2001 vestigt de aandacht op de rechtsonzekerheid met betrekking tot de vertegenwoordiging van de Duitstalige Gemeenschap in het Overlegcomité bij belangenconflicten en spreekt de wens uit dat de wetten die deze aangelegenheid regelen zo worden aangepast dat de Duitstalige Gemeenschap verzekerd is van een juridisch volkomen duidelijk beschermde vertegenwoordiging.
Die juridische onzekerheid is volgens het Parlement ontstaan door het feit dat het op 5 mei 1993 ingevoegde artikel 143, § 3, van de Grondwet de bijzondere wetgever belast met de regeling van de procedure betreffende het bijleggen van belangenconflicten en de bijzondere wetgever ter uitvoering van deze bepaling op 7 mei 1999 een passende nieuwe regeling heeft ingevoerd (vgl. de huidige versie van art. 32 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen).
Deze nieuwe regeling voorziet echter niet in een uitdrukkelijke vertegenwoordiging van de Duitstalige Gemeenschap in het Overlegcomité, indien er belangenconflicten te behandelen zijn, die betrekking hebben op het Parlement of de regering van de Duitstalige Gemeenschap. Tot nu toe was een dergelijke vertegenwoordiging door artikel 67 van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen van de Duitstalige Gemeenschap gegarandeerd.
Het onderhavige voorstel van bijzondere wet wordt — aldus het gemotiveerd advies van hetzelfde Parlement — gebruikt om de gewone wet van 9 augustus 1980 zo aan te vullen, dat uitdrukkelijk in een vertegenwoordiging van de Duitstalige Gemeenschap in het Overlegcomité wordt voorzien, indien de behandelde belangenconflicten haar Parlement en Regering betreffen.
Aan de op dit ogenblik gangbare praktijk, waarbij de minister-president van de regering de Duitstalige Gemeenschap bij belangenconflicten in het Overlegcomité vertegenwoordigt en daarbij stemrecht heeft, wordt zodoende een volkomen duidelijke juridische grondslag verleend. De situatie waarin artikel 67 van de wet van 31 december 1983 voorzag, wordt dus hersteld.
| Berni COLLAS. |
Artikel 1
Deze bijzondere wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 31 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, vervangen door de wet van 16 juni 1989, wordt aangevuld met een § 3, luidende :
« § 3. — Onverminderd de in § 1 bepaalde samenstelling, heeft de voorzitter van de regering van de Duitstalige Gemeenschap in het Overlegcomité zitting met stemrecht ter voorkoming en regeling van de belangenconflicten als bedoeld in de artikelen 32 en 33, waarbij hetzij het Parlement, hetzij de regering van de Duitstalige Gemeenschap betrokken zijn. »
13 februari 2006.
| Berni COLLAS. |